Hoofdstuk 14

Hoofdstuk 14.

Het zou kunnen door de onrustige nacht, niet een, maar meerdere snurkers en piepbedden,  iedereen is vroeg uit de veren. Rugzakken worden gepakt en men vertrekt. Ook de stille man die gisteren uit een andere richting kwam is al weg. Hugh en ik sluiten de boel af en gaan als laatsten op pad. Het is een verwarrend begin. Er wordt hier een snelweg gebouwd en we moeten hele stukken omlopen om weer op de goede weg te komen. Het is niet prettig lopen op de steentjes en stenen die als ondergrond voor de snelweg bedoeld zijn.

In de verte zien we de eerste pelgrims al weer lopen. Ons tempo is hoog en we halen er een paar in. Zo komen we ook langs de stille man die staat te puffen langs de weg. Lukt het? vraag ik, maar ik krijg geen antwoord. Het lijkt wel of hij mij  niet begrijpt. Hij wijst alleen maar vooruit, zo van ga maar door. Dat doen we dan ook.

Na 18 km komen we in Salas. Het is zondag en er is een processie. Eerste communie. In de RK kerk een feestelijke gebeurtenis. Kinderen in de leeftijd van 6-7 jaar mogen in de mis voor het eerst ter communie, ze krijgen ook de eerste keer de hosti (bleef altijd aan mijn gehemelte vast plakken) in de mond. Voorafgaand aan dit ritueel gaan de kinderen ook voor het eerst biechten. Hier in Spanje is het een echt groot feest. Je hebt speciale winkels waar je de kleding kunt kopen die ze moeten dragen. De meisjes als een soort bruidje en de jongens hebben een mini militair pak aan, compleet met koperen knopen. Hier komen we dus in terecht. Super druk. Alle kroegen zijn bijna gereserveerd voor de feesten die de families dan geven.

Wij vinden toch een plekje om wat te eten en te drinken. Het is hier ook druk maar wie zit daar aan de bar met een groot glas bier voor zich? De stille man, die we zo’n drie uur geleden gepasseerd zijn en die daar stond te hijgen. Een wonder op de feestelijke eerste communiedag? Nou nee, ik denk zomaar een taxi.

Vanaf de Spaanse grens heb ik alweer 448 km gelopen

Wij moeten nog 7,5 km door naar de alberque die we uitgezocht hebben. In het boekje staat: 21 bedden over drie kamers en er wordt gekookt en je kunt er ontbijten.

Het is nog wel een stevige klim, de alberque ligt weer op het hoogste punt, 635 m. Bijna iedereen van gisteren is er al, alleen de stille man niet en die zal ook niet komen. We worden ontvangen door een jonge Zwitserse hospitalero. De alberque is van zijn oom en hij blijft hier twee maanden om te hospitaleren. Er is ook een oudere man met veel ervaring en die kookt. We kunnen lekker een wasje draaien in de machine en dat is geen overbodige luxe. Alles wordt buiten opgehangen. Ik slaap boven op een soort overloop en gelukkig snurkt de Italiaan beneden, niet verkeerd.

Het is hier echt gezellig, we eten aan lange tafels. Uiteraard weer pasta, dat is voor zo’n groep het best te doen en met al die km die we lopen ook niet verkeerd.

Het Spaanse groepje jonge mensen begint te zingen en een van hen, een maatschappelijk werker uit Barcelona, stelt voor dat we allemaal iets uit ons eigen land of streek zingen. De Italiaan kan niet alleen snurken maar zeker ook prachtig zingen. Hij zingt iets uit een Opera en Pavarotti is er niets bij. Dit is moeilijk te overtreffen. Er is een stel uit het Baskenland die zingen een Baskvolkslied. Vier mensen uit Andalusië, ook iets in hun eigen taal. De twee Poolse vrouwen een duet en ja wat moet ik dan zingen. Het wordt tulpen uit Amsterdam. Niet helemaal onbekend.

Het unieke van deze situatie is dat je niets merkt van de verschillen die er zeker zijn in Spanje. De Catalanen, Andalusiërs en Basken gaan heel broederlijk met elkaar om en zingen zelfs nog samen een bekend Spaans nummer.

De avond vliegt voorbij en dan komt de vraag, hoe laat willen jullie op. Normaal staat iedereen op zijn eigen tijd op maar hier moeten we samen beslissen, hoe laat. Het wordt zeven uur. Voor die tijd mag er niemand uit zijn bed. De was hangt nog steeds buiten en het regent. Morgen is echt alles droog zegt de hospitalero, het zal wel en anders maar aan de rugzak hangen met de veiligheidsspelden die ik bij me heb.

Ik schrik wakker van een harde bel, nee hè, het is al zeven uur. Opstaan. Beneden ligt de was op een grote hoop nog warm van de droogtrommel. Uitzoeken maar.

Potten koffie en tostado’s op de tafels, we worden hier verwend. Zo heb ik het nog niet meegemaakt. Dit alles op donativo basis, je geeft wat je kunt missen en wat het je waard is. We zijn blij dat we gisteren niet al in Sallas gestopt zijn.

Dat groene shirt links is van mij. 2010 en ik draag het nog

(Deze tocht liep ik in 2010 en ben er nu een e-book over aan het schrijven. Ik plaats iedere week een hoofdstuk)

blog reisblog

Camino, dagelijkse routine?

Vanaf de plaats waar ik begon, Wissant, ben ik nu zo’n 1200 km gevorderd. Het is niet meer voor te stellen dat het begin voor mij zo moeilijk was. Die narigheid met mijn voeten en scheenbeen. Sinds ik op de schoenen loop die ik heb laten opsturen heb ik geen centje pijn meer. Mijn voeten zijn genezen en ik heb geen blaar meer gehad. Dit is heel anders lopen. Door gemiddeld 25 km per dag te lopen is mijn conditie steeds beter geworden en is top. Dat wil nu ook niet zeggen dat het makkelijk is, als ik na 6 tot 8 uur lopen aankom op mijn dagbestemming ben ik toch wel blij dat ik er ben. Het is heel apart maar in de meeste gevallen liggen de alberques aan het einde of iets buiten het dorp en op het hoogste punt. Het is net een wielerwedstrijd, de finish is dan ook pas na een laatste moeilijk stukje.

 De dagen zijn eigenlijk allemaal hetzelfde heel basic. Ze beginnen vroeg, meestal voor zevenen het bed uit. Wassen, aankleden, de rugzak weer inpakken en het papieren onderlaken en sloop weggooien. Klaar om weer een dag te lopen. Als er iets open is eerst wat eten en koffie of anders lopen tot er wel iets is. Onderweg wat fruit en chocolade kopen, stokbroodje en wat beleg. Meestal van die driehoekskaasjes, La Vache Qui Rit. Makkelijk en je hebt met zo’n doosje gelijk voor een paar dagen iets op je brood. Ik kan ze nu niet meer zien.

Weer lopen tot het tijd wordt voor een menu del dia. Ik doe dat het liefst aan het begin van de middag. In Spanje kun je pas laat s’avonds eten en dan lig ik met zo’n volle maag in bed. Het nadeel is wel weer dat bij een dagmenu dat negen euro kost, ook een halve fles wijn inbegrepen is. Wel lekker maar er moet nog gelopen worden. Dat doe ik dan ook tot ik bij de alberque ben.

Inschrijven en een stempel op mijn kaart, bed uitzoeken of aangewezen krijgen. Papieren hoes over het matras en kussen en eigen slaapzak erop. Schoenen en sokken uit en dan als eerste een heerlijke douche. Dat is zo lekker, ik sta onder de hete straal, mijn ogen dicht en het lijkt of met het water dat in het putje wegloopt ook mijn vermoeidheid door dat zelfde putje verdwijnt. Avondkleding aan en nog even een handwasje doen, in ieder geval een van de drie sneldrogende onderbroeken die ik bij mij heb.

Meestal ga ik dan een klein tukkie doen en sta na een half uur weer fris naast mijn bed. Het stadje of dorp wat verkennen en een consumptie nuttigen.

Dagboek schrijven en de foto’s bekijken die ik geschoten heb. Als er WiFi is wat tien jaar geleden lang niet overal was, een tijdje Skypen met mijn lief.

s’Avonds wat kletsen met de medepelgrims en vroeg naar bed. Dat is het wel zo’n beetje en dat iedere dag. Het lijkt wel werk maar dan anders en dat is het zeker.

Ik maak mij bijna nergens meer zorgen om, de enige zorgen die ik heb zijn , kan ik ergens eten en  slapen want ik weet nooit precies waar dat kan. Is de alberque waar ik wil slapen vol dan moet ik door of als ik net wil eten is die winkel of restaurantje dicht.

 Het fijne van lopen is voor mij dat ik opga in de natuur. Ik zie en ruik alles veel beter. Een horloge heb ik niet nodig. Ik loop niet op tijd maar gewoon wat ik aankan. Of ik nu 6 of 9 uur doe over 25 km, ik moet niet op een bepaalde tijd ergens zijn en dat geeft zo’n gevoel van vrijheid. Zo loop ik mijn dagen en ik zie wel wanneer ik aankom op mijn eindbestemming, Santiago de Compostela.

Als er niets open is dan zelf maar iets maken.

Hugh en ik lopen achter elkaar op een smal paadje als we voor ons een vrouw en een man zien. De man loopt niet lekker, hij loopt scheef net of hij op een been wil lopen. Ze hebben rugzakken om dus het zullen wel medepelgrims zijn. Als we dichterbij komen zien we dat de man op teenslippers loopt. Als pelgrim loop je nooit andere pelgrims zomaar voorbij, nee je maakt een praatje. De vrouw en de man zijn Amerikanen. Ze zijn pas een week onderweg en de man kan zijn loopschoenen niet meer aan van de ontstekingen. Dat doen we wel even dachten ze en de eerste dag liepen ze direct al 45 km. Niet getraind en dan vol er tegen aan. Overbelasting.

Waar zijn jullie begonnen, vraagt de vrouw.

Ik in Bilbao en hij, ik dus, in Noord Frankrijk. Hij heeft er nu 1200 km opzitten zegt Hugh.

Twaalfhonderd km vraagt de vrouw ongelovig. Hoe kun je er dan zo stralend uit zien.

Dat doet de camino dus met mij, ik heb het zo naar mijn zin dat dat ook uiterlijk te zien is en zo voel ik mij ook, stralend.

Hugh en ik lopen door en ik denk na over de opmerking van deze vrouw. In Frankrijk waar ik alleen liep en verschrikkelijk heb afgezien heb ik mijn psychische bagage kunnen wegwerpen en nu is het genieten met alleen mijn fysieke bagage.

Camino del Norte

Deze tocht liep ik in 2010 en ben er nu een e-book over aan het schrijven. Ik plaats iedere week een hoofdstuk)

blog reisblog te voet naar Santiago de Compostella

Mijn jaar 2018 MAART

Na het paradijs weer met beide benen op de grond. Mijn lief vliegt vanaf Porto na twee en een halve maand weer terug naar Nederland. De komende drie dagen is het in Porto nog prachtig weer dus nog even genieten. Bij het strand van Gaia is een wat verouderde camping maar ruime plaatsen en ouderwets douchen, gewoon met een mengkraan en niet iedere keer om de paar seconden een knop indrukken. Voor het geld hief je het ook niet te laten, all-in 4,25 Pd. De bus naar Porto stopt voor de deur. Het is weer even vakantie. Lekker stukken lopen op de boulevard en genieten van de metershoge golven. 

Als je er toch in de buurt bent is het bijna eens must om vis te gaan eten in Matisinhos. In Porto de Leixoes zitten de visrestaurants gebroederlijk naast elkaar en wordt er buiten op kolenvuren de vis klaargemaakt. Super vers. 

Persoonlijk vind ik robalo heerlijk. In Porto zelf is het gezellig druk. Waar de bus stopt is sinds een jaar district gevestigd. Allemaal kleine ruimtes waar veelal kunstenaars hun eigen creaties proberen te verkopen. Prachtige dingen. 

Natuurlijk ga je hier ook in de vele bodega’s port proeven. Rondleiding langs de enorme vaten en heerlijke port. 

In zo’n groot vat zit 10,000 liter van dit kostbare vocht. Lekker nog rondstruinen door de stad en een vaar uurtje op de Douro. 

Het regent als ik mijn lief die vertrekt afzet bij de zoals de naam al aangeeft, vertrek-hal.  Ik rij richting Salamanca om de via de la plata te gaan lopen.

De Sprinter parkeer ik bij een camino vriend in een grote garage bij het huis van zijn moeder. Toch een vreemd idee om na twee en een halve maand hem zomaar achter te laten.

Ondertussen in Salamanca.

Dit is waarschijnlijk waarom ik Spanje zo lekker vind. Ik ben beland in een zoals dat heet Spaanse cafetaria. Gewoon een restaurant. Het is negen uur in de avond en men gaat eten. Hier geen toeristen maar de wat oudere locals. Het is boordevol. De obers lopen niet gewoon maar lopen in een soort draf. De tafel naast mij wordt bezet gehouden door twee dames. Er staat niets op hun tafel, wel over de leuning ieder een bontjas. Onder tussen komen er steeds mensen binnen die graag een tafel willen. Helaas vol.

De obers blijven rennen en de twee dames blijven stoïcijns zitten. Een uur gaat voorbij en er wordt zelfs niet gevraagd of ze nog iets willen gebruiken. Verder is het net als bij ons, er wordt veel met de telefoon gedaan.

Ja, na anderhalf uur gaan de dames die trouwens geen woord wisselde met elkaar aanstalten maken om weg te gaan. Bontjassen aan en als vorstinnen schrijden ze weg. Heerlijk.

En dan begin ik aan de vijfhonderd km naar Santiago de Compostela. Veel te vroeg in het jaar. Sneeuw, hagel en regen. Niet echt uitnodigend om een stukje te lopen met bepakking.

Waarom moet ik zo nodig pelgrimeren.

img_7716
img_7728
img_8008

Weken achter elkaar lopen met een zware rugzak op mijn nek en slapen in slaapzalen. Als ik mazzel heb kan dat in het beneden bed anders moet ik een scherp trapje op om in het bovenbed te komen. Naar boven gaat nog wel maar s’nachts in het donker met mijn blote kakkies dat koude trappetje weer af is verdomde lastig. Heel prettig als je twee of drie keer een plasje moet doen. Dan vergeet ik nog even de snurkende mensen. Aan de andere kant het heeft natuurlijk ook wel wat. Ik ontmoet veel mensen die allemaal dezelfde kant opgaan. Als je zo een paar weken met elkaar oploopt krijg je toch een band.

Nu na een paar dagen te hebben doorgelopen met heftige pijn onder mijn knie vind ik het genoeg geweest. Voor mij geen camino meer. Zeven keer  aankomen in Santiago de Compostela is genoeg. Het lopen op zich zal ik zeker blijven doen maar dan met een dagzak en voor mij nieuwe routes ontdekken in Nederland en de rest van Europa. Het gaat mij aan mijn hart om de camino achter mij te laten maar het is goed zo. Ik ben op veel prachtige plekken geweest.

img_7252
img_7247
img_7244
img_7212
P1060535
P1060515
image
image
image
image
Uitzicht

Even een terugblik.

In 2010 mijn grote camino. Ede – Santiago de Compostela. Na drie maanden aankomen bij het plein voor de kathedraal en zeggen: dat nooit meer. Na twee dagen sloeg het virus toe. Wanneer zal ik weer gaan? Deel van de Frances, Vanaf Porto de Poruqués, binnendoor en de kust route en zevenhonderd km op de via de la plata. Een paar keer een pelgrimage georganiseerd voor nierpatiënten en partners van. Alles bij elkaar dus zeven keer Santiago.

Nu weer verder met mijn one year roadtrip through Europe.



HET LIJKT WEL VAKANTIE

Na het stoppen met de camino en het maken van een paar leuke video’s sta ik nu alweer een week aan de boulevard van Valencia. Tenminste dat stond ik. Vandaag na 8 dagen deed de politie een briefje onder de ruitenwisser met de mededeling dat de Sprinter te lang is voor deze plek. Ze komen al die dagen al een paar keer per dag langs, zwaaien vriendelijk maar nu mag het opeens niet meer. Misschien met de komende paasdagen te maken want het wordt wel steeds drukker hier. Achter der boulevard is nog een zanderig parkeerterrein, daar maar gaan staan met zo’n 10 anderen. Maar even terugkomend op de video’s. Ik was een paar dagen bij de alberque van Filiberto in El Cuba de `Tierra del Vino. Dat del Vino zie je toegevoegd aan bijna ieder gehucht. Het is een en al wijn wat de klok slaat hier. Niet alleen de alberque is het werkterrein van Filiberto hij fokt ook Arabische paarden. Daar heb ik een paar video’s van gemaakt. Een hele overwinning voor mij die als de dood is voor paarden. Keer in mijn bil gebeten en dat blijft toch tussen mijn oren zitten. Nu stond ik er middenin. Het is goed gegaan maar mijn angst ben ik nog niet helemaal kwijt. Het blijft toch uitkijken. Het dochtertje van Filiberto was vijf toen ze geschopt werd door een van de paarden. Ze heeft het niet overleefd.

Goed, het weer bleef slecht en ik besloot om door te rijden naar de kust en wel naar Valencia. Ik ben er al een paar keer geweest en blijf het een lekkere stad vinden. De reis er naartoe was een ramp. Super slecht weer en ik was dan ook blij er te zijn.

Nu sta ik dus heerlijk en wel met mooi weer aan het grote strand van Valencia. De boulevard is zo’n 4 km lang, prachtig bestraat en met speelse stukken er tussen. Wat mij opvalt is dat de Spanjaarden behoorlijk sportief zijn. Vroeg in de morgen wordt er al flink op diversen manieren gelopen. Hard, met stokken, snelwandelen en gewoon kuieren. Ik doe op het strand mijn oefeningen, je moet toch een beetje fit blijven en sluit af met een koude douche. Het is even schrikken, het is echt koud maar je huid gaat wel lekker prikkelen. Eens zei iemand tegen mij, iemand die zegt dat hij koud doucht vertrouw ik verder ook niet.

En zo vliegen de dagen om. Wat filmen er is genoeg materiaal hier en editen. Een van de video’s is een gewone zondag aan het strand van Valencia.

En zo vloog maart ook weer voorbij.

beleef je droom blog reisblog

Wat is een bikkel?

In het woordenboek staat: doorzetter die hard is voor zichzelf en anderen. Het betekent ook: doorzetter, doorbijter, kanjer. In dit stukje en zeker in het you-tube filmpje gaat het over een kanjer en doorzetter. In september mag ik weer meelopen met een groepje nierpatiënten naar Santiago de Compostela. Dat doe ik vanaf 2013 ieder jaar en in dat jaar wilde Elisabeth eigenlijk ook al mee maar dat kon door haar fysieke situatie niet. Maar het bleef kriebelen en nu een jaar na haar derde niertransplantatie gaat zij ervoor. Niet alleen voor het lopen maar ook voor haar hondenschool. Kijk naar het filmpje en zie en hoor haar verhaal.

blog video

Dit is het dus

Ik heb een beetje zorgen. De zes jonge honden van onze groep hebben gisteren 37 km gelopen en vandaag moeten/mogen ze weer minimaal 25. De eerste blaartjes en andere nare dingen kondigen zich aan. Om niet al te laat in SDC aan te komen moeten we op tijd beginnen. We staan vroeg op maar voor je ontbeten hebt is het toch alweer half tien voor we gaan lopen. De opdracht voor vandaag is om twee uur in stilte te lopen. Ieder is met z’n eigen gedachtes bezig. 


Ondanks PHPD (pijntje hier pijntje daar) loopt het lekker. De temperatuur stijgt en het tempo daalt. Maar we hebben de tijd. 


Het is al avond als we in Santiago aankomen. De rugzakken gaan van de rug en we staan op het plein van de grote in de steigers staande kathedraal. Is iedereen nu blij? Het is fijn dat je er bent maar het is ook over. Hier blijkt gewoon weer dat Santiago niet het doel is maar dat de weg het doel is. Ik had mij geen zorgen hoeven maken, iedereen deed het gewoon. Wat is het woord ervoor? Kanjers? Doorzetters? Karakter?




Eerst eten in het restaurant voor pelgrims, Manolo en tegen half elf zijn we in de grote alberque. Moe maar voldaan. 


Morgen met de bus naar Cee en dan nog een stuk lopen naar het einde van de wereld, Finisterre. 

blog op weg naar Santiago de Compostela reisblog

iPhone dood door snoertje. 

Nog 10% geeft de iPhone aan. Snoertje erin, er gebeurd niets. Er komt een mededeling, uw kabel is geen originele. Het originele werd wat slecht dus om geen risico te lopen koop ik in de week voor ik vertrek nog een powerbank en een nieuw snoertje om op te laden. Bij Coolbleu voor elf in de avond besteld de volgende dag in huis. Het snoertje niet echt goedkoop. En nu einde gebruik van de telefoon. Alles staat hierin, adressen, routes,  het is mijn fototoestel, GPS en ik tik mijn blog erop. Geen contact meer met mijn lief, niet meer bereikbaar. Ik kan nog net mijn lief inlichten dat ik voorlopig niet bereikbaar ben. Die nacht droom ik veel en in iedere droom komt dat snoertje voor. Kun je zien hoe je daar mee bezig bent. De volgende morgen ga ik op pad met een een heel ander gevoel, ik kan ook niet meer zien hoe laat het is. Dit wordt echt loslaten. Gisteren ontmoette ik een Duitse man die ook een iPhone heeft. Misschien kan ik zijn kabeltje even lenen, natuurlijk zie ik hem vandaag niet. Harry loslaten, dit zal de bedoeling zijn, even helemaal alleen, geen contact met het thuisfront. Maar wat is dat toch moeilijk. Ik heb alleen over de camino al een paar app’s, nu alles alleen uit het boekje.  Maar het went, ook zonder GPS die ieder half uur aangeeft hoeveel km ik gelopen heb voel ik het nu wel aan mijn voeten. Het is vandaag maar 12 km naar Carcaboso.  Mooie alberque, de hospitalero zegt: free wifi, het wachtwoord staat daar, bedankt. Ik  ga nog op zoek naar een telefoonwinkel maar die is hier in dit gehucht natuurlijk niet. Het zal wel Salamanca worden. Verder was deze dag best wel positief. Het enige vervelende is dat mijn been steeds warmer en dikker word.  Daarom vandaag weinig km.  Dat was gisteren, vandaag begint goed, ik zit te ontbijten in een bar en zie een Spanjaard met een iPhone en hij heeft een oplader bij zich. Die mag ik even lenen zolang hij daar zit. Als ik 10% heb stapt hij op. Kan ik tenminste weer foto’s maken, verdere data uit dan kun je er een tijdje mee doen. En om het helemaal kompleet te hebben is er hier in het hostel ook iemand met een snoertje, hij is nu 100% vol. 

En dan de dag van vandaag. Het is droog en een heerlijke temperatuur om te lopen. Ik moet 22 km en loop heerlijk alleen. Overal ooievaars nesten met daarin ook nestjes van mussen. Een soort flat dus eigenlijk. Heb geprobeerd het op de foto te krijgen maar het is moeilijk te zien. 

  
Dit is een van de mooiste dagen tot nu toe. Loslopende runderen en voor mij als liefhebber van speciaal gevormde bomen genoeg te zien. Kan wel blijven fotograveren. 

  

Er staan honderdduizenden gekleurde bloemetjes in het hoge gras. Met dit wonderschoons komen de dagdromen vanzelf. 

  
Ik loop hier met mijn geliefde en heb in de rugzak van alles bij mij. Lekker wijntje, druiven, kaasje en natuurlijk een poncho/tarp die je heel goed als kleed kunt gebruiken. We zijn omringd door die heerlijk geurende bloemen en achter ons stroomt een beekje. We voeren elkaar druiven en veel meer lekkers. We spelen een tijdje in het water en natuurlijk bedrijven we de liefde, een met de natuur. Zo moeten Adam en Eva zich gevoeld hebben in het paradijs. Jammer van die appel. En door aan die appel te denken sta ik weer in de werkelijkheid. Met mijn schoenen soppend door de modder. Het is prachtig weer maar alles is nog verzadigd door de langdurig gevallen regen. 

  
Het is zwaar lopen, moeilijk om beekjes heen en de modder zuigt. Mijn scheenbeen word nu echt vervelend en ben dan ook blij als in na 22 km bij de beroemde triomfboog van Cáparra sta. Een 9 meter hoge boog uit de Romijnse tijd. Nu zijn het ruïnes maar toen was hier een belangrijk stadje. Je ziet nog de grondvesten van de gebouwen en resten van een brug uit de eerste eeuw over de Ambros rio. Toen en nu nog steeds loopt de via de la plata onder de boog door. 

  
Vanaf deze plek word ik heel luxe opgehaald door een auto van een hostel en morgen weer afgezet. Anders zou ik vandaag 40 km moeten lopen en dat gaat echt niet met mijn been.  

 
  

  

blog reisblog wandelblog

Het einde van de wereld

De hele camino worden we gestuurd door gele pijlen. Overal op de route staan gele pijlen geschilderd die je de weg wijzen. Vandaag lopen we het laatste stuk naar Finsterre. Dit betekent het einde van de wereld. Ook daar naartoe overal gele pijlen. Gisteravond hebben we in het hotel, ja we slapen in een hotel een overheerlijke paella gegeten. Paella is een specialiteit uit de omgeving van Valencia, zou hij hier ook lekker zijn. Nou verrukkelijk, de kokkin is opgegroeid in Valencia en heeft dit recept van haar moeder met speciaal voor de pelgrim er een Jacobsschelp in verwerkt.

image

Met deze goede ondergrond beginnen we aan de laatste etappe. Het waait lekker en het zonnetje probeert door te breken. In Cee beginnen we direct aan een leuke klim maar wat een prachtig uitzicht heb je dan op de baai. De zon breekt op verschillende plaatsen door het wolkendek en door die gaten zie je de zonnestralen als pijlen uit de hemel. Machtige golven en een donkere achtergrond van rotsen. Wat heerlijk om hier te mogen lopen. Het laatste stuk lopen we over het strand dat vol ligt met zulk prachtig wier waarin schelpen vergroeid zitten. Kunst op het strand.

image image

De schoenen uit en met je blote voeten door het water en gemasseerd worden door het ruwe zand. Maar ook hier komt een eind aan. Nog drie km tot aan het echte einde van de wereld. Een plek met grote rotsen waar je pelgrims ziet zitten met ieder zijn eigen gedachten. Sommige verbranden er kledingstukken, schoenen of andere dingen.

Hier geef je sommige dingen een plek en sluit je een hoofdstuk af. Hier aan de Costa del Morte voel je je klein. Hier eindigt onze pelgrimage. We eten een punt van de tarte Santiago en stappen in het busje om terug te rijden naar Porto. We zijn allemaal een ervaring rijker en ik weet zeker dat dit niet het einde van de weg is.

reisblog te voet naar Santiago de Compostella waarloopjijwarmvoor

En dan zijn we er bijna

De “ toevallige “ alberque is een schot in de roos. We eten redelijk lekker en we krijgen ook nog een slaapmutsje van het huis. De volgende dag moet er 20 km gelopen worden dus vroeg op pad. We zien een prachtige lucht en het belooft weer en mooie dag te worden. De eerste 12 loopt Anneke mee en ik mag het tweede deel doen. Marga heeft vandaag weinig energie, er moet veel geklommen worden en door goed naar haar lichaam te luisteren, neemt ze het moedige besluit om ook na 12 km in het busje te stappen. We gaan slapen in Padron waar het weer erg druk is, maar gelukkig vinden Marga en Anneke een geschikte slaapplek voor ons achten. Na 20 km besluiten de anderen om nog 5 km door te lopen, ik haal ze dan op dat punt op en de volgende dag is het 5 km minder naar Santiago. Waarschijnlijk zijn die extra km voor Rob net teveel geweest, als hij op zijn bed gaat liggen wordt hij misselijk en moet overgeven.
De spiegels in Spanje zijn denk ik niet zoveel gewend want als Annie in haar evakostuum uit bad stapt en in de spiegel kijkt valt deze spontaan van de muur in gruzelementen. Een andere versie is dat zij tijdens het lopen zichzelf een spiegel heeft voorgehouden en geen spiegel meer nodig heeft. Je kunt zelf je eigen versie kiezen.
We zitten aan een alweer welverdiend biertje als Rob zich bij ons voegt. Nog steeds niet lekker, geen trek en nergens zin in. Marga komt aan strompelen, die is gevallen op de rand van het gladde bad, gelukkig niet aan de kant van haar donornier, maar wel pijnlijk blauw.
Rob gaat naar bed en de anderen laten zich culinair verwennen in de plaatselijk pulperia.
De volgende ochtend maken we de balans op. Marga kan met die heup echt niet 21 km lopen en Rob moet ook opgeven. Dat doet zeer als je bijna in SdC bent. Mijn verstuikte voet is weer helemaal pijnlijk zodat ook ik niet lopend SdC binnen zal komen.

imageimage

De vier “gezonde” partners gaan op weg om het laatste stuk te lopen. De laatste dag en een van de moeilijkste etappes. Als je in SdC aankomt denk je er te zijn maar dan moet je nog bijna drie km door een nieuwbouwwijk lopen.
En dan zijn ze er, omhelzingen, tranen en een gevoel van,Yes.

op het plein voor de kathedraal

op het plein voor de kathedraal

Rob en Marga hebben inmiddels hun credential binnen en de anderen kunnen die nu ook ophalen. Boven het registratiekantoor heeft het Jacobsgenootschap een huiskamer waar we door twee vrijwilligers met koffie en thee en een Hollands koekje worden ontvangen.

wachten in de rij voor je credential

wachten in de rij voor je credential

We slapen in een oud seminarie boven op een berg. Hier slapen zoveel pelgrims, het is een heel apart sfeertje. In SdC eet je als pelgrim natuurlijk bij Manolo, goedkoop, lekker maar wel snel. Dat is niet erg want op het plein van de grote kathedraal is een muziekgroep in klederdracht de sterren van de hemel aan het spelen. Je kunt niet stil blijven staan, je moet dansen, bewegen.
Zondag gaan de meesten naar de mis en ze hebben de mazzel dat het grote wierookvat door de kerk geslingerd wordt. Souvenirs inslaan en dan gaan we op weg naar Finisterre waar we zullen slapen en morgen nog een mooie route lopen van Cee naar Finisterre..

image  image

reisblog te voet naar Santiago de Compostella waarloopjijwarmvoor