Limoncello tijd.

In Italië heerlijke limoncello gedronken  en daar ook van een restauranteigenaar een goed recept gekregen om het zelf te maken. Nu maak je dit van 96% alcohol en die kan je hier in Nederland niet kopen. In Italië koop je die gewoon in de supermarkt. Heel lief hebben een paar vrienden een paar flessen voor ons mee naar Nederland genomen. Vandaag was het echt weer om te beginnen met het maken van de limoncello. In de mooie tuin van B&B “De Bosakker“. Het leek wel Italië, grote houten tafel in de tuin en samen de citroenen raspen en/of heel dun schillen en dit onder toeziende ogen van de gezellig rondstappende kippen en hun haan. Voor de twee liter alcohol gebruikten we de schilletjes van 10 citroenen.



Dit zit nu samen in een glazen pot en daar blijft het 20 dagen. Proeven is er nu dus nog niet bij, geduld. Na deze 20 dagen dagen voegen we 1600 gram suiker opgelost in 2 liter mineraal water toe en dan weer twee weken wachten. Over vijf weken komt dan het spannende moment van het proeven.


Wil je het zelf ook een keer maken? Hier het recept.

  • een liter alcohol, mag eventueel ook Vodka van 40 % zijn
  • 7 citroenen
  • 800 gram suiker
  • 1 liter mineraal water

Was de citroenen, schil ze zo dun mogelijk, het wit geeft een bitter resultaat dus alleen de gele schil. Doe de schillen in een weckpot en doe de alcohol erbij. plaats de pot zo’n 20 dagen op een donkere koele plek, af en toen een schudden. Na deze dagen een pannetje met het water en de suiker aan de kook brengen, af laten koelen en dan toevoegen aan de inhoud van de weckpot. Filter het door een koffiefilter en schenk het in een paar zeer schone flessen en sluit deze af. Na twee weken is je limoncello gebruiksklaar. Even in de vriezer en ijskoud schenken. Proost.

In de tuin staat ook een boom met vlierbloesem. Daar kun je ook hele fijne dingen meedoen. Wat te denken van vlierbloesem champagne en vlierbloesem likeur maar daarover een andere keer meer.

Advertenties

Oma wordt negentig.

Dit is vast de video van Assisi.

We zijn op weg naar een nieuwe bestemming in de buurt van Assisi. Natuurlijk gaan we niet over de snelweg maar lekker binnendoor. Een zogenaamde groene weg. Het is zondag, lekker rustig rijden. Ik zit op mijn gemak naast de bestuurder. Toen ik bij het verhuur bedrijf mijn rijbewijs moest laten zien bleek dat mijn rijbewijs net een maand verlopen was. Oei. Maar goed, we rijden alweer een uurtje en ik krijg zomaar de geur van sterke koffie in mijn neus. Hier in Italië weten ze pas echt goed wat koffie is. Tot nu toe alleen maar heerlijke sterke en ook goed van temperatuur. Net zoals in Spanje weten ze hier voor een cortado of espresso machiato kwaliteit te schenken voor gemiddeld een euro. Maar goed de geur zat in mijn neus en we stopte in Citta della Pieve. Ook weer een verrassing. Een prachtig oud stadje met natuurlijk een grote kerk waar net een doop gehouden was. De trotse ouders stonden buiten en lieten alles maar eens over zich heen komen. In dit stadje bevindt zich een kleine winkel met in de kelder een klein museum waar alles over saffraan te zien is. Saffraan het super dure product van een soort krokus. Van saffraan wordt ook een likeur gemaakt, L’Amor. In het reclame filmpje van deze likeur zie je een stoffig stel. Beide in pyjama en zij een hoofd vol krulspelden. Er wordt aangebeld en er wordt een doos met deze likeur bezorgd. De man schenkt twee glazen vol en drinkt de zijne vast op. De vrouw staat haar tanden te poetsen en ziet plots het glas op het randje staan. De man ligt al in bed, de vrouw neemt een paar slokjes en een metamorfose volstrekt zich. Ze gooit haar krulspelden weg en van een stoffig stel wordt het een stel waar de passie vanaf spat.


We rijden weer verder en na anderhalf uur rijden hoor ik een vreemd geluid, het blijkt mijn maag te zijn die om verse aanvoer vraagt. Gelukkig zien we al snel een bordje met de aankondiging van een restaurant. Het ligt iets verder van de weg dan gedacht, een klein kronkelig weggetje omhoog dat overgaat is een grindweg. Hoger en hoger gaat het, hier een restaurant? Weer een bocht en daar ligt het, een soort kasteeltje, het lijkt niet echt een eenvoudige uitspanning. Maar ach, toch maar even kijken. Chique van buiten maar binnen een heel andere uitstraling. Het is een restaurant waar je voor een bepaalde prijs je te goed kan doen aan een hele boel spijzen. We hebben trek dus dit gaan we maar eens proberen. Niet verkeerd en we zijn ook niet de enigen die deze gelegenheid gevonden hebben. Achter ons aan een lange tafel zit een familie die waarschijnlijk ook van de likeur L’Amor gedronken heeft. Het is een zeer grote familie die hier is om de verjaardag van oma te vieren, zij is of wordt 90 jaar.


Een druk heen en weer lopen en stoeien van de achter kleinkinderen. Leuk om te zien hoe het verouderingsproces werkt. Er zijn vier generaties van vrouwen die wel lijken gekloond maar telkens twintig jaar ertussen. Oma heeft misschien jaar na jaar op het land gewerkt want ze is helemaal krom. De bovenkant staat in een hoek van 90° vanaf haar taille. Haar ogen kunnen alleen naar beneden kijken. Wij staan op het punt te vertrekken als er een taart met een 90 jaar kaars erop binnen gebracht wordt en flessen bubbels. Wij moeten meedoen, proosten en natuurlijk foto’s maken. Zo zie je maar dat de leukste momenten die zijn van het onbekende.

We rijden nu in Umbrië en dit is een heel ander landschap dan het Toscane waar we vandaan komen. Toscane lijkt een schilderij, mooi ordelijk, lieflijk. Umbrië is ruiger, hogere bergen meer het land waar ik van hou. Aangekomen bij ons gehuurde stekkie blijken de uitbaters een Nederlands stel te zijn die drie jaar geleden hier naartoe gekomen zijn. Hans en Josephine ontvangen ons met een heerlijk koel glaasje Prosecco. Het is een ruim appartement met een mega tv en twee mega baden. Het ligt aan een kleine weg tussen de druivenvelden. Het bijbehorende zwembad laat ik maar voor wat het is, nog een beetje te koud.


Het is inmiddels 1 mei, hier een dag die gevierd wordt. Wij gaan lopen naar Bevagna zo’n  zes km. Het is weer een oud Romeins stadje met dito kerken. Het is druk met Italiaanse dagjesmensen. Vrije dag hè. Hans heeft een reservering bij een goed restaurant gemaakt voor ons, dus daar hoeven we ons geen zorgen over te maken. We kunnen alles hier eens goed bekijken. Het stadje is nog geheel ommuurd. Ook hier weer vanaf de hoofdstraat allemaal kleine zijsteegjes met kronkels en trappen. Veel kunst in de kerken.


We zitten in het restaurant en zijn de enige. Het is voor Italiaanse begrippen vroeg. Als wij ruim twee uur later klaar zijn is er nog steeds niemand bijgekomen. Bij het afrekenen zegt de kok speciaal voor ons open te zijn gegaan. Dat is service.

Topwijn en slobberwijn

Het is eind van de ochtend en ik ben op weg naar Poliziano. Dat is niet Italiaans voor politie maar het is een wijnhuis en wel een van een hoge kwaliteit. Na een lange zoektocht en informatie van mijn gastvrouw de Engelse Laura kom ik uit bij twee totaal verschillende wijnhuizen. De eerste is dus het luxe wijnhuis Poliziano. Wij zijn met zes personen om onze mening te geven over vier wijnen. De inrichting van de wijnhuis waar we gaan proeven is strak en heel modern. Grote glazen staan al klaar en de eerste wijn wordt ingeschonken. Neus goed in het glas, draaien en dan het eerste slokje in de mond ronddraaien, eigenlijk meer kauwen. Spannend. Dit is een nog jonge wijn, lekker om te slobberen maar geen hoogdraver. Dit is een blend, een mix van verschillende soorten druiven maar we komen hier voor de topklasse en die komt dan ook. Het is de Vino Nobile di Montepulciano DOCG. Ja dat is is een hele mond vol. Dat DOCG staat voor gecontroleerd en…..gegarandeerd. Je moet je als wijnboer hier strikt houden aan allerlei regels en die worden dus gecontroleerd. Bij deze wijn krijgen we een heerlijk stukje zeer oude pecorino kaas. Een perfecte combinatie. Na deze kaas smaakt de wijn nog beter. Deze wijn ligt eerst 20 dagen in een stalen tank en dan minstens 20 maanden in een eikenhouten vat. We hebben de mazzel dat twee van onze meeproefers met de camper zijn, zij zijn zo vriendelijk mijn gekochte wijn terug naar Nederland te rijden.


Een paar uur later ben ik in Montefollonico waar je trouwens voortreffelijk kan eten bij 13 Gobbi, een soort grote huiskamer. Bij wijnhuis Cantine Innocente worden we ontvangen door de eigenaar Victorio, verweerde bruine kop, donkere stem. Zo zie je de wijnboer voor je, die in de volle zon zijn druiven controleert, inspecteert en door zijn wijngaard loopt. Het begint al heel anders dan bij de vorige, we duiken de donkere kelder in en de grote tafel waaraan geproefd gaat worden staat tussen de diversen vaten en flessen. Op tafel een kan water en droge wat zoutige koekjes. Op zijn gemak maakt Victorio de eerste fles open en schenkt bij iedereen een half glas in. Dit is een wijn die je al in de morgen kan drinken. Eenvoudig maar toch nog wel 14%. Voor mij een wijn als ik sta te koken, gewoon in een slobberglaasje. De tweede wijn is al wat zwaarder en de derde is voortreffelijk. Vooral heerlijk bij een mooi stuk(je) vlees. Klaar? Nee. Nu komt de echte verwennerij. Twee soorten vinosanto. Zo uit het vat. Vinosanto is een dessertwijn, zoetig en deze lijkt een kruising tussen zoete sherry en port. Daar wil ik wel van beide een flesje van meenemen. Ze moeten nog op de fles maar geen probleem, Victorio komt ze morgen persoonlijk afleveren. Hoe zou het toch komen dat de dames achter de kassa in de supermarkt zo nors zijn en de mensen die in de “wijn” werken zo vrolijk?


De volgende morgen hebben we al om 10 uur de volgende afspraak bij een wijnhuis. Dat wordt dus wekker zetten. Tien minuten te laat komen we aan bij wijnhuis Tenuta Valdipiatta. In Montepulciano hadden we een heerlijke droge witte wijn gedronken en die wordt hier gemaakt. We worden ontvangen de door de Russische Swetlana die alles van deze wijn schijnt te weten. Ze spreekt goed Engels maar door de Russische tongval toch moeilijk te volgen. En daar zit je dan net een beetje wakker je best te doen om interessant te kijken en te proeven of je een professional bent. Ook om deze tijd is de witte wijn net zo lekker als in de middag in Montepulciano en weer een doosje gekocht voor thuis.

​https://youtu.be/CSK1zlSafPY
Zo, meer plaats is er in de camper niet. Volgend jaar toch nog eens terug met ons eigen Sprintertje?

Montepulciano en omgeving

Waar ga je naartoe in Italië. Ik ga naar Montepulciano. Dat is prachtig daar, hoor ik dan van iedereen. Dat zal ik dan maar eens zelf gaan bekijken. Vanaf Florence is het anderhalf uur rijden naar onze bestemming. Een heerlijk huis met uitzicht op de wijngaard. 

We zijn hier natuurlijk voor het mooie landschap van Toscane maar dat niet alleen. Het eten en de wijn schijnen hier ook niet te versmaden zijn. Maar voor ik daar aan toe kom eerst een stuk lopen. Er loopt een traditionele route hier in de buurt. Niet zo lang maar wel erg mooi. Hij begint op een historische plaats, de Abdij van Sant’ Antimo. Deze Abdij schijnt gesticht te zijn door Karel de Grote in 781. Het verhaal wil dat hij op de terug weg uit Rome ontdekte dat zijn manschappen een mysterieuze ziekte hadden. Hij kreeg een droom waar in hij waarnam dat een drankje gemaakt van locale kruiden zou helpen tegen de ziekte en ja het hielp. Uit dankbaarheid bouwde Karel, de grote kerk. Even in de prachtige kerk kijken en daarna weer snel naar buiten waar echt heel oude bomen staan. Daar geniet ik echt van. Die reuzen met die super grote wortels. Bomen die geaard zijn. Hier bij die “wachters” begint de trail naar Montalcino. 

  

Foto Ingrid de Vries



Vooral in het begin veel de hoogte in over ruwe met ongelijke stenen belegde weggetjes. Ik merk dat ik mijn klimconditie een beetje kwijt ben. Af en toe even stoppen om foto’s te maken helpt. En uitrusten en er dan ook nog een foto aan over houden.


 Na drie uur ben ik in het oude stadje Montalcino. Het middeleeuwse stadje staat vooral bekend om zijn wijn, de beroemde Brunello di Montalcino. Het ligt boven op een heuvel en heeft een middeleeuws verdedigingswerk de Rocca. Het glas Brunello smaakt wel heel erg lekker na deze kleine tocht.

De volgende dag is Montepulciano aan de beurt. Ons huis ligt hier anderhalve km vandaan. Dit stadje ligt op een van de hoogste heuvels van Toscane. Je moet best wel goed ter been zijn om hier rond te kunnen kuieren. Hele steile steegjes, trappen, dus klimmen en dalen. Midden in het centrum ligt het Piazza Grande met enkele prachtige gebouwen. Vooral de Duomo de Santa Maria is een opvallend gebouw. Deze kathedraal is gebouwd in de twaalfde eeuw maar al in de achtste eeuw was er al een doopkapel op deze plaats.


De kerk ziet er aan de buitenkant een beetje saai uit maar binnenin zie je prachtige schilderijen, grafmonumenten en fresco’s.

Precies tegenover deze kerk is een nieuwe winkel waar je zeker naar binnen moet de Urban Bikery. Hij was pas drie dagen open dus ik had mazzel. Het is een jonge onderneming waar ze retro elektrische motoren verhuren. Je hebt in deze omgeving echt wel ondersteuning nodig, we heten niet allemaal Kneterman of Jan Jansen.

Iets terug aan de Via Ricci nr 9 is een prachtige wijnkelder die gratis toegankelijk is. Er werkt hier een Nederlands echtpaar die veel kan vertellen over de wijnen die hier opgeslagen liggen. Hele grote kelder vol met gigantische vaten. Hier vind je ook de beroemde Vino Nobile di Montepulciano gemaakt van de Sangiovese druif die bijna uitsluitend in Italië voorkomt.

Let op de geest in de muur die toezicht houdt op de wijn


In de Via dell’Opio del Corso op nr 12 is een leuke gallery gevestigd. Het is de gallery van Gessica la Piro. Een kleine smalle gallery waar de trotse vader van de artieste mij een rondleiding geeft. 


De eerste dagen van deze culturele en culinaire twee weken zijn mij goed bevallen. De komende dagen ga ik een wijntour maken langs verschillende wijnhuizen.

Wie doet ermee?


Ik loop 20 km voor de draagbare kunstnier. Loop jij mee doormiddel van een donatie?  Het verslag van deze dag volgt. 

Geluk


Een verrassing in het dagelijks leven kan stimulerend werken, maar een verrassing in een vaststaand schema kan schrik aanjagen


Heenreis Schiphol – Stockholm 

 Nadat ik ben afgezet op Arlando stap ik weer een heel andere wereld binnen. Het lijkt wel of veel mensen toch wat zenuwachtig zijn. Er wordt op borden gekeken, heen en weer gelopen en vooral de toiletten worden druk bezocht. Dan is daar de rij. Je denkt eerst een doolhof in te gaan maar het zijn allemaal met linten afgezette banen. Iedere keer weer een bocht om en dan kijk je telkens weer in de zelfde allemaal ernstig kijkende gezichten. Riemen worden vast afgedaan, broekzakken leeggehaald en sommigen doen hun schoenen uit. Dan ben ik eindelijk bij het poortje. Mijn electronica in een bak, mijn jas, rugzak en koffertje in andere bakken. Dan krijg ik het bevel om door het poortje te lopen en ja hoor, een grote piep. Hoe is dat nu mogelijk, alles is uit mijn zakken, heb geen metalen in mijn lichaam, alhoewel, ik heb wel vis gegeten. Dat wordt dus fouilleren. Er staat een niet onaardige vrouw maar die mag het niet doen. Er wordt een mannelijke collega bijgehaald. Gelukkig kan ik goed tegen kietelen en er wordt niets gevonden. Wel nog even mijn koffer openen en ook daarin zit niets. Ik mag door, ik ben geslaagd.


Na deze beproeving sta ik opeens in de wereld van de luxe. Shops met de “betere” merken. Nou ja beter? In ieder geval duurder en ik sta zomaar, hoe is het mogelijk in de electronica winkel. Oei. De ene na de andere gadget kijkt mij smekend aan. Ja wat moeten jullie? Koop mij, nee koop mij lijken ze allemaal te zeggen. Nu kom ik de laatste tijd nogal eens op vliegvelden, dit is dit jaar alweer de derde keer en iedere keer sta ik stil bij de Bose koptelefoon. Deze dempt de geluiden van buitenaf ook al heb je geen muziek aan. Dit is zeker met het monotone motorgeluid wel prettig. Tom gebruikt hem al jaren, zelfs in de auto. Heel rustgevend. Alleen de prijs van ruim driehonderd euro schrikt mij toch wel af. Hoewel Boseje mij smekend en met tranen aan kijkt wijs ik hem toch af. Om toch niet iedereen teleur te stellen koop ik de mij aankijkende reep chocolade, maak je toch nog iemand blij.

Intussen staat er al een hele rij van mensen die ook graag mee willen. Ik ga op een bankje zitten en kijk heerlijk naar al die verschillende mensen die voorbij komen. Na zo’n twintig minuten komt er beweging in de rij, we mogen boarden, je mag dus het vliegtuig in. Ik sluit aan, wordt alleraardigst in het Engels begroet door de Nederlandse crew. Het is donker en ik zit lekker aan het raam met twee rijen achter mij een zieke huilende baby. Wat kun je toch schreeuwen als je ziek bent. De man die ernaast zit krijgt een andere plaats aangeboden. Die Bose zou nu toch wel erg van pas komen. Dan moeten we nog even wachten op een passagier die toch maar besloten heeft om niet mee te gaan en tien minuten te laat vertrekken we dan toch.

In het middenpad komt dan een stewardess staan die een carrière bij het mimi theater is misgelopen. Ze geeft een fantastische show met een zuurstofmasker en ze doet zelfs een zwemvest aan. Jammer voor haar dat iedereen gewoon doorgaat met op zijn telefoon te kijken of een enkeling die een papieren boek zit te lezen.

Zoals je weet zijn er verschillende soorten nieren. We kennen de gezonde nier, de cyste nier en hier de vliegenier. Deze laatste is de bestuurder van dit vliegtuig en deze keer is het een V. Ze heet ons welkom op de vlucht en is wat echt een uitzondering is heel goed te verstaan. De meeste mannen brabbelen maar wat maar deze vrouw spreekt duidelijke taal. Met een hels kabaal van de motoren racen we over de startbaan en binnen de kortste tijd vliegen we echt. Op weg naar Nederland.


Op de heenweg kregen we alleen een plakje cake en een bekertje koffie maar nu twee heerlijke bruine boterhammen met Hollandse kaassmeuri, water en een flesje wijn. Wat een verwennerij. De baby is inmiddels in slaap gevallen, ik zit lekker te schrijven met een glaasje erbij dus wat wil een mens nog meer, ja snel naar mijn lief. We zijn inmiddels weer aan het dalen, mijn oren zitten weer dicht. Het was een prettige vlucht met onze nationale trots, de KLM.

Stockholm anders

Denk je aan Stockholm dan denk je al snel aan de Gamia Stan oftewel de oude stad met zijn vele monumenten. Storkyrkan-de grote kerk, het paleis, Köpmangatan dat is de Verkopersstraat. Het vele water met zijn mooie oude houten schepen en natuurlijk de Koninklijke musea. Maar voor dit alles ben ik vandaag niet in Stockholm. Ik ben er voor ABBA. Wie kent ze niet de Zweedse popgroep met Björn, Benny, Anni-Frid en natuurlijk Agnetha. Stiekem waren veel mannen behoorlijk onder de indruk van haar en ik moet bekennen, ik was ook wel behoorlijk gecharmeerd van deze blonde Zweedse. Het is gek dat als je het hebt over de Zweedse vrouw deze altijd hoogblond is alleen zie je veel meer donkere vrouwen hier in Stockholm. Maar goed ik dwaal af. Ik ging dus naar het ABBA museum. Ja een echt museum waar je alles te weten komt van dit populaire viertal.

  
Natuurlijk hoor je overal de muziek. Allen hadden voor ze ABBA vormden al een eigen carrière. Benny zat bij de toen ook succesvolle formatie De Hepstars, Björn zat bij de Hootenanny Singers, Anni-frid had ook al een nummer 1 notering maar de bekendste was toch wel, ja daar is ze weer, Agnetha. Met z’n vieren hadden ze al heel wat nummer een hits maar de echte doorbraak Internationaal was met het songfestivalnummer: Waterloo. Goed voor een eerste plaats. Daarna kwam alles in een stroomversnelling  natuurlijk ook door de geoliede machine op de achtergrond. Er was constant twee man aan het werk om de extravagante kleding te ontwerpen en maken. Alles op elkaar afgestemd en liefst zo sexy mogelijk. Vaak zeer strakke kleding. Nu is het de gewoonste zaak van de wereld, op het podium zie je de meest gewaagde kleding of zoiets dat in ieder geval aan nog wat kleding doet denken. Maar in de tijd van ABBA zo tussen 1974 en 1983 was het spraakmakend. 

  
  
Ook leuk om te zien is dat veel van de stijl uit die jaren nu ook weer mode aan het worden is. In 1974 had ik dit behang in mijn huiskamer.

Even wat cijfers: 

  • meer dan 80 gouden en platina platen
  • Bijna 400 miljoen platen verkocht
  • Het allerergste album ooit op cd uitgebracht was er een van ABBA 

Kom je toevallig of misschien wel bewust in Stockholm dan is het de moeite waard om dit ABBA museum te bezoeken. Onder de foto’s nog twee filmpjes. Veel plezier met het kijken.

Warme groet en een glimlach, 

   
    
    
 

Waar ben ik

Ergens hoor ik een geluid, ik probeer het weg te stoppen maar dat lukt niet. Het gaat maar door. Langzaam word ik wakker, het blijkt mijn telefoon te zijn die op de wekkerstand staat. Ik kijk naast mij, niemand. Ik lig alleen in bed. Langzaam dringt het tot mij door waar ik ben. Het is half zeven en ik ben in Väsby, Stockholm. Omdat mijn lief geopereerd is aan haar schouder en even echt niets mag doen ben ik alleen gaan oppassen, gek woord eigenlijk, nou ja ik doe een paar dingen zoals de kleinkinderen naar school brengen en natuurlijk ook weer ophalen, mee naar zwemles, spelletjes doen, wat kokkerellen, voorlezen, eigenlijk alleen maar leuke dingen. Vandaag gaat Tom nog even mee om uit te leggen waar de school is, ook wel handig om te weten. Het is nu kwart over acht en ik loop al lekker buiten, de kinderen afgeleverd en ik ga eerst maar eens een stukje lopen. Achter de school is een mooi bosgebied en daar zijn wandelroutes uitgezet.

  
Ik kies voor de 10 km. In principe ben ik niet zo’n vroege loper maar nu ik eenmaal bezig ben is het toch wel lekker. De zon schijnt het is een genot om hier te lopen. De sneeuw is pas een paar dagen weg en op de meertjes die hier overal in het bos zijn ligt nog ijs. De weg is drassig en soms moet ik over wat waterstroompjes heen. Er moet flink geklommen worden, niet echt hoog maar wel venijnig. Overal stronken, wortels en schuine stenen. Constant allert blijven anders lig je zo onderuit. Maar dan komt er een makkelijk stukje. Ik loop heerlijk in gedachten als er naast mij een grote vogel met een enorm kabaal opvliegt. Ik schrik mij kapot. Het is goed dat ik een sterk hart heb anders zou je er een hartverzakking aan over houden. 

   
    
    
 

Het zal je maar gebeuren.

Het zal je maar gebeuren: je hebt een prettig leven, sport veel,leeft gezond. Maar dan gebeurt het. Je nieren doen het niet meer, je moet aan de dialyse. Minimaal drie maal per week vier uur gekluisterd aan een machine, zoniet, dan ga je dood.

Het zal je maar gebeuren: je krijgt te horen dat je kind een nierziekte heeft en moet dialyseren. De situatie van het hele gezin verandert. Ook hier weer er is geen andere oplossing dan dialyse, voordat er misschien een donornier is. 

Om deze volwassenen en kinderen met een nierziekte een ” normaler” leven te laten leven maakt de Nierstichtichting zich hard voor de draagbare kunstnier. Alleen de kosten van ontwikkeling is geen kleinigheid. Gelukkig komt er geld binnen van symphatisanten en de Nierstichting organiseert diverse sponsoracties. Een daarvan is een wandeltocht ” De Rode Loper”. Ik loop mee met een team van getransplanteerde nierpatiënten, mensen in pré-dialyse waarmee ik in september weer een pelgrimage-looptocht naar Santiago de Compostela ga maken. Ook in ons team vrienden en familie.  Ons team heet: Kidney Pilgrims. Wij lopen 20 km. 

Nu heb ik een voorstel. Je gaat naar:  Ikgeefvoordedraagbarekunstnier  en je doneert b.v. 5 cent per km, dat is dus 10 euro. Minder en meer is hierbij ook toegestaan. Als die kunstnier er dan is kun je wel lekker mooi trots zeggen dat jij er nog aan meebetaald hebt. 

Namens alle onvrijwillige nierpatiënten vast heel erg bedankt.

Warme groet en een glimlach, 

Harry.

%d bloggers liken dit: