Aankomst Santiago de Compostela

een trailer van de tocht naar Santiago de Compostela

We hebben besloten om vandaag maar direct door te lopen naar SdC. Bijna iedereen is in topconditie en het is volgens het boekje 20,5 km. De hemel moet het licht nog aansteken als we vertrekken uit Pedrouzo. We lopen weer in de gebruikelijke colonne maar al snel loopt het toch uit elkaar. Een paar behoorlijke klimmetjes maar het scheelt dat het nog niet zo warm is. Na 7 km onze eerste stop voor koffie en iets erbij. We scoren nog een paar stempels onderweg en het wordt warmer en warmer. In mijn hoofd had ik opgeslagen dat het vanaf nu vlak zou zijn maar ik heb schijnbaar iets weggestopt want we moeten nog behoorlijk de hoogte in. In Monte do Gozo zijn we nog 4,5 km verwijderd van SdC. We zien busladingen met mensen die naar het monument gaan kijken, 10 min eruit mogen en dan de bus weer in op naar het plein voor de kerk in Santiago. Wij gaan natuurlijk te voet, eerst vanaf de Monte super steil naar beneden, een echte kniekraker, het beste is nog om achterste voren naar beneden te gaan. En dan zijn we er, het is vrijdag dus zwart van de mensen. Bij het kantoor waar je de Compastela kunt bemachtigen staat een rij van een paar honderd mensen. We besluiten om morgen vroeg maar in de rij te gaan staan en nu eerst wat drinken en Se rugzak naar onze slaapplaats te brengen. De alberque is in een oud seminarie, giga groot, om er te komen moet je zeker 80 traptredes op en dan binnen naar de derde verdieping, oeiiiiii. Om te eten weer de stad in en daarna rondlopen en genieten van allerlei straatmuziek. Zaterdag heb ik afgesproken bij het busstation, waar een lid van de Spaanse nierpatienten vereniging mij op komt halen om mij naar Sarria te rijden waar het busje staat. Inplaats van 9 uur wordt het 10:15, maar met een cortado op het terras is ook dat wel uit te houden, je leert hier op de camino wel wat rust is.

De anderen gaan o.a. Naar de pelgrimsmis in de kathedraal met prachtig gezang en mazzel, het gigantische wierookvat gaat heen en weer in de kerk, werkelijk een prachtig gezicht, hij gaat bijna tegen het plafond aan. Morgen gaan we met het busje naar de plaats Cee en vandaar de laatste etappe lopen naar het einde van de wereld, Finisterre.

Foto impressie. Tik op foto voor groter formaat.

Op weg naar Santaigo de Compostela

Melide is een saai stadje, grouw en grijs. Hier komen een paar camino’s bij elkaar en dat is te merken. We zijn toch redelijk vroeg en de alberque waar we willen overnachten is completo. Maar we vinden een ander en deze is ook weer heel mooi. 10 euro P.P. Met ligbad en bidet. Het is zeven

Mini alberque
Mini alberque

image

Paschalia
Paschalia
Peter M
Peter M
image
Bert
Tine
Tine
Ingmar
Ingmar
Gerda
Gerda
Peter J
Peter J

uur en we willen gewoon een lekker maaltje maar bijna alles is nog gesloten, hier wordt laat gegeten. We vinden iets dat open is maar die had beter gesloten geweest. Snelle hap en voor hier erg duur. De koffie, 43 en stuk tarte de Santiago die we ergens anders gebruiken maakt veel goed. € 4,50.

De volgende dag begint met een stevige klim Melide uit. Het is behoorlijk druk op de camino en we komen al steeds dezelfde mensen tegen. Een Amerikaans echtpaar, een paar hele drukke meiden uit Taiwan die van iedereen opnames maken en dan vragen waar je vandaan komt, Japanners, natuurlijk veel Duitsers. Het is vandaag ongeveer 15 km en dat is voor iedereen genoeg. We zijn in Arzua waar veel Alberques zijn. Nee alles is vol hoe is dat nou mogelijk. Uiteindelijk is er een mini alberque iets buiten de stad, de aardige hospitalero van de volle alberque belt die en hij komt ons ophalen in zijn aftands busje. Eerst de bagage en 4 personen dan de andere 4. We komen bij best wel een mooi gebouw en denken, nou niets mis mee, maar dat is schijn, er staan in een soort garage 10 stapelbedden, zo’n beetje tegen elkaar aan en dan nog twee extra matrassen op de grond. Hier gaan dus 22 mensen slapen in een kleine ruimte met twee toiletten en twee douches voor de vrouwen en mannen. Maar we zijn blij een slaapplaats te hebben. Wat veel goed maakt is het eten in een soort familiebedrijfje met de mama in de keuken. Heel lekker drie gangen en rode wijn en water voor 9 euro. We slapen goed en vandaag lopen we 19 km naar Pedrouzo. Peter M loopt met een blessure, het lijkt een soort zweepslag en Tine had voor ze ging al een ontsteking en die breekt nu toch ook weer op. Maar we zijn er bijna, morgen lopen we Santiago de Compastela binnen.

Het is een fijne groep om mee te lopen, goede gesprekken, lol en mooie verhalen.

Op weg naar Santiago de Compostela

De storm viel toch wel mee want iedereen was snel onderzijl en geen kussengevechten. Jammer. Vandaag lopen we van Mecadoiro naar Ventus de Nanon een afstand van 18 km. De eerste koffieshop houden we in Portomarin, dit is een betrekkelijk nieuw stadje alleen de kerk is oud. Het plaatsje lag eerst op een andere plaats maar is onder water gezet door de aanleg van een stuwmeer, een hobby van Franco. Alleen de kerk is steen voor steen afgebroken en op de nieuwe plaats weer neergezet. Het is inmiddels behoorlijk warm geworden en we lopen stevig door. Niet veel horeca onderweg ennnnnnnn behoorlijk de hoogte in. We stijgen 400 meter. We lopen 19,5 km en doen daar precies 4 uur over, de echte looptijd. De sfeer blijft goed, maar iedereen is behoorlijk blij als we bij onze slaapplaats zijn. We hebben nu een kamer waar we alle acht in kunnen. Peter M gaat ver uit mijn buurt liggen want het schijnt dat ik de vorige nacht een aardig bos heb platgelegd. We zijn gelukkig op tijd binnen want een uurtje later barst er een flinke bui, kompleet met onweer los, de stroom valt uit en de eetkamer waar we zitten loopt het water zo langs de muur naar binnen. Binnen een paar minuten staat er een cm water op de vloer. Dat wordt weer allemaal opgedweild door de uitbaatster die trouwens twee opvallend mooie dochters in de bediening heeft werken. Er hangt een groot kapmes aan de muur voor als er opdringerige mannen zouden zijn. 

Vandaag, maandag is een rustdag, we lopen maar 12 km naar Pallas de Rei. Het is droog en na vijf km is er een alberque die wordt gerund door vrijwilligers van de pinkstergemeente. Peter M, Bert en ik lopen vooraan en gaan er naar binnen, krijgen koffie en maken een praatje. Tine die achter ons liep heeft dat niet gezien en loopt door. Als de anderen komen hebben we nog niet door dat Tine er niet is, we denken even aan  toiletteren, maar nee ze is door. We moeten haar bellen, maar dit is de camino, je moet je eigen weg gaan en we laten het zo. Pas in Pallas de Rei als we haar nog niet zien bellen we haar en ja hoor ze staat rustig te wachten voor de kerk waar je een stempel kunt krijgen. Geen centje pijn en heerlijk alleen gelopen met je eigen gedachten, goed gedaan Tine. Om in SdC je Compostella te krijgen moet je minstens t

Stempelkaart
Stempelkaart
Noodweer
Noodweer
Paella
Paella
Portomarin
Portomarin

wee stempels per dag hebben, we gaan dus overal naar binnen om een stempel te bemachtigen.

Hier in P d Rei hebben we weer een eigen kamer voor ons achten, omdat we uit Holland komen krijgen we de oranje kamer.

Morgen lopen we naar Melide een afstand van 15 km.

Camino de Santiago

Ringggggg, piep piep, de wekker, verdwaast probeer ik mijn ogen te openen. kwart over twee, wie bedenkt nu dat je om 4 uur op Schiphol moet zijn. Ik dus. Het is gelukt, ik word door mijn lief weggebracht en daar staan we dan. Zeven partners van nierpatiënten die een deel van de Camino naar Santiago gaan lopen. In Porto regent het, het zal toch niet. Maar de verwachting voor morgen, onze eerste loopdag is goed. We zijn nu in het leuke oude stadje Sarria, op 115 km van SdC. We verblijven in een mooie alberque, vierpersoons kamers. We zijn met drie vrouwen en 5 vijf mannen. Dus ik offer mij op om bij drie naar het schijnt snurkende vrouwen te slapen.En ja

alle drie op verschillende manier snurken en ikzelf ook natuurlijk, tenminste aan mijn mond te voelen de volgende ochtend.

ik hoor een flinke klop op de deur en schrik alweer wakker, het is 10 voor acht en om acht uur zouden we ontbijten, het wordt half negen. We ontbijten voor 5 euro, dat zijn echt andere prijzen dan in Nederland. Espresso 1 euro, glas wijn 1,10 euro en ga zo maar door. Om negen uur beginnen we aan onze eerste etappe. Klein stukje omhoog en dan flink omlaag. Nu is het hier altijd, als je omlaag gaat moet je daarna weer fors omhoog. Het is echt een klimdag, maar mooiiiiiii. Het weer kan niet beter, de sfeer is fantastisch, iedereen loopt te genieten, maar vindt het ook behoorlijk pittig.Zoals gepland stoppen we na 18 km, mooi voor de eerste dag. We zijn op een afgelegen plekje in een leuke alberque. We hebben een 6 persoons kamer en twee plekken op een andere kamer, we besluiten om twee matrassen op de grote kamer erbij te doen en dan gezellig met ons eigen groepje op een kamer. Ben wel benieuwd of er nog een kussen gevecht komt want we zijn wel uitgelaten, storm op komst? Ik kan even niet de adapter voor mijn fototoestel vinden dus de echte foto’s komen nog. Onderstaande foto’s zijn van de alberque.

k

Canada, slot

Na nog een paar heerlijke dagen op Nova Scotia is het weer bijna tijd om naar huis te vliegen.

Dinsdag weer thuis en dan begint vrijdag het volgende avontuur.

Tot dan.

Canada here we are deel 7

Na een aantal dagen van slapen, eten, feesten en drinken is het weer tijd voor wat actie en gaan we voor twee dagen naar Cape Breton Island. Hier is een prachtige trail van zo’n driehonderd km, natuurlijk met de auto, de Cabot Trail. Afgelopen week hebben we maar twee dagen echt gelopen, je moet hier eerst 30 km rijden om een mooie wandeling van 5 km te maken. Je went er wel aan, we hoorde van mensen hier over een lekker restaurant, wel  50 minuten rijden en dat doe je dan zomaar.  Maar dan nu een prachtige tocht waar je echt ogen tekort komt. Uitzicht  

Ja en dan het volgende , we willen een looptocht maken, het is maar 6 km maar wel moeilijke paden. Dan kom je bij het pad en staat er een bord met allerlei waarschuwingen erop. Over beren en vooral over coyotes, wat je allemaal moet doen als je ze tegen komt. Dan zie je wel dat je dat in Nederland niet gewend bent. Stenen in je zak stoppen om te gooien en niet te stil lopen.

image

 

Je loopt toch niet rustig, iedere keer als je wat hoort kijk je om je heen, maar de mooie vergezichten maken veel goed.

we zijn nu in Chéticamp, een vissersdorp en daar moet je natuurlijk lobster eten, wat is dat lekker.

image

 

En en als toetje een prachtige volle maan.

image

Canada here we are deel 6

We gaan vandaag door New Brunswick heen. Deze provincie van Canada is tweetalig. De Garmin staat ingesteld op ” geen snelweg” dus lekker via kleine weggetjes langs oude dorpjes. we volgen de Saint John River en zien veel verlaten huisjes maar ook mooie goed onderhouden houten huizen met de traditionele veranda.We komen langs de langste overdekte brug ter wereld al gebouwd in 1921.Fredericton is een plaats waar we snel doorheen gaan. We overnachten in een B&B in Gagetown, ook dit is weer een dorpje waar je veel ateliers en winkels met kunstnijverheid vindt.Het lijkt wel of ze hier nog rooksignalen gebruiken want als we bij het plaatselijke restaurantje komen weet de uitbaatster al dat we komen en krijgen een speciale ontvangst. Goed dat ik hier niet woon want zo’n sociale controle is niets voor mij. De volgende dag via Sussex, ja je waant je hier in Engeland door het Fundy National Park naar, ja Cris, de Hopewell Rocks. Bij eb lijken de flowerpot rocks grote bloempotten. Wij waren hier met vloed en dan lijken het net kleine eilandjes die boven het water uitsteken. Bij vloed stijgt het water wel 11 meter.

We rijden nu Nova Scotia binnen en vinden een B&B in een heel klein dorpje Lorneville, bij een Schotse vrouw en haar Ierse man. We moeten nog eten en wat daar heel normaal is, je rijdt gewoon een stukje naar het dichtsbijzijnde restaurant. Dat is dus 25 km heen en dan ook weer terug. Of ik woon in Haarlem en ga dan even eten in Amsterdam. Maar wel heerlijk, de waar deze streek bekend om staat, verse lobster, je eet je fingers er bijna mee op. De volgende dag bij het ontbijt, worstjes, pannekoekjes, toast, jam, muffens en koffie, zo kom je de winter wel door. We  blijven weg van de snelweg rijden en via de kustroute komen we eerst in Tatamagouche en historisch dorpje. Hier is een treinhotel, het oude station is nu een restaurant en de wagons zijn hotelkamers, echt heel leuk. Hier zou ook een museum zijn over de eerste mensen, het wordt speciaal voor ons open gedaan en wij verwachten veel over de MicMac indianen te weten te komen, maar daar gaat het helemaal niet over. het gaat over hoe de Engelsen na een 7 jaar durende oorlog de Fransen verdreven. De vrouwen en kinderen moesten blijven en de mannen werden op een boot gezet en kwamen natuurlijk nooit meer terug. De Engelsen zijn daar dus echt trots op.

We gaan nog even naar het uiterste puntje van de Northumberland Shore, cape George en komen om vijf uur bij An’s familie aan in Boyle.

 

P1050711 P1050722 P1050726 P1050730 P1050776

We zijn in Tadoussac en gaan vandaag walvissen spotten. We hebben geboekt op een open bootje met een hele krachtige motor. Ik dacht dat ze dichtbij al te zien waren maar we moeten een heel eind de rivier op. We hebben allemaal een speciaal pak aan tegen de spetters en de kou. Want met die snelheid van de boot is het behoorlijk koud. En ja daar zijn ze dan, nou ja, je ziet meestal alleen de rug wat uit het water komen en eenmaal een die zijn staart laat zien.

image imageMaar we hebben ze in ieder geval gespot, wel een stuk of 6 en dat in drie uur. In de verte zagen we ook nog een stel baluga’s, die zijn wit en zwemmen vaak onderste boven.

we krijgen nog niet genoeg van het water en de volgende dag gaan we met een boot het fjord op, dit fjord is het langste fjord van de wereld met 102 km. We zijn hier nu toch en het scheelt weer een ritje naar Noorwegen. Helaas hebben we geen tijd om het hele fjord af te varen maar we doen er toch ruim 4 uur over en zien zeker de eerste helft mooie dingen. Het tweede gedeelte viel een beetje in het water omdat er enorm veel water naar beneden viel.

image imageDe rotsen zijn prachtig van kleur en als je goed kijkt zie je in de rots een kattenkop.

 

imageimageWe verlaten de provincie Québec en gaan met een ferry naar de andere kant van de Laurensriver. We komen om half zes bij de afvaart aan maar moeten wachten tot half acht, het voordeel is dan weer dat je als eerste op de boot kunt. De overtocht duurt anderhalf uur en we zijn eigenlijk veel te laat bij ons hostel, ja vandaag slapen we in een hostel met stapelbedden, maar we hebben een kamer voor ons twee.

we rijden vandaag door indianengebied, dan komen er toch weer allerlei herinneringen boven over OLd Shaterhand, Winnitou en Arendsoog. En dan toebedenken dat dit de oorspronkelijke bewoners zijn van dit gebied die voor een groot deel zijn uitgemoord omdat een stel Europeanen zo nodig landjepik moesten spelen. Nu hebben ze dan allerlei reservaten waar ze casino’s exploiteren. Helaas heb ik geen echte indiaan meer gezien en moet ik mijn fantasie maar weer aanspreken.

we zijn nu in New Brunswick en hier is het een uur later, dus nu maar slapen.

(wordt vervolgd)

%d bloggers liken dit: