einde van de wereld.

Hoofdstuk 20

Het einde van de wereld.

Nu ben ik dan in Santiago de Compostela. Het is super druk en ik mis de betrekkelijke stilte van de camino nu al. Er staan overal rijen mensen en het is soms schuifelen achter elkaar aan in de smalle straatjes. Door de speciale groep Spaanse mensen met een beperking die hier opgewacht en verwelkomd worden door hele families is het overvol. Het is bijna een gevecht om de kerk binnen te komen. Maar het is gelukt, ik ben binnen en sta te wachten, de banken om te zitten zijn vol, tot de mis begint. Daar komen ze dan, een hele stoet met Priesters en Acolieten. Waar ik onderweg zo’n tekort aan priesters waarnam is er hier een overvloed van. Er staan zeker 10 priesters rond het altaar. Het merendeel is hoogbejaard. Tijdens de dienst, als ze mogen zitten, zag ik twee van de priesters een tukje doen. Ik heb meer oog voor dat tafereel dan voor de rest. Ik zag ze iedere keer wegzakken en als er dan weer een ander onderdeel in de mis kwam schrokken ze wakker, maar even later viel dat hoofd dan weer naar beneden. Misschien is dit een soort dagbesteding voor priesters met emeritaat.

Tijdens de mis wordt er ook gezongen en ik heb mazzel want deze keer heeft er een non met een prachtige stem dienst. De herinneringen uit mijn verleden als koorknaap van de koorschool van de kathedrale basiliek St Bavo in Haarlem komen boven. De prachtige Gregoriaanse muziek ontroert mij. Dat is dan ook alles wat mij ontroert aan deze toeristische vertoning.

Waar ik sta heb ik ook zicht op de gouden Sint Jacobus die hoog boven het altaar staat. Ik zie een doorlopende stroom mensen er achter langs lopen die dan even het beeld aanraken of kussen. Dan het hoogtepunt van de voorstelling de botafumerio , het grootste wierookvat ter wereld. Het zou bedoeld zijn om de lucht in de kathedraal te zuiveren van onreinheden en de niet echt lekkere geur die de pelgrims mee naar binnen namen maar het is gewoon een attractie geworden. Een team van 6 tiraboleiros (slingeraars) trekken ieder aan een touw en de botafumerio gaat met een snelheid van zo’n 68 km door de dwarsbeuk. Op zich een spectaculair gebeuren.

Jacobus met erachter mensen die hem aanraken en kussen.

Buiten staat nog een enorme rij voor de ingang naar het beeld van Jacobus. Voor dit moment even genoeg Jacobus, de zon schijnt en het terras roept. Ik ben alweer veel pelgrims van onderweg tegen gekomen en we hebben veel verhalen te vertellen.

Het is tijd om mijn bewijs dat ik deze tocht gelopen heb op te halen bij het pelgrimskantoor. Heel veel mensen die de verplichte honderd km hebben gelopen. Als ik aan de beurt ben en de medewerker ziet aan mijn stempelkaart waar ik begonnen ben, laat hij die direct aan zijn buurman zien en ik word uitgebreid gefeliciteerd, best een mooi moment als ik mijn compostela ontvang.

Bij Santiago de Compostela hoort ook nog Finisterre. Een aantal pelgrims heeft moeite om te stoppen met lopen en daarom lopen ze nog een stukje door. Het einde van de wereld, de Romeinen, die dachten dat de wereld reikte tot dit meest westelijk gelegen punt van het Europese vasteland en niet verder. We weten nu beter. Ik ga niet lopen maar neem de bus er naartoe. Vanaf het dorpje is het nog drie km lopen naar de rots aan de Costa del Morte. Hier liggen veel scheepswrakken want in vroeger tijden en trouwens ook nu nog vergingen en vergaan er veel schepen. Op deze plek zo rond zonsondergang verbranden veel pelgrims (nu verboden) symbolisch iets wat ze onderweg gedragen hebben. Het verbranden van het oude en dus een nieuw begin. Voor veel pelgrims is dit ook een nieuw begin, een nieuw hoofdstuk van hun leven.

Ramona, Hugh en ik.

Voor mij zal het ook altijd zijn, een deel voor en een deel na Santiago de Compostela..

Een dag uit het leven van een “vitale’ bejaarde

Het is lang geleden dat ik het geluid van een wekker gebruikte maar vandaag is het nodig. Half zeven zou het geluid van krekels mij wakker moeten maken. Ik open mijn ogen en denk dat het al tijd is, spring uit mijn bed maar het blijkt pas kwart over vijf te zijn. Toch maar weer even terug, maar je slaapt er op want voor half zeven ben ik wakker, sta op en zet de krekels op mijn telefoon uit. Maar waarom zo achterlijk vroeg uit bed als een dag binnenblijven erg lang is. De reden is Albert Heijn, die is speciaal van zeven tot acht open voor de kwetsbare bejaarden. Ik ga vandaag eens voor een kleine week inslaan. Er is hier zo’n grote XXL en daar sta ik al voor de openingstijd te wachten met op ruime afstand nog zes collega inkopers. Voor de zekerheid nou ja zekerheid? plastic handschoentjes aan getrokken en ik zie er nog twee mee. Exact om zeven uur worden de luiken open gedaan en mogen we een voor een naar binnen. Zelfscanner pakken en heel ontspannen winkelen. We blijven allemaal op een goede afstand van elkaar. Na vijftig minuten sta ik weer buiten met een gevulde kar maar zonder gist, spinazie, paracetamol en ja hoor daar komt hij, wc-papier. Er lag nog een pak maar dat kostte ruim tien euro en dat vind ik te gek om met zulk duur papier mijn remsporen weg te werken. Om acht uur ben ik alweer thuis waar mijn lief mij opwacht met een vers kopje groene thee.

Omdat we normaal gesproken veel on the road zijn hebben we de V digitaal. Ik ben daar nu helemaal aan gewend maar mis in tijd van nood toch wel het papier want dat is op de juiste manier gevouwen en geknipt goed bruikbaar als wc papier. (Zie het filmpje dat Rietepietz op haar blog zette). Na een uur heb ik alle zin en onzin die ik lees wel opgeslagen en mijn bakje goed gevulde muesli leeg gegeten. Tijd voor koffie.

De zon schijnt volop op mijn balkonnetje met zicht op het bos, en voor de reuring op het stationsplein. De normale drukte heeft plaats gemaakt voor stilte. Op het parkeerterrein dat anders overvol is staat nu een handjevol auto’s. Sta je niet in een daar voor gemaakt vak dan is de kans 100% dat als je terugkomt bij je auto er een niet veel belovend papiertje tussen de ruitenwisser en je voorruit zit. Bingo. Een paar keer per dag komt de handhaving hier langs en met z’n tweeën lopen ze alle auto’s na of die wel goed staan. Ahhh, daar staat er weer een verkeerd, de een schrijft en de ander maakt uit verschillende hoeken foto’s van de auto, hele artistieke baan. Ook nu nog zie ik ze regelmatig over het parkeerterrein rijden maar ook hier is nu geen werk voor ze.

O, daar gebeurt wat. Een persoon in een witte VW met een grote aanhanger zet deze combinatie schuin op de parkeerplaats. Het persoon, een man stapt uit, kijkt om zich heen en steekt een sigaret op. Waarschijnlijk is hij erg blij met z’n horloge want om de paar seconden kijkt hij ernaar. Hij loopt een paar rondjes om zijn combinatie heen en mikt het restant van zijn sigaret weg. Er komt een zwarte BMW cabrio aangereden en deze wordt diagonaal voor de VW gezet. Ook hier stapt een man uit. Ze lopen op elkaar toe en smoezen wat. Duidelijk geen anderhalve meter afstand. Overdracht van een drugstransport? Het wordt spannend hier in het werelddorp Ede. De deur van de cabrio gaat open en er wordt iets uit de auto gehaald, nou ja iets? Het zijn twee banden met siervelgen. De man uit de VW bekijkt ze, haalt een envelop uit zijn zak en geeft die aan de BMW rijder. Die kijkt erin en knikt. De banden verwisselen van eigenaar. Weg illusie van een drugstransport opgelost te hebben maar wel een leuke afleiding.

Ondanks het vroege tijdstip van opstaan ben ik er nog niet toe gekomen om mijn dagelijkse oefeningen te doen. Opdrukken, planken, buik, rug en evenwicht oefeningen. Maar het kan ook nu nog al moet ik er mij wel echt toe zetten. Blijven bewegen moet, zegt men maar wie die men nu zijn weet ik nog steeds niet. Na de oefeningen voel ik mij wel altijd een stuk fitter.

Iedere dag een klusje in huis en voor mij is dat vandaag de badkamer een grote beurt geven. Zo hebben mijn lief en ik onze eigen klusjes.

Het is middag en mijn benen worden onrustig, ze willen beweging. Wat doe ik, laat ik mijn benen even uit of moet ik thuis blijven. Aan de heftige reacties die ik krijg na een post over een stukje lopen in het bos lijkt het wel of het misdadig is om naar buiten te gaan. Ik hou anderhalve meter afstand en groet alleen door een hand op te steken. Krijg ik een reactie dat het ook via de ogen doorgegeven kan worden. Ja hoor ik kijk van achter mijn zonnebril iemand aan en het virus wat de ander of ik misschien draag slaat genadeloos toe.

Zes km en een uur later ben ik weer binnen. In dat uur elf mensen tegen gekomen en waarvan iedereen zich bewust is van de situatie. We passeren elkaar op ruime afstand en alleen een knikje als begroeting. Het kan dus wel. Het is alweer na vijven, wat gaat zo’n dag toch snel.

19:00 uur extra uitzending met nieuws over de situatie. Waarschijnlijk heeft iedereen dat gezien dus ik hoef er niets over te vertellen en op de sociale media zijn genoeg meningen erover te lezen. Ik bekijk ook wat dingen en moet mij inhouden om niet overal op te reageren. Wat leven er toch veel experts hier in dit kleine landje. Wat weten zoveel mensen precies wat je wel en eigenlijk nog beter wat je niet moet doen. Zo te lezen zijn de mensen van het RIVM een stel amateurs en moeten we daar toch echt niet naar luisteren. Het is al laat in de avond en ik ben moe. Ik weet niet of dat gewoon komt omdat de dag ten einde loopt of dat ik moe ben van alles wat er gebeurt om het coronavirus heen. Ik ga slapen en hopelijk morgen weer gezond op.

Santiago de Compostela

Hoofdstuk 19

Santiago de Compostela

Het is iets na achten als Hugh mij uit mijn bed praat. Harry dat is wel leuk voor jou, er is beneden een Nederlandse vrouw met haar dochter. Toevallig hadden we het er gisteren onderweg over gehad wat voor mij in deze maanden het moeilijkste was. Ik vind het bijna drie maanden geen Nederlands spreken het moeilijkst. Vooral als een gesprek echt de diepte in gaat mis ik woorden die in het Nederlands vanzelfsprekend zijn. Alleen maar Engels spreken en luisteren met Hugh en Ramona. Het beetje Spaans dat ik net kan gebruiken voor de dagelijkse levensbehoeften, het is vermoeiend.  Nu dan weer eens Nederlands spreken. Ik ontmoet Ina die samen met haar dochter een stuk van de camino loopt. Even een half uurtje bijpraten. Lekker.

In Spanje eet je normaal gesproken laat en Ramona, Hugh en ik gaan om half negen ergens eten. Menu del dia kost hier 10 euro. Drie gangen en per persoon een halve fles wijn. Nog twee dagen en we zijn in Santiago de Compostela. We zijn er uitgelaten van en drinken nog een paar gin-tonics. De deur van deze albergue gaat om elf uur dicht maar we zijn op tijd binnen deze keer. Het is nog mooi weer en deze albergue heeft een groot dakterras. Hier gaan we nog even zitten. De meeste lopers liggen al in bed alleen twee Spaanse jongens zitten ook op het terras. We praten wat heen en weer en een van de jongens vraagt aan ons of we chocolade willen. Ja waarom niet, altijd lekker. Nu dacht ik een stukje chocolade maar onder Spaanse mensen betekent het heel iets anders, een joint. We doen mee. Hij draait een dikke joint en om de beurt nemen we een flinke trek. De enige keer dat ik dat heb gedaan was toen ik een jaar of zeventien was en ben er toen alleen vreselijk misselijk van geworden. Nu valt het heel anders. We hebben de grootste lol. Het is na middernacht als ik heerlijk ontspannen in mijn stapelbed in slaap val.

s- ’Morgens als ik opsta zijn de Nederlandse moeder en dochter al vertrokken, ik heb ze niet meer gezien.

we zijn er bijna

Wij doen het heel rustig aan, naar Santiago is nog maar 20 km maar we willen er in de ochtend aan komen en hebben voor overmorgen een appartement gehuurd. Vandaag dus maar 15 km. Slechts vijf km voor SdC ligt Monte de Goze. Zoals de naam al zegt je kijkt hier vanaf de “berg” op SdC. In 1989 is  Paus Johannes Paulus de II hier op deze plek geweest en ter gelegenheid hiervan is er een groot monument geplaatst. In 1993 bouwde men er een giga camping en een albergue met 500 bedden. De camping is geen succes en is gesloten en helemaal overwoekerd. Het plan was dat dit een gebied zou worden waar grote concerten gegeven zouden worden, wandelpaden in een park en nog veel meer. Helaas is dat niet gelukt. De albergue is een troosteloos gebouw, de enige historische plek hier is de kapel van San Marcos waar ieder heen gaat om de laatste stempel voor SdC te halen. O ja er is ook nog een goed visrestaurant in de buurt.

monument voor de paus

Als wij er aan komen hebben we mazzel dat er nog een paar plaatsen zijn. De hele albergue is gevuld met Spaanse pelgrims met een verstandelijke beperking. In dit jubileumjaar lopen vanuit heel Spanje groepen van deze pelgrims vanaf Sarria naar Santiago de Compostela. Iedere groep met begeleiding en met hun eigen vlag. Opvallend veel vrolijke Downers. Het is gezellig druk in de alberque. De volgende dag lopen ze in een grote processie naar het plein van de kathedraal. Onderweg staan langs de kant veel familieleden hen aan te moedigen. Wij zijn net voor deze grote menigte bij de kathedraal.

Het stuk vanaf Monte de Goze verdient niet bepaald een schoonheidsprijs. Druk verkeer en pas in het oude autovrije centrum beginnen de kleine smalle straten met de historische panden. Toch best wel zenuwachtig dat ik nu eindelijk na drie maanden mijn fysieke doel bereik. Ik kom onder een poort door waar een doedelzakspeler Keltische muziek speelt en sta dan plotseling op het grote plein  voor de kathedraal. De tranen lopen over mijn wangen. Ik heb het gehaald. 1800 km waarvan 1600 gelopen in 74 dagen dat is  gemiddeld 21,6 km per dag.

Tegelijkertijd denk ik, is dit het nu? Is dit nu het einde van mijn pelgrimage? Ik wil niet dat het hier ophoudt maar ik denk ook dit was eens maar nooit weer. Verwarrende gedachtes. Om mij heen andere pelgrims die aankomen en staan te huilen. Iedereen is verbonden en omhelst elkaar. Ik ga zitten en blijf zo een tijdje in mijzelf. In die paar minuten beleef ik mijn reis opnieuw.

Ja Pa, dit heb ik wél afgemaakt, jammer dat je dat niet meer hebt mogen beleven.

Ja mijn lieve meiden, ik weet dat jullie altijd bij mij zijn.

Ja nieuwe liefde, ik weet dat ik met jou verder wil.

Ik heb in mijn hoofd beslissingen genomen die ik ook moet gaan uitvoeren, niet mijn sterkste kant. Gewoon doorlopen is makkelijker maar ik heb ook geleerd op deze “camino” dat er altijd weer een oplossing is. Mijn leven en denken zal na deze pelgrimage anders zijn, ik voel mij sterk.

Ik kom weer tot de werkelijkheid als de mensen met een verstandelijke beperking uitgelaten in optocht het plein opkomen. Mijn dochters waren beiden verstandelijk en fysiek beperkt en weer kan ik bij het zien van deze enthousiaste mensen het niet droog houden. Hoe is het mogelijk dat ik precies op deze dag samen met hen voor wie ik een speciale plek in mijn hart heb aankom in Santiago de Compostela.

(tocht liep ik in 2010 en ben er nu een e-book over aan het schrijven. Ik plaats iedere week een hoofdstuk)

Ik liep de primitivo in 2010 met Hugh en een deel met Ramona erbij. 1 juni a.s. ga ik met hen de primitivo nog een keer overdoen. Ik zal daar via een vlog verslag van doen en ook van de voorbereidingen. Abonneer je nu vast op mijn YouTube kanaal.

https://www.youtube.com/channel/UC0XxyRlSl3NXG6OpwyO-0Bw/

Het medaillon

Hoofdstuk 18.

Lekker ontbijten, alhoewel? Het ontbijt bestaat vaak alleen uit koffie en wat magdalenas, dit zijn een soort cupcakes. Iets uitgebreider is koffie met tostadas, geroosterde stukken stokbrood met jam of wat ik wel lekker vind, een verse tomatensmurrie. In dit particuliere pension is er zelfs kaas. De dag begint dus goed en als tweede goede punt, de Franse stalker is al vroeg vertrokken, wel zo rustig.

We lopen nu verder met z’n drieën, Ramona, Hugh en ik. Vandaag een betrekkelijk korte route naar Melide. Hier komt de Primitivo uit op de drukke Camino Frances. We lopen gezellig te babbelen, het is prachtig weer en de heerlijke geuren van de natuur zijn een weldaad voor mijn reukorgaan. Of het door deze combinatie komt weet ik niet maar we missen een afslag. We hebben al een hele tijd geen gele pijl meer gezien maar zonder erg lopen we door. We zien een richtingsbordje met Pallas del Rei erop, dat kan niet goed zijn, dat is de andere kant op. Teruggaan? Daar heb ik een hekel aan. Het wordt een lange dag, na 34 km komen we aan in Melide. Dit is een andere wereld, we komen uit de stille Primitivo in de hectiek van de Frances. De albergue is vol maar geen probleem. In een grote sporthal zijn mobiele slaapvertrekken gemaakt. Het is 2010 en dat is een jubileumjaar. Een hele tijd geleden alweer schonk paus Alexander de derde in zijn pauselijke brief “Regis Aeterna” de jubileumgenade, aan de kerk van Santiago de Compostela. Nou en?  In het jaar dat 25 juli, dat is de naamdag van apostel Jacobus, Santiago in het Spaans, op een zondag valt alle pelgrims die dat jaar naar SdC lopen hun zonden vergeven wordt. Wel nog even biechten en ter communie gaan en je kunt weer met een schone lei beginnen. Om het de mens wat makkelijker te maken geldt dit al als je de laatste honderd km gelopen hebt. Vandaar de enorme drukte hier op de camino Frances. Men begint in Sarria en kuiert met honderden tegelijk naar Santiago de Compostela.

We zijn beland in een andere wereld, dit is duidelijk een andere camino. Heel veel Spanjaarden en groepjes. De cafeterias zijn vol maar als je dan toch in Melide bent moet je pulpo eten. In Galicië dé specialiteit. Het is een octopus die in een grote koperen pan gekookt wordt. Gaar worden de tentakels in stukjes geknipt en op een houten bord gelegd, paprika poeder en olijfolie eroverheen en smullen maar. Ik denk dat er geen middenweg is, of je vindt het heerlijk of je walgt ervan. Ik vind het heerlijk.

Overnachten in een sporthal

We zijn beland in een andere wereld, dit is duidelijk een andere camino. Heel veel Spanjaarden en groepjes. De cafeterias zijn vol maar als je dan toch in Melide bent moet je pulpo eten. In Galicië dé specialiteit. Het is een octopus die in een grote koperen pan gekookt wordt. Gaar worden de tentakels in stukjes geknipt en op een houten bord gelegd, paprika poeder en olijfolie eroverheen en smullen maar. Ik denk dat er geen middenweg is, of je vindt het heerlijk of je walgt ervan. Ik vind het heerlijk.

Drukte op de Camino Frances

We doen het rustig aan, de meute is al weg en vandaag lopen we maar 13 km naar Arzúa. Het eerste stuk is nog wel uitdagend maar het tweede stuk is gewoon langs de weg lopen en een hele lange straat door naar het centrum van Arzúa. Hier zijn veel slaapplekken en we vinden een mooie particuliere albergue. Het lijkt soms als ik zo onderweg ben dat er verder in de wereld niets gebeurt. Geen krant en het nieuws op de tv die in iedere horecagelegenheid aanstaat is wat moeilijk te volgen in het supersnelle Spaans dat er gesproken wordt. Waar je hier niet aan voorbij kunt is voetbal. WK 2010. Nederland draait lekker maar speelt vanavond niet en ook Australië niet maar we gaan vanavond toch maar een wedstrijd kijken in een sportcafé. Het is niet zo’n belangrijke wedstrijd want het is stil. We merken dat Santiago nu dichtbij komt want we zijn uitgelaten en laten ons de drankjes goed smaken. Iets na elven lopen we terug naar de albergue. Krijg nou wat, de deur zit op slot, potdicht. Alles is donker binnen. We lopen om en proberen over de heg te klimmen om zo in de tuin te komen. Vergeet het maar, het is hier moeilijk inbreken. Dan maar hard op de deur kloppen en door de brievenbus roepen. Ik denk dat half Arzúa inmiddels wakker is maar hier binnen is iedereen in een wel erg diepe slaap. Na een hele tijd komt er iemand met een slaaphoofd aan de deur en laat ons erin. Jullie hadden voor tienen binnen moeten zijn zegt hij geïrriteerd. Maar goed we kunnen slapen. Het is te laat om nog te douchen, morgen maar voor we vertrekken.

Lol in sportcafé

Na een heerlijke scheerbeurt en douche eerst ontbijten en dan 20 km lopen naar O Pedrouzo. We zijn er bijna als er plotseling een schrikreactie door mij heen schiet. Om mijn nek draag ik een voor mij kostbaar bezit. Een van mijn moeder gekregen gouden medaillon. Aan de binnenzijde achter een dekseltje twee minifoto’s van mijn overleden dochters. Het hangt niet meer om mijn nek en direct weet ik het, tijdens het scheren afgedaan en aan een haakje gehangen, vergeten dus. Ik voel mijn hart te keer gaan. Ik moet terug. Terug lopen, taxi? Ik loop eerst door naar de albergue en daar belt de man van de receptie de vorige albergue. Ik weet precies waar het moet hangen maar het hangt er niet meer, iemand heeft het meegenomen, ik ben het kwijt en ben er beroerd van. Ik heb in de bijna drie maanden die ik nu onderweg ben toch veel meegemaakt maar dit kan ik niet hebben. Ik ga op bed liggen en medelijden met mijzelf hebben, zo val ik in slaap.

Hugh maakt mij wakker, kom op Harry, we gaan wat eten en drinken. Ja natuurlijk, ik moet dit ook loslaten en doorgaan.

(Deze tocht liep ik in 2010 en ben er nu een e-book over aan het schrijven. Ik plaats iedere week een hoofdstuk)

Ik liep de primitivo in 2010 met Hugh en een deel met Ramona erbij. 1 juni a.s. ga ik met hen de primitivo nog een keer overdoen. Ik zal daar via een vlog verslag van doen en ook van de voorbereidingen. Abonneer je nu vast op mijn YouTube kanaal.

LekkerLopenTV

De stalker

Hoofdstuk 17

De stalker.

De regen is voorbij en de zon schijnt lekker. Vandaag naar Cádavo, een pittige dag van ruim 24 km met een beklimming van 850 m en voor mijn knieën vervelend een afdaling van 1075m. Vandaag loop ik het grootste deel alleen en dat is heerlijk. De hele dag naar Engels of eigenlijk Australisch luisteren is behoorlijk vermoeiend. Ik doe het rustig aan, de afgelopen dagen waren, tenminste voor mij best wel zwaar en ik loop te denken om een rustdag in te lassen. De laatste was alweer in Bilbao en dat is een tijd geleden, het wordt wel weer eens tijd. Het fijne is dat ik ook tijd genoeg heb, ik loop voor op mijn schema. Het is nu 10 juni en ik vlieg pas 23 juni naar een vriend in Portugal waar mijn lief ook zal zijn. Het is nog maar 154 km naar Santiago de Compostela.

Hugh ziet een rustdag ook wel zitten maar onze Poolse camino vriendinnen moeten verder, zij hebben een strak schema. Vanavond hebben we een afscheidsfeestje. Eerst nog een keer naar een kerk die naast de Albergue staat en daarna het laatste avondmaal (lees Menu del dia) met redelijk wat rode wijn.

Met een nogal strak hoofd loop ik vandaag op deze “rustdag” 8 km naar Castroverde. We gaan niet in een albergue maar in een pension. Een verwen dagje. We hebben een ruime tweepersoons kamer en er is een heerlijk ligbad. Dat is lekker, zomaar een half uurtje uitgebreid in bad. Voeten verzorgen, nagels knippen en een wasje doen. Wat kan ik genieten van zo’n dag. Morgen een klein stukje naar Lugo, 22 km.

Begin van de middag zijn we al in Lugo, de rustdag heeft mij goed gedaan. Via een achterafstraatje kom ik aan bij een grote hoge muur en daarin een poort. Door de poort heen sta ik in het oude centrum van Lugo. Deze stad is helemaal ommuurd met een zes km lange, zes meter brede en 10 tot 15 meter hoge Romeinse muur. Deze dateert oorspronkelijk uit de 3e eeuw. In de loop der tijd veel beschadigingen door oorlogen maar telkens weer gerestaureerd. Je kunt er helemaal boven op lopen en hebt zo een goed gezicht op de oude stad.

Lugo

In deze stad beginnen ook veel pelgrims, het is nog 100 km en als je dat loopt en twee stempels per dag kunt laten zien in je credential kun je in SdC een compostelaat krijgen, een bewijsstuk van het volbrengen van je tocht. Of je nu 100 of 2400 km hebt afgelegd maakt niet uit.

Er is hier een grote albergue. Twee hele grote ruimtes met stapelbedden. Veel nieuwelingen, in ieder geval pelgrims met nog schone kleren en rugzak. Sandro, de Italiaanse snurker ligt in een andere kamer dan ik dus met mijn nachtrust zit het wel goed.

Vanaf de omwalling zie ik de grote Kathedraal en daar ga ik toch een kijkje nemen. Binnen prachtige bewerkte beelden en begint net een mis. Veel vooral oude Spaanse mannen en vrouwen. Tussen dit publiek zit een jonge blonde vrouw, dat kan nooit een Spaanse zijn concluderen Hugh en ik. Waar je zoal op let.

Prachtige beelden.

De volgende plaats waar ik heen loop heeft de mooie naam, San Román da Retorta en deze ligt 19,5 km verder. De naam is bijna groter dan de plaats zelf want het is niet meer dan een paar huizen, een winkeltje en…….een albergue met maar 12 plaatsen. Hier in de albergue van Lugo zijn zeker 24 pelgrims dus voor de helft is er geen plaats in de herberg. We besluiten om vroeg op pad te gaan om zo verzekerd te zijn van een bed. Om elf uur zijn we al als vierde op de plaats van bestemming.

Een bed verzekerd. De albergue gaat pas om vier uur open, wat moeten we hier in dit gat met de mooie naam doen? Er is geen kroeg of restaurant alleen dat kleine kruidenierswinkeltje. Zo langzamerhand komen er steeds weer pelgrims aan en wie loopt daar tussen? De blonde vrouw die gisteren ook in de kerk was. Het is Ramona uit Duitsland. We praten wat en maken foto’s. Er loopt de hele tijd een man langs en Ramona ontwijkt hem. De eerste dag van haar camino die ook begon in Oviedo maar een dag na ons liep ze met deze man uit Frankrijk op. Hij is 68 en getrouwd. De dagen er na wil Ramona alleen lopen maar hij blijft haar achtervolgen dus loopt ze maar weer met hem mee. Hij wil meer dan alleen maar samen lopen. Hij is trouwens niet alleen maar hoort bij een groepje met nog drie Fransen. Die laten het gebeuren en bemoeien zich er niet mee. Het is net een puber waar de hormonen de broekspijp uit lopen. Ramona vraagt of ze bij ons kan blijven zodat ze van die man die stalker af is. Geen probleem. Ik hoor van de uitbater van de kruidenierswinkel dat er zo’n acht km verder nog een particulier is waar je ook kunt overnachten en eten. Hij heeft een telefoonnummer en ik bel en reserveer een driepersoonskamer. De Fransman moet dit gesprek gehoord hebben want als wij later bij de plek aankomen staat hij al buiten te wachten. Heel sneaky heeft hij er voor gezorgd dat zijn drie medepelgrims de driepersoonskamer hebben en zegt als wij binnen komen, Ramona, ik heb voor ons een tweepersoonskamer, voor Hugh en mij is er ook nog een. De stalker staat minzaam te glimlachen. Pikken wij dit? Nee zeker niet. Na wat heen en weer gepraat met de eigenaar wordt er bij ons op de kamer een uitklapbed bijgezet en na loting slaapt Hugh daarop. We eten nog wel gezamenlijk maar de sfeer is niet echt uitbundig.

Hugh op zijn bedje

De volgende dag als we net onderweg zijn met Ramona natuurlijk, komt de stalker plotseling achter een boom vandaan. Hij heeft gewoon daar staan wachten tot we daar voorbij kwamen en wil weer met Ramona aanpappen. Hugh stapt op hem toe, grijpt hem met twee handen bij z’n geruite overhemd en zegt dreigend iets van, als ik je nog een keer in onze buurt zie kom je er niet zo vanaf en nog een paar dingen die ik niet zal herhalen. We hebben hem de verdere weg niet meer gezien. Pas in SdC weer, opeens kwam hij weer achter een pilaar vandaan, hij wou nog iets tegen Ramona zeggen. Dat gebeurde dus niet.

Ja ook dit soort dingen kun je meemaken op de camino.

(tocht liep ik in 2010 en ben er nu een e-book over aan het schrijven. Ik plaats iedere week een hoofdstuk)

Ik liep de primitivo in 2010 met Hugh en een deel met Ramona erbij. 1 juni a.s. ga ik met hen de primitivo nog een keer overdoen. Ik zal daar via een vlog verslag van doen en ook van de voorbereidingen. Abonneer je nu vast op mijn YouTube kanaal.

LekkerLopenTV

En toen was er regen.

De hele nacht, nou ja alleen de periodes dat ik wakker ben, hoor ik de regen kletteren tegen de ruiten. Wat nu valt, valt morgen niet denk ik maar dat is toch een gezegde dat niet altijd klopt. Het is ochtend en het plenst volop. Ik moet er toch doorheen, ook dat hoort bij de pelgrimage. Ik heb alleen een kort regenjasje en regenbroek bij me. Het is vandaag 20 km naar Granda de Salime. Het eerste stuk gaat voor een groot deel door een bos en daar is het door de regen één grote modderpoel maar er is een alternatief, langs de weg lopen. Veertien kilometer lopen op asfalt is geen pretje, zeker niet voor mijn voeten die lopen liever onverhard maar alleen maar modder is het ook niet echt. Kiezen uit twee vervelende dingen. Ik kies voor bikkelen over het asfalt. Het is bar koud en het blijft regenen. Het zou onderweg een prachtig uitzicht moeten zijn maar ik zie niets dan grijs en door de regen mistig. Ik tel de bordjes onderweg. Iedere 100 meter een en na 10 bordjes het km bordje. Ik moet toch wat te doen hebben. Eindelijk na honderdveertig, 100 meterbordjes zie ik de stuwdam en op dat moment belangrijker, het restaurant dat net aan de overkant ligt. Hier mij een beetje opwarmen en een uurtje uitrusten. Het wordt zelfs droog en de zon begint voorzichtig door het wolkendek heen te breken. Lekker achter glas met een spectaculair zicht op het immense stuwmeer.

Met natte schoenen en sokken loop ik nog een stukje naar het eindpunt van vandaag. In de alberque stinkt het naar natte kleding maar na een tijdje ruik ik dat ook niet meer, ik wen eraan.

Jean is ook weer in beeld. Hij liep een dag voor mij uit maar is niet over les Hospitales gelopen en dan doe je er twee dagen over. Hij loopt nu met zijn vrouw en ik heb medelijden met haar. Natuurlijk loopt Jean volgens het boekje en dat is de weg door het bos. Zijn vrouw altijd een stukje achter hem, als ze niet hard genoeg loopt jut hij haar op. Echt een leuke tocht voor haar, denk ik.

Vroeg naar bed want morgen een lange dag 25,6 km naar A Fonsagrada met veel hoogte meters.

Zicht op de stuwdam

Hugh en ik lopen al een paar dagen in het gezelschap van twee Poolse vrouwen. Ania en Christine. Ze zijn begin dertig en nog altijd niet getrouwd. Ja en so what? Nou dat zegt voor deze katholieke dames heel veel. Ze komen uit een kleine gemeenschap en daar moet je toch wel als meisje getrouwd zijn voor je 25 ste. Ben je eenmaal boven de dertig dan zijn de meeste huwbare mannen al bezet. Als echte katholiek mogen ze ook niet trouwen met een gescheiden man. Wij kunnen ons daar niets bij voorstellen. Zij lopen deze camino als “echte pelgrims” en hopen op een soort wondertje dat als ze terug zijn in Polen er een ongetrouwde prins op ze wacht of misschien wel hier tijdens hun camino. In iedere plaats waar we overnachten is wel een kerk en daar gaan ze dan ook iedere dag naar toe. Ze willen een mis bijwonen maar ook hier is er een gigantisch tekort aan priesters. In sommige kerken is er maar eens in de twee weken een mis. Ik sprak daar met een priester over, die had ruim 30 parochies te onderhouden. Direct na een mis die hij verzorgde stapte hij in zijn auto om er in een dorp verderop nog een te doen.

Voor deze camino hebben Ania en Christine lang moeten sparen. Van het loontje dat ze ontvangen kun je bijna niet sparen, ze doen de camino dan ook erg low budget. Niet meer dan 6 euro per dag uitgeven en dat is zelfs hier in Spanje heel weinig. Maar op de camino help je elkaar ook en een extra menu del dia kan er voor ons ook wel af.

Het is vandaag een lange wandeling en we starten vroeg. Helaas is het weer behoorlijk aan het regenen en gemeen koud. Ieder is er op zijn eigen wijze mee bezig. Ik loop alleen en probeer de moed erin te houden door wat te zingen. Er schieten mij alleen maar “domme” liedjes te binnen die dan weer heerlijk zijn om zomaar hardop te galmen.

 Er is onderweg eigenlijk maar een tentje waar je iets kunt eten en drinken. Ik wacht daar op Hugh. Het is echt guur en ik ben heel koud geworden. Hugh komt vlak achter mij binnen en we bestellen een drankje volgens het recept van de elite militair die we eerder ontmoet hadden. Dat zou een wondermiddel zijn bij koude en uitputting. Een sterke espresso met een scheutje brandy en verder aangevuld met coca cola. Nou het lijkt wel te helpen. Het geeft power. Het is jammer dat mijn kleren er niet droog van worden maar ik kan niet alles hebben.

Als wij weer gaan lopen komt het groepje jonge Spanjaarden net binnen.

Het zijn deze dag veel hoogteverschillen en dat met die nattigheid en kou maken dat ik blij ben in A Fonsagrada te arriveren. We zijn hongerig en gaan voor we naar de alberque zoeken eerst eten. In het restaurant doe ik mijn doorweekte regenjas en – broek uit en eigenlijk zou ik ook mijn t-shirt en broek uit moeten doen want die zijn net zo nat. De binnenkant van mijn schoenen is veranderd in een stuwmeer. Dat droogt allemaal wel weer maar wat echt vervelend is, mijn dagboekje zit in mijn wandelbroek en is ook drijfnat geworden. De tekeningen die ik er in had gemaakt en mijn aantekeningen, daarvan is de inkt doorgelopen. Het is echt balen en net zoals de foto’s van het eerste deel van mijn camino die verloren waren gegaan moet ik dit ook weer loslaten. Het is een les om dat soort dingen altijd in plastic te bewaren. Later toen ik weer thuis was en het boekje droog was heeft mijn lief met engelen geduld alle bladzijdes los van elkaar kunnen krijgen en was zeker 90% weer leesbaar.

Van het lekkere eten en de koffie met een brandy ben ik heerlijk warm geworden.

We gaan de regen weer in en als we in de alberque komen zijn de jonge Spanjaarden daar al. Ze hebben een taxi genomen. En wij oudjes maar afzien.

Er is een wasmachine en droger. Alle natte spullen gewassen en gedroogd en toch wel een voldaan gevoel van deze dag.

Hoofdstuk 15

La Ruta de los Hospitales

Na deze zeer inspirerende alberque gaan we weer op pad. Het wordt een lange dag want we lopen naar een punt waar we de beslissing moeten nemen om in Samblismo rechtdoor te lopen en te overnachten in Pola de Allende of twee etappes in een dag te doen en via een weg door de bergen naar Berducedo, la Ruta de los Hospitales. Deze kan alleen gelopen worden met goed weer, als het mistig is of regent zie je de tekens niet meer en ben je zo verdwaald, zegt men.

Maar zover is het nog niet, we moeten eerst nog naar Borres lopen, 28 km.

We lopen achter elkaar, de weg stijgt dus ik loop voorop. Hugh heeft al twee open hartoperaties achter de rug en heeft met stijgen wel wat moeite.

Hugh loopt iets achter

Dan kom ik bij een hek en 100 meter verder nog een hek. Die 100 meter is een doorgang tussen twee grote weides. Op de linker weide graast een kudde koeien onder begeleiding van een nogal grote stier. Nu heb ik het niet zo op stieren maar ik moet toch naar de overkant en dat andere hek door.

Het lijkt of de stier niet oplet en ik open het hek en wandel rustig naar de overkant. Daar denkt de stier anders over, die komt naar mij toe gerend met zijn kop omlaag. Nu heb ik een behoorlijke voorsprong, ik spurt zo hard als ik kan naar het tweede hek en ben er net door als de stier bij dat hek stopt. Het lijkt of mijn hart in mijn mond zit, zo gaat die tekeer.

Hugh staat inmiddels bij het eerste hek en blijft daar ook want die stier staat dus precies in het midden. Dat duurt een tijdje, aan mijn kant zijn wat Spaanse fietsers gekomen die er ook door moeten maar niet durven. Na een kwartiertje draaien die om en gaan de weg terug waar ze vandaan kwamen. Hoe lossen we dit op, Hugh moet er echt door en ook de andere pelgrims die er nu staan. Steentjes gooien naar de koeien die gewoon door blijven grazen of er niets aan de hand is. Na ruim een half uur besluiten de koeien dat ze wel weer eens wat ander gras moeten eten en kuieren verder de wei in, de stier loopt rustig achter ze aan en Hugh en de anderen kunnen op hun gemak door de doorgang.

Iets voor Samblismo is een bar waar we maar eens wat gaan drinken. Het is iets voor onze eindbestemming maar de eigenaar van deze bar/restaurant heeft net een nieuwe alberque geopend, het kost een tientje maar het is er best luxe. Hugh en ik blijven hier en eten heerlijke streeksoep in het restaurant. Het is een soort erwtensoep met heel veel chorizo erin. Het vult goed maar volgens de serveerster hebben pelgrims deze soep echt nodig zeker als we morgen de Ruta de los Hospitales gaan lopen en dat doen we want de weersverwachting is goed.

We gaan vroeg op pad, het is toch niet zulk mooi weer als waar we op gehoopt hadden maar het is droog. Het is eerst 2 km lopen voor we aan het begin staan van waar de alternatieve route begint. De andere pelgrims, o.a. de Poolse vrouwen sliepen in de alberque municipal die maar 3 euro kostte, deze ligt onderaan de berg waarvandaan we beginnen.

Ik ben de oudste van het stel en het klimmen vind ik leuk en inmiddels is mijn conditie ruim voldoende om redelijk snel boven te komen. De complete route is 23,9 km, we beginnen op 635 m en het hoogste punt is 1220 m.

Hoe hoger we komen hoe meer bewolking er komt, toch een beetje opschieten.

Daar sta je dan op het hoogste punt bij een ruïne van een oud pelgrimshospitaal, er liggen wat botjes. Op zo’n moment gaat mijn fantasie altijd met mij aan de haal. Hoe zou dat vroeger gegaan zijn. Hier boven op 1220 m een hospitaal, nou ja meer een stenen huisje waar dan pelgrims behandeld konden worden aan, ja waar aan. Het zal wel niet blaren doorprikken geweest zijn. Ik denk eigenlijk aan uitputting. Veel pelgrims haalden de eindstreep in SdC niet. Er waren veel berovingen zodat ze zonder een duit verder moesten, aten alleen als ze iets onderweg kregen en anders dagen niet.

Het oude hospitaal

Ze moesten er heel wat voor over hebben om de pelgrimage te volbrengen. Door zo te mijmeren schiet het niet op ik moet ook weer verder.

We lopen op een soort plateau en door de mist is het af en toe moeilijk om het pad te blijven volgen. Ik zie kuddes paarden en het schijnt dat hier ook nog wel eens een beer gesignaleerd wordt.

Het begint te regenen en ik ben blij dat in de alberque aan het begin van Berducedo nog net twee plaatsen vrij zijn. Het is koud en nat en dat zal nog wel even duren.

Ruta de los Hospitales
We zijn boven
Lopen op het plateau door het mistige landschap

Mijn haar knippen, 35 of 5 euro?

In Nederland ben ik vlak voor ik naar Spanje ging naar de kapper geweest. Een goede kapper dat zeker wel. Eerst mee naar de wastafel en daar de shampoo heerlijk masserend over mijn hoofd en haar verdeeld door een aardige kapster. Kopje koffie voor mij en zij wachtend tot mijn kopje leeg is. Nu is mijn haar niet meer wat het geweest is, zeg maar rustig behoorlijk dun, binnen 15 minuten is het gepiept. Ik wil het niet gedroogd hebben, alleen een beetje zout water erin gespoten om het weer stevig te maken. Het zeewater effect. Afrekenen, 35 euro .

Nu in Spanje is het weer tijd om mijn haar te laten kortwieken, nou ja een beetje dan. Op de antiekmarkt bij Benidorm staat in een kraampje een man te knippen. Wat zal ik doen, durf ik het daar te laten knippen? De kapper is nu bezig met een man die wel erg kort haar krijgt. Eerst nog maar een rondje over de markt. Ik kom terug bij het kraampje en de stoel is net leeg. Ik ga zitten. Mijn haar wordt nat gespoten en de man begint met een behoorlijk tempo te knippen. Na 10 minuten ben klaar. Resultaat? Precies zoals ik het wilde. Net dagene eraf waardoor het weer goed valt. Nu dan afrekenen. 5 euro (vijf). Ik ben in tijden niet zo goed en naar mijn wensen geknipt. Nu hoor ik je al zeggen, wat een oplichters daar in Ede. Nou dat ligt niet zo simpel. De kosten zijn daar in die luxe kapsalon natuurlijk beduidend hoger dan hier op de markt. Duur personeel, verzekeringen, inrichting, kopje koffie, trainingen voor personeel, cursussen, belastingen en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Alleen het verschil in resultaat is er niet of nauwelijks en dat in het voordeel van die Spaanse kapper.

Op het prijsbord zie ik wel het verschil in prijs voor dames en heren waar in Nederland zoveel om te doen is. De conclusie voor mij is dat duurder niet altijd beter is al is het prijsverschil wel te verklaren. De absoluut goede kapper in ede is People Behind The Mirror. De uitstekende kapper in Spanje staat op de antiekmarkt in Benidorm (do, vr, zat en zondag)

%d bloggers liken dit: