Santiago de Compostela

Hoofdstuk 19

Santiago de Compostela

Het is iets na achten als Hugh mij uit mijn bed praat. Harry dat is wel leuk voor jou, er is beneden een Nederlandse vrouw met haar dochter. Toevallig hadden we het er gisteren onderweg over gehad wat voor mij in deze maanden het moeilijkste was. Ik vind het bijna drie maanden geen Nederlands spreken het moeilijkst. Vooral als een gesprek echt de diepte in gaat mis ik woorden die in het Nederlands vanzelfsprekend zijn. Alleen maar Engels spreken en luisteren met Hugh en Ramona. Het beetje Spaans dat ik net kan gebruiken voor de dagelijkse levensbehoeften, het is vermoeiend.  Nu dan weer eens Nederlands spreken. Ik ontmoet Ina die samen met haar dochter een stuk van de camino loopt. Even een half uurtje bijpraten. Lekker.

In Spanje eet je normaal gesproken laat en Ramona, Hugh en ik gaan om half negen ergens eten. Menu del dia kost hier 10 euro. Drie gangen en per persoon een halve fles wijn. Nog twee dagen en we zijn in Santiago de Compostela. We zijn er uitgelaten van en drinken nog een paar gin-tonics. De deur van deze albergue gaat om elf uur dicht maar we zijn op tijd binnen deze keer. Het is nog mooi weer en deze albergue heeft een groot dakterras. Hier gaan we nog even zitten. De meeste lopers liggen al in bed alleen twee Spaanse jongens zitten ook op het terras. We praten wat heen en weer en een van de jongens vraagt aan ons of we chocolade willen. Ja waarom niet, altijd lekker. Nu dacht ik een stukje chocolade maar onder Spaanse mensen betekent het heel iets anders, een joint. We doen mee. Hij draait een dikke joint en om de beurt nemen we een flinke trek. De enige keer dat ik dat heb gedaan was toen ik een jaar of zeventien was en ben er toen alleen vreselijk misselijk van geworden. Nu valt het heel anders. We hebben de grootste lol. Het is na middernacht als ik heerlijk ontspannen in mijn stapelbed in slaap val.

s- ’Morgens als ik opsta zijn de Nederlandse moeder en dochter al vertrokken, ik heb ze niet meer gezien.

we zijn er bijna

Wij doen het heel rustig aan, naar Santiago is nog maar 20 km maar we willen er in de ochtend aan komen en hebben voor overmorgen een appartement gehuurd. Vandaag dus maar 15 km. Slechts vijf km voor SdC ligt Monte de Goze. Zoals de naam al zegt je kijkt hier vanaf de “berg” op SdC. In 1989 is  Paus Johannes Paulus de II hier op deze plek geweest en ter gelegenheid hiervan is er een groot monument geplaatst. In 1993 bouwde men er een giga camping en een albergue met 500 bedden. De camping is geen succes en is gesloten en helemaal overwoekerd. Het plan was dat dit een gebied zou worden waar grote concerten gegeven zouden worden, wandelpaden in een park en nog veel meer. Helaas is dat niet gelukt. De albergue is een troosteloos gebouw, de enige historische plek hier is de kapel van San Marcos waar ieder heen gaat om de laatste stempel voor SdC te halen. O ja er is ook nog een goed visrestaurant in de buurt.

monument voor de paus

Als wij er aan komen hebben we mazzel dat er nog een paar plaatsen zijn. De hele albergue is gevuld met Spaanse pelgrims met een verstandelijke beperking. In dit jubileumjaar lopen vanuit heel Spanje groepen van deze pelgrims vanaf Sarria naar Santiago de Compostela. Iedere groep met begeleiding en met hun eigen vlag. Opvallend veel vrolijke Downers. Het is gezellig druk in de alberque. De volgende dag lopen ze in een grote processie naar het plein van de kathedraal. Onderweg staan langs de kant veel familieleden hen aan te moedigen. Wij zijn net voor deze grote menigte bij de kathedraal.

Het stuk vanaf Monte de Goze verdient niet bepaald een schoonheidsprijs. Druk verkeer en pas in het oude autovrije centrum beginnen de kleine smalle straten met de historische panden. Toch best wel zenuwachtig dat ik nu eindelijk na drie maanden mijn fysieke doel bereik. Ik kom onder een poort door waar een doedelzakspeler Keltische muziek speelt en sta dan plotseling op het grote plein  voor de kathedraal. De tranen lopen over mijn wangen. Ik heb het gehaald. 1800 km waarvan 1600 gelopen in 74 dagen dat is  gemiddeld 21,6 km per dag.

Tegelijkertijd denk ik, is dit het nu? Is dit nu het einde van mijn pelgrimage? Ik wil niet dat het hier ophoudt maar ik denk ook dit was eens maar nooit weer. Verwarrende gedachtes. Om mij heen andere pelgrims die aankomen en staan te huilen. Iedereen is verbonden en omhelst elkaar. Ik ga zitten en blijf zo een tijdje in mijzelf. In die paar minuten beleef ik mijn reis opnieuw.

Ja Pa, dit heb ik wél afgemaakt, jammer dat je dat niet meer hebt mogen beleven.

Ja mijn lieve meiden, ik weet dat jullie altijd bij mij zijn.

Ja nieuwe liefde, ik weet dat ik met jou verder wil.

Ik heb in mijn hoofd beslissingen genomen die ik ook moet gaan uitvoeren, niet mijn sterkste kant. Gewoon doorlopen is makkelijker maar ik heb ook geleerd op deze “camino” dat er altijd weer een oplossing is. Mijn leven en denken zal na deze pelgrimage anders zijn, ik voel mij sterk.

Ik kom weer tot de werkelijkheid als de mensen met een verstandelijke beperking uitgelaten in optocht het plein opkomen. Mijn dochters waren beiden verstandelijk en fysiek beperkt en weer kan ik bij het zien van deze enthousiaste mensen het niet droog houden. Hoe is het mogelijk dat ik precies op deze dag samen met hen voor wie ik een speciale plek in mijn hart heb aankom in Santiago de Compostela.

(tocht liep ik in 2010 en ben er nu een e-book over aan het schrijven. Ik plaats iedere week een hoofdstuk)

Ik liep de primitivo in 2010 met Hugh en een deel met Ramona erbij. 1 juni a.s. ga ik met hen de primitivo nog een keer overdoen. Ik zal daar via een vlog verslag van doen en ook van de voorbereidingen. Abonneer je nu vast op mijn YouTube kanaal.

https://www.youtube.com/channel/UC0XxyRlSl3NXG6OpwyO-0Bw/

Het medaillon

Hoofdstuk 18.

Lekker ontbijten, alhoewel? Het ontbijt bestaat vaak alleen uit koffie en wat magdalenas, dit zijn een soort cupcakes. Iets uitgebreider is koffie met tostadas, geroosterde stukken stokbrood met jam of wat ik wel lekker vind, een verse tomatensmurrie. In dit particuliere pension is er zelfs kaas. De dag begint dus goed en als tweede goede punt, de Franse stalker is al vroeg vertrokken, wel zo rustig.

We lopen nu verder met z’n drieën, Ramona, Hugh en ik. Vandaag een betrekkelijk korte route naar Melide. Hier komt de Primitivo uit op de drukke Camino Frances. We lopen gezellig te babbelen, het is prachtig weer en de heerlijke geuren van de natuur zijn een weldaad voor mijn reukorgaan. Of het door deze combinatie komt weet ik niet maar we missen een afslag. We hebben al een hele tijd geen gele pijl meer gezien maar zonder erg lopen we door. We zien een richtingsbordje met Pallas del Rei erop, dat kan niet goed zijn, dat is de andere kant op. Teruggaan? Daar heb ik een hekel aan. Het wordt een lange dag, na 34 km komen we aan in Melide. Dit is een andere wereld, we komen uit de stille Primitivo in de hectiek van de Frances. De albergue is vol maar geen probleem. In een grote sporthal zijn mobiele slaapvertrekken gemaakt. Het is 2010 en dat is een jubileumjaar. Een hele tijd geleden alweer schonk paus Alexander de derde in zijn pauselijke brief “Regis Aeterna” de jubileumgenade, aan de kerk van Santiago de Compostela. Nou en?  In het jaar dat 25 juli, dat is de naamdag van apostel Jacobus, Santiago in het Spaans, op een zondag valt alle pelgrims die dat jaar naar SdC lopen hun zonden vergeven wordt. Wel nog even biechten en ter communie gaan en je kunt weer met een schone lei beginnen. Om het de mens wat makkelijker te maken geldt dit al als je de laatste honderd km gelopen hebt. Vandaar de enorme drukte hier op de camino Frances. Men begint in Sarria en kuiert met honderden tegelijk naar Santiago de Compostela.

We zijn beland in een andere wereld, dit is duidelijk een andere camino. Heel veel Spanjaarden en groepjes. De cafeterias zijn vol maar als je dan toch in Melide bent moet je pulpo eten. In Galicië dé specialiteit. Het is een octopus die in een grote koperen pan gekookt wordt. Gaar worden de tentakels in stukjes geknipt en op een houten bord gelegd, paprika poeder en olijfolie eroverheen en smullen maar. Ik denk dat er geen middenweg is, of je vindt het heerlijk of je walgt ervan. Ik vind het heerlijk.

Overnachten in een sporthal

We zijn beland in een andere wereld, dit is duidelijk een andere camino. Heel veel Spanjaarden en groepjes. De cafeterias zijn vol maar als je dan toch in Melide bent moet je pulpo eten. In Galicië dé specialiteit. Het is een octopus die in een grote koperen pan gekookt wordt. Gaar worden de tentakels in stukjes geknipt en op een houten bord gelegd, paprika poeder en olijfolie eroverheen en smullen maar. Ik denk dat er geen middenweg is, of je vindt het heerlijk of je walgt ervan. Ik vind het heerlijk.

Drukte op de Camino Frances

We doen het rustig aan, de meute is al weg en vandaag lopen we maar 13 km naar Arzúa. Het eerste stuk is nog wel uitdagend maar het tweede stuk is gewoon langs de weg lopen en een hele lange straat door naar het centrum van Arzúa. Hier zijn veel slaapplekken en we vinden een mooie particuliere albergue. Het lijkt soms als ik zo onderweg ben dat er verder in de wereld niets gebeurt. Geen krant en het nieuws op de tv die in iedere horecagelegenheid aanstaat is wat moeilijk te volgen in het supersnelle Spaans dat er gesproken wordt. Waar je hier niet aan voorbij kunt is voetbal. WK 2010. Nederland draait lekker maar speelt vanavond niet en ook Australië niet maar we gaan vanavond toch maar een wedstrijd kijken in een sportcafé. Het is niet zo’n belangrijke wedstrijd want het is stil. We merken dat Santiago nu dichtbij komt want we zijn uitgelaten en laten ons de drankjes goed smaken. Iets na elven lopen we terug naar de albergue. Krijg nou wat, de deur zit op slot, potdicht. Alles is donker binnen. We lopen om en proberen over de heg te klimmen om zo in de tuin te komen. Vergeet het maar, het is hier moeilijk inbreken. Dan maar hard op de deur kloppen en door de brievenbus roepen. Ik denk dat half Arzúa inmiddels wakker is maar hier binnen is iedereen in een wel erg diepe slaap. Na een hele tijd komt er iemand met een slaaphoofd aan de deur en laat ons erin. Jullie hadden voor tienen binnen moeten zijn zegt hij geïrriteerd. Maar goed we kunnen slapen. Het is te laat om nog te douchen, morgen maar voor we vertrekken.

Lol in sportcafé

Na een heerlijke scheerbeurt en douche eerst ontbijten en dan 20 km lopen naar O Pedrouzo. We zijn er bijna als er plotseling een schrikreactie door mij heen schiet. Om mijn nek draag ik een voor mij kostbaar bezit. Een van mijn moeder gekregen gouden medaillon. Aan de binnenzijde achter een dekseltje twee minifoto’s van mijn overleden dochters. Het hangt niet meer om mijn nek en direct weet ik het, tijdens het scheren afgedaan en aan een haakje gehangen, vergeten dus. Ik voel mijn hart te keer gaan. Ik moet terug. Terug lopen, taxi? Ik loop eerst door naar de albergue en daar belt de man van de receptie de vorige albergue. Ik weet precies waar het moet hangen maar het hangt er niet meer, iemand heeft het meegenomen, ik ben het kwijt en ben er beroerd van. Ik heb in de bijna drie maanden die ik nu onderweg ben toch veel meegemaakt maar dit kan ik niet hebben. Ik ga op bed liggen en medelijden met mijzelf hebben, zo val ik in slaap.

Hugh maakt mij wakker, kom op Harry, we gaan wat eten en drinken. Ja natuurlijk, ik moet dit ook loslaten en doorgaan.

(Deze tocht liep ik in 2010 en ben er nu een e-book over aan het schrijven. Ik plaats iedere week een hoofdstuk)

Ik liep de primitivo in 2010 met Hugh en een deel met Ramona erbij. 1 juni a.s. ga ik met hen de primitivo nog een keer overdoen. Ik zal daar via een vlog verslag van doen en ook van de voorbereidingen. Abonneer je nu vast op mijn YouTube kanaal.

LekkerLopenTV

De stalker

Hoofdstuk 17

De stalker.

De regen is voorbij en de zon schijnt lekker. Vandaag naar Cádavo, een pittige dag van ruim 24 km met een beklimming van 850 m en voor mijn knieën vervelend een afdaling van 1075m. Vandaag loop ik het grootste deel alleen en dat is heerlijk. De hele dag naar Engels of eigenlijk Australisch luisteren is behoorlijk vermoeiend. Ik doe het rustig aan, de afgelopen dagen waren, tenminste voor mij best wel zwaar en ik loop te denken om een rustdag in te lassen. De laatste was alweer in Bilbao en dat is een tijd geleden, het wordt wel weer eens tijd. Het fijne is dat ik ook tijd genoeg heb, ik loop voor op mijn schema. Het is nu 10 juni en ik vlieg pas 23 juni naar een vriend in Portugal waar mijn lief ook zal zijn. Het is nog maar 154 km naar Santiago de Compostela.

Hugh ziet een rustdag ook wel zitten maar onze Poolse camino vriendinnen moeten verder, zij hebben een strak schema. Vanavond hebben we een afscheidsfeestje. Eerst nog een keer naar een kerk die naast de Albergue staat en daarna het laatste avondmaal (lees Menu del dia) met redelijk wat rode wijn.

Met een nogal strak hoofd loop ik vandaag op deze “rustdag” 8 km naar Castroverde. We gaan niet in een albergue maar in een pension. Een verwen dagje. We hebben een ruime tweepersoons kamer en er is een heerlijk ligbad. Dat is lekker, zomaar een half uurtje uitgebreid in bad. Voeten verzorgen, nagels knippen en een wasje doen. Wat kan ik genieten van zo’n dag. Morgen een klein stukje naar Lugo, 22 km.

Begin van de middag zijn we al in Lugo, de rustdag heeft mij goed gedaan. Via een achterafstraatje kom ik aan bij een grote hoge muur en daarin een poort. Door de poort heen sta ik in het oude centrum van Lugo. Deze stad is helemaal ommuurd met een zes km lange, zes meter brede en 10 tot 15 meter hoge Romeinse muur. Deze dateert oorspronkelijk uit de 3e eeuw. In de loop der tijd veel beschadigingen door oorlogen maar telkens weer gerestaureerd. Je kunt er helemaal boven op lopen en hebt zo een goed gezicht op de oude stad.

Lugo

In deze stad beginnen ook veel pelgrims, het is nog 100 km en als je dat loopt en twee stempels per dag kunt laten zien in je credential kun je in SdC een compostelaat krijgen, een bewijsstuk van het volbrengen van je tocht. Of je nu 100 of 2400 km hebt afgelegd maakt niet uit.

Er is hier een grote albergue. Twee hele grote ruimtes met stapelbedden. Veel nieuwelingen, in ieder geval pelgrims met nog schone kleren en rugzak. Sandro, de Italiaanse snurker ligt in een andere kamer dan ik dus met mijn nachtrust zit het wel goed.

Vanaf de omwalling zie ik de grote Kathedraal en daar ga ik toch een kijkje nemen. Binnen prachtige bewerkte beelden en begint net een mis. Veel vooral oude Spaanse mannen en vrouwen. Tussen dit publiek zit een jonge blonde vrouw, dat kan nooit een Spaanse zijn concluderen Hugh en ik. Waar je zoal op let.

Prachtige beelden.

De volgende plaats waar ik heen loop heeft de mooie naam, San Román da Retorta en deze ligt 19,5 km verder. De naam is bijna groter dan de plaats zelf want het is niet meer dan een paar huizen, een winkeltje en…….een albergue met maar 12 plaatsen. Hier in de albergue van Lugo zijn zeker 24 pelgrims dus voor de helft is er geen plaats in de herberg. We besluiten om vroeg op pad te gaan om zo verzekerd te zijn van een bed. Om elf uur zijn we al als vierde op de plaats van bestemming.

Een bed verzekerd. De albergue gaat pas om vier uur open, wat moeten we hier in dit gat met de mooie naam doen? Er is geen kroeg of restaurant alleen dat kleine kruidenierswinkeltje. Zo langzamerhand komen er steeds weer pelgrims aan en wie loopt daar tussen? De blonde vrouw die gisteren ook in de kerk was. Het is Ramona uit Duitsland. We praten wat en maken foto’s. Er loopt de hele tijd een man langs en Ramona ontwijkt hem. De eerste dag van haar camino die ook begon in Oviedo maar een dag na ons liep ze met deze man uit Frankrijk op. Hij is 68 en getrouwd. De dagen er na wil Ramona alleen lopen maar hij blijft haar achtervolgen dus loopt ze maar weer met hem mee. Hij wil meer dan alleen maar samen lopen. Hij is trouwens niet alleen maar hoort bij een groepje met nog drie Fransen. Die laten het gebeuren en bemoeien zich er niet mee. Het is net een puber waar de hormonen de broekspijp uit lopen. Ramona vraagt of ze bij ons kan blijven zodat ze van die man die stalker af is. Geen probleem. Ik hoor van de uitbater van de kruidenierswinkel dat er zo’n acht km verder nog een particulier is waar je ook kunt overnachten en eten. Hij heeft een telefoonnummer en ik bel en reserveer een driepersoonskamer. De Fransman moet dit gesprek gehoord hebben want als wij later bij de plek aankomen staat hij al buiten te wachten. Heel sneaky heeft hij er voor gezorgd dat zijn drie medepelgrims de driepersoonskamer hebben en zegt als wij binnen komen, Ramona, ik heb voor ons een tweepersoonskamer, voor Hugh en mij is er ook nog een. De stalker staat minzaam te glimlachen. Pikken wij dit? Nee zeker niet. Na wat heen en weer gepraat met de eigenaar wordt er bij ons op de kamer een uitklapbed bijgezet en na loting slaapt Hugh daarop. We eten nog wel gezamenlijk maar de sfeer is niet echt uitbundig.

Hugh op zijn bedje

De volgende dag als we net onderweg zijn met Ramona natuurlijk, komt de stalker plotseling achter een boom vandaan. Hij heeft gewoon daar staan wachten tot we daar voorbij kwamen en wil weer met Ramona aanpappen. Hugh stapt op hem toe, grijpt hem met twee handen bij z’n geruite overhemd en zegt dreigend iets van, als ik je nog een keer in onze buurt zie kom je er niet zo vanaf en nog een paar dingen die ik niet zal herhalen. We hebben hem de verdere weg niet meer gezien. Pas in SdC weer, opeens kwam hij weer achter een pilaar vandaan, hij wou nog iets tegen Ramona zeggen. Dat gebeurde dus niet.

Ja ook dit soort dingen kun je meemaken op de camino.

(tocht liep ik in 2010 en ben er nu een e-book over aan het schrijven. Ik plaats iedere week een hoofdstuk)

Ik liep de primitivo in 2010 met Hugh en een deel met Ramona erbij. 1 juni a.s. ga ik met hen de primitivo nog een keer overdoen. Ik zal daar via een vlog verslag van doen en ook van de voorbereidingen. Abonneer je nu vast op mijn YouTube kanaal.

LekkerLopenTV

En toen was er regen.

De hele nacht, nou ja alleen de periodes dat ik wakker ben, hoor ik de regen kletteren tegen de ruiten. Wat nu valt, valt morgen niet denk ik maar dat is toch een gezegde dat niet altijd klopt. Het is ochtend en het plenst volop. Ik moet er toch doorheen, ook dat hoort bij de pelgrimage. Ik heb alleen een kort regenjasje en regenbroek bij me. Het is vandaag 20 km naar Granda de Salime. Het eerste stuk gaat voor een groot deel door een bos en daar is het door de regen één grote modderpoel maar er is een alternatief, langs de weg lopen. Veertien kilometer lopen op asfalt is geen pretje, zeker niet voor mijn voeten die lopen liever onverhard maar alleen maar modder is het ook niet echt. Kiezen uit twee vervelende dingen. Ik kies voor bikkelen over het asfalt. Het is bar koud en het blijft regenen. Het zou onderweg een prachtig uitzicht moeten zijn maar ik zie niets dan grijs en door de regen mistig. Ik tel de bordjes onderweg. Iedere 100 meter een en na 10 bordjes het km bordje. Ik moet toch wat te doen hebben. Eindelijk na honderdveertig, 100 meterbordjes zie ik de stuwdam en op dat moment belangrijker, het restaurant dat net aan de overkant ligt. Hier mij een beetje opwarmen en een uurtje uitrusten. Het wordt zelfs droog en de zon begint voorzichtig door het wolkendek heen te breken. Lekker achter glas met een spectaculair zicht op het immense stuwmeer.

Met natte schoenen en sokken loop ik nog een stukje naar het eindpunt van vandaag. In de alberque stinkt het naar natte kleding maar na een tijdje ruik ik dat ook niet meer, ik wen eraan.

Jean is ook weer in beeld. Hij liep een dag voor mij uit maar is niet over les Hospitales gelopen en dan doe je er twee dagen over. Hij loopt nu met zijn vrouw en ik heb medelijden met haar. Natuurlijk loopt Jean volgens het boekje en dat is de weg door het bos. Zijn vrouw altijd een stukje achter hem, als ze niet hard genoeg loopt jut hij haar op. Echt een leuke tocht voor haar, denk ik.

Vroeg naar bed want morgen een lange dag 25,6 km naar A Fonsagrada met veel hoogte meters.

Zicht op de stuwdam

Hugh en ik lopen al een paar dagen in het gezelschap van twee Poolse vrouwen. Ania en Christine. Ze zijn begin dertig en nog altijd niet getrouwd. Ja en so what? Nou dat zegt voor deze katholieke dames heel veel. Ze komen uit een kleine gemeenschap en daar moet je toch wel als meisje getrouwd zijn voor je 25 ste. Ben je eenmaal boven de dertig dan zijn de meeste huwbare mannen al bezet. Als echte katholiek mogen ze ook niet trouwen met een gescheiden man. Wij kunnen ons daar niets bij voorstellen. Zij lopen deze camino als “echte pelgrims” en hopen op een soort wondertje dat als ze terug zijn in Polen er een ongetrouwde prins op ze wacht of misschien wel hier tijdens hun camino. In iedere plaats waar we overnachten is wel een kerk en daar gaan ze dan ook iedere dag naar toe. Ze willen een mis bijwonen maar ook hier is er een gigantisch tekort aan priesters. In sommige kerken is er maar eens in de twee weken een mis. Ik sprak daar met een priester over, die had ruim 30 parochies te onderhouden. Direct na een mis die hij verzorgde stapte hij in zijn auto om er in een dorp verderop nog een te doen.

Voor deze camino hebben Ania en Christine lang moeten sparen. Van het loontje dat ze ontvangen kun je bijna niet sparen, ze doen de camino dan ook erg low budget. Niet meer dan 6 euro per dag uitgeven en dat is zelfs hier in Spanje heel weinig. Maar op de camino help je elkaar ook en een extra menu del dia kan er voor ons ook wel af.

Het is vandaag een lange wandeling en we starten vroeg. Helaas is het weer behoorlijk aan het regenen en gemeen koud. Ieder is er op zijn eigen wijze mee bezig. Ik loop alleen en probeer de moed erin te houden door wat te zingen. Er schieten mij alleen maar “domme” liedjes te binnen die dan weer heerlijk zijn om zomaar hardop te galmen.

 Er is onderweg eigenlijk maar een tentje waar je iets kunt eten en drinken. Ik wacht daar op Hugh. Het is echt guur en ik ben heel koud geworden. Hugh komt vlak achter mij binnen en we bestellen een drankje volgens het recept van de elite militair die we eerder ontmoet hadden. Dat zou een wondermiddel zijn bij koude en uitputting. Een sterke espresso met een scheutje brandy en verder aangevuld met coca cola. Nou het lijkt wel te helpen. Het geeft power. Het is jammer dat mijn kleren er niet droog van worden maar ik kan niet alles hebben.

Als wij weer gaan lopen komt het groepje jonge Spanjaarden net binnen.

Het zijn deze dag veel hoogteverschillen en dat met die nattigheid en kou maken dat ik blij ben in A Fonsagrada te arriveren. We zijn hongerig en gaan voor we naar de alberque zoeken eerst eten. In het restaurant doe ik mijn doorweekte regenjas en – broek uit en eigenlijk zou ik ook mijn t-shirt en broek uit moeten doen want die zijn net zo nat. De binnenkant van mijn schoenen is veranderd in een stuwmeer. Dat droogt allemaal wel weer maar wat echt vervelend is, mijn dagboekje zit in mijn wandelbroek en is ook drijfnat geworden. De tekeningen die ik er in had gemaakt en mijn aantekeningen, daarvan is de inkt doorgelopen. Het is echt balen en net zoals de foto’s van het eerste deel van mijn camino die verloren waren gegaan moet ik dit ook weer loslaten. Het is een les om dat soort dingen altijd in plastic te bewaren. Later toen ik weer thuis was en het boekje droog was heeft mijn lief met engelen geduld alle bladzijdes los van elkaar kunnen krijgen en was zeker 90% weer leesbaar.

Van het lekkere eten en de koffie met een brandy ben ik heerlijk warm geworden.

We gaan de regen weer in en als we in de alberque komen zijn de jonge Spanjaarden daar al. Ze hebben een taxi genomen. En wij oudjes maar afzien.

Er is een wasmachine en droger. Alle natte spullen gewassen en gedroogd en toch wel een voldaan gevoel van deze dag.

Hoofdstuk 15

La Ruta de los Hospitales

Na deze zeer inspirerende alberque gaan we weer op pad. Het wordt een lange dag want we lopen naar een punt waar we de beslissing moeten nemen om in Samblismo rechtdoor te lopen en te overnachten in Pola de Allende of twee etappes in een dag te doen en via een weg door de bergen naar Berducedo, la Ruta de los Hospitales. Deze kan alleen gelopen worden met goed weer, als het mistig is of regent zie je de tekens niet meer en ben je zo verdwaald, zegt men.

Maar zover is het nog niet, we moeten eerst nog naar Borres lopen, 28 km.

We lopen achter elkaar, de weg stijgt dus ik loop voorop. Hugh heeft al twee open hartoperaties achter de rug en heeft met stijgen wel wat moeite.

Hugh loopt iets achter

Dan kom ik bij een hek en 100 meter verder nog een hek. Die 100 meter is een doorgang tussen twee grote weides. Op de linker weide graast een kudde koeien onder begeleiding van een nogal grote stier. Nu heb ik het niet zo op stieren maar ik moet toch naar de overkant en dat andere hek door.

Het lijkt of de stier niet oplet en ik open het hek en wandel rustig naar de overkant. Daar denkt de stier anders over, die komt naar mij toe gerend met zijn kop omlaag. Nu heb ik een behoorlijke voorsprong, ik spurt zo hard als ik kan naar het tweede hek en ben er net door als de stier bij dat hek stopt. Het lijkt of mijn hart in mijn mond zit, zo gaat die tekeer.

Hugh staat inmiddels bij het eerste hek en blijft daar ook want die stier staat dus precies in het midden. Dat duurt een tijdje, aan mijn kant zijn wat Spaanse fietsers gekomen die er ook door moeten maar niet durven. Na een kwartiertje draaien die om en gaan de weg terug waar ze vandaan kwamen. Hoe lossen we dit op, Hugh moet er echt door en ook de andere pelgrims die er nu staan. Steentjes gooien naar de koeien die gewoon door blijven grazen of er niets aan de hand is. Na ruim een half uur besluiten de koeien dat ze wel weer eens wat ander gras moeten eten en kuieren verder de wei in, de stier loopt rustig achter ze aan en Hugh en de anderen kunnen op hun gemak door de doorgang.

Iets voor Samblismo is een bar waar we maar eens wat gaan drinken. Het is iets voor onze eindbestemming maar de eigenaar van deze bar/restaurant heeft net een nieuwe alberque geopend, het kost een tientje maar het is er best luxe. Hugh en ik blijven hier en eten heerlijke streeksoep in het restaurant. Het is een soort erwtensoep met heel veel chorizo erin. Het vult goed maar volgens de serveerster hebben pelgrims deze soep echt nodig zeker als we morgen de Ruta de los Hospitales gaan lopen en dat doen we want de weersverwachting is goed.

We gaan vroeg op pad, het is toch niet zulk mooi weer als waar we op gehoopt hadden maar het is droog. Het is eerst 2 km lopen voor we aan het begin staan van waar de alternatieve route begint. De andere pelgrims, o.a. de Poolse vrouwen sliepen in de alberque municipal die maar 3 euro kostte, deze ligt onderaan de berg waarvandaan we beginnen.

Ik ben de oudste van het stel en het klimmen vind ik leuk en inmiddels is mijn conditie ruim voldoende om redelijk snel boven te komen. De complete route is 23,9 km, we beginnen op 635 m en het hoogste punt is 1220 m.

Hoe hoger we komen hoe meer bewolking er komt, toch een beetje opschieten.

Daar sta je dan op het hoogste punt bij een ruïne van een oud pelgrimshospitaal, er liggen wat botjes. Op zo’n moment gaat mijn fantasie altijd met mij aan de haal. Hoe zou dat vroeger gegaan zijn. Hier boven op 1220 m een hospitaal, nou ja meer een stenen huisje waar dan pelgrims behandeld konden worden aan, ja waar aan. Het zal wel niet blaren doorprikken geweest zijn. Ik denk eigenlijk aan uitputting. Veel pelgrims haalden de eindstreep in SdC niet. Er waren veel berovingen zodat ze zonder een duit verder moesten, aten alleen als ze iets onderweg kregen en anders dagen niet.

Het oude hospitaal

Ze moesten er heel wat voor over hebben om de pelgrimage te volbrengen. Door zo te mijmeren schiet het niet op ik moet ook weer verder.

We lopen op een soort plateau en door de mist is het af en toe moeilijk om het pad te blijven volgen. Ik zie kuddes paarden en het schijnt dat hier ook nog wel eens een beer gesignaleerd wordt.

Het begint te regenen en ik ben blij dat in de alberque aan het begin van Berducedo nog net twee plaatsen vrij zijn. Het is koud en nat en dat zal nog wel even duren.

Ruta de los Hospitales
We zijn boven
Lopen op het plateau door het mistige landschap

Mijn haar knippen, 35 of 5 euro?

In Nederland ben ik vlak voor ik naar Spanje ging naar de kapper geweest. Een goede kapper dat zeker wel. Eerst mee naar de wastafel en daar de shampoo heerlijk masserend over mijn hoofd en haar verdeeld door een aardige kapster. Kopje koffie voor mij en zij wachtend tot mijn kopje leeg is. Nu is mijn haar niet meer wat het geweest is, zeg maar rustig behoorlijk dun, binnen 15 minuten is het gepiept. Ik wil het niet gedroogd hebben, alleen een beetje zout water erin gespoten om het weer stevig te maken. Het zeewater effect. Afrekenen, 35 euro .

Nu in Spanje is het weer tijd om mijn haar te laten kortwieken, nou ja een beetje dan. Op de antiekmarkt bij Benidorm staat in een kraampje een man te knippen. Wat zal ik doen, durf ik het daar te laten knippen? De kapper is nu bezig met een man die wel erg kort haar krijgt. Eerst nog maar een rondje over de markt. Ik kom terug bij het kraampje en de stoel is net leeg. Ik ga zitten. Mijn haar wordt nat gespoten en de man begint met een behoorlijk tempo te knippen. Na 10 minuten ben klaar. Resultaat? Precies zoals ik het wilde. Net dagene eraf waardoor het weer goed valt. Nu dan afrekenen. 5 euro (vijf). Ik ben in tijden niet zo goed en naar mijn wensen geknipt. Nu hoor ik je al zeggen, wat een oplichters daar in Ede. Nou dat ligt niet zo simpel. De kosten zijn daar in die luxe kapsalon natuurlijk beduidend hoger dan hier op de markt. Duur personeel, verzekeringen, inrichting, kopje koffie, trainingen voor personeel, cursussen, belastingen en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Alleen het verschil in resultaat is er niet of nauwelijks en dat in het voordeel van die Spaanse kapper.

Op het prijsbord zie ik wel het verschil in prijs voor dames en heren waar in Nederland zoveel om te doen is. De conclusie voor mij is dat duurder niet altijd beter is al is het prijsverschil wel te verklaren. De absoluut goede kapper in ede is People Behind The Mirror. De uitstekende kapper in Spanje staat op de antiekmarkt in Benidorm (do, vr, zat en zondag)

Hoofdstuk 14

Hoofdstuk 14.

Het zou kunnen door de onrustige nacht, niet een, maar meerdere snurkers en piepbedden,  iedereen is vroeg uit de veren. Rugzakken worden gepakt en men vertrekt. Ook de stille man die gisteren uit een andere richting kwam is al weg. Hugh en ik sluiten de boel af en gaan als laatsten op pad. Het is een verwarrend begin. Er wordt hier een snelweg gebouwd en we moeten hele stukken omlopen om weer op de goede weg te komen. Het is niet prettig lopen op de steentjes en stenen die als ondergrond voor de snelweg bedoeld zijn.

In de verte zien we de eerste pelgrims al weer lopen. Ons tempo is hoog en we halen er een paar in. Zo komen we ook langs de stille man die staat te puffen langs de weg. Lukt het? vraag ik, maar ik krijg geen antwoord. Het lijkt wel of hij mij  niet begrijpt. Hij wijst alleen maar vooruit, zo van ga maar door. Dat doen we dan ook.

Na 18 km komen we in Salas. Het is zondag en er is een processie. Eerste communie. In de RK kerk een feestelijke gebeurtenis. Kinderen in de leeftijd van 6-7 jaar mogen in de mis voor het eerst ter communie, ze krijgen ook de eerste keer de hosti (bleef altijd aan mijn gehemelte vast plakken) in de mond. Voorafgaand aan dit ritueel gaan de kinderen ook voor het eerst biechten. Hier in Spanje is het een echt groot feest. Je hebt speciale winkels waar je de kleding kunt kopen die ze moeten dragen. De meisjes als een soort bruidje en de jongens hebben een mini militair pak aan, compleet met koperen knopen. Hier komen we dus in terecht. Super druk. Alle kroegen zijn bijna gereserveerd voor de feesten die de families dan geven.

Wij vinden toch een plekje om wat te eten en te drinken. Het is hier ook druk maar wie zit daar aan de bar met een groot glas bier voor zich? De stille man, die we zo’n drie uur geleden gepasseerd zijn en die daar stond te hijgen. Een wonder op de feestelijke eerste communiedag? Nou nee, ik denk zomaar een taxi.

Vanaf de Spaanse grens heb ik alweer 448 km gelopen

Wij moeten nog 7,5 km door naar de alberque die we uitgezocht hebben. In het boekje staat: 21 bedden over drie kamers en er wordt gekookt en je kunt er ontbijten.

Het is nog wel een stevige klim, de alberque ligt weer op het hoogste punt, 635 m. Bijna iedereen van gisteren is er al, alleen de stille man niet en die zal ook niet komen. We worden ontvangen door een jonge Zwitserse hospitalero. De alberque is van zijn oom en hij blijft hier twee maanden om te hospitaleren. Er is ook een oudere man met veel ervaring en die kookt. We kunnen lekker een wasje draaien in de machine en dat is geen overbodige luxe. Alles wordt buiten opgehangen. Ik slaap boven op een soort overloop en gelukkig snurkt de Italiaan beneden, niet verkeerd.

Het is hier echt gezellig, we eten aan lange tafels. Uiteraard weer pasta, dat is voor zo’n groep het best te doen en met al die km die we lopen ook niet verkeerd.

Het Spaanse groepje jonge mensen begint te zingen en een van hen, een maatschappelijk werker uit Barcelona, stelt voor dat we allemaal iets uit ons eigen land of streek zingen. De Italiaan kan niet alleen snurken maar zeker ook prachtig zingen. Hij zingt iets uit een Opera en Pavarotti is er niets bij. Dit is moeilijk te overtreffen. Er is een stel uit het Baskenland die zingen een Baskvolkslied. Vier mensen uit Andalusië, ook iets in hun eigen taal. De twee Poolse vrouwen een duet en ja wat moet ik dan zingen. Het wordt tulpen uit Amsterdam. Niet helemaal onbekend.

Het unieke van deze situatie is dat je niets merkt van de verschillen die er zeker zijn in Spanje. De Catalanen, Andalusiërs en Basken gaan heel broederlijk met elkaar om en zingen zelfs nog samen een bekend Spaans nummer.

De avond vliegt voorbij en dan komt de vraag, hoe laat willen jullie op. Normaal staat iedereen op zijn eigen tijd op maar hier moeten we samen beslissen, hoe laat. Het wordt zeven uur. Voor die tijd mag er niemand uit zijn bed. De was hangt nog steeds buiten en het regent. Morgen is echt alles droog zegt de hospitalero, het zal wel en anders maar aan de rugzak hangen met de veiligheidsspelden die ik bij me heb.

Ik schrik wakker van een harde bel, nee hè, het is al zeven uur. Opstaan. Beneden ligt de was op een grote hoop nog warm van de droogtrommel. Uitzoeken maar.

Potten koffie en tostado’s op de tafels, we worden hier verwend. Zo heb ik het nog niet meegemaakt. Dit alles op donativo basis, je geeft wat je kunt missen en wat het je waard is. We zijn blij dat we gisteren niet al in Sallas gestopt zijn.

Dat groene shirt links is van mij. 2010 en ik draag het nog

(Deze tocht liep ik in 2010 en ben er nu een e-book over aan het schrijven. Ik plaats iedere week een hoofdstuk)

Start van de Primitivo

Hoofdstuk 13

Het is even zoeken maar toch staan we al vroeg voor de alberque in Oviedo. Alles is dicht en hij gaat pas om half vijf open. Er staan al een paar mensen te wachten. Om nu een paar uur daar voor zo’n gebouw rond te hangen is niet echt aanlokkelijk. We zetten de rugzakken in de tuin en gaan de stad in. Hugh moet wat zakelijke dingen regelen en gaat in een café zitten en ik ga deze stad eens bekijken.

Deze studentenstad is de hoofdstad van het prinsendom Asturië. Het is een stad die niet vol is met toeristen en het is de stad van de cider. Wat ook opvalt zijn de grote glanzende beelden die overal staan. Het moeten er ruim honderd zijn.

De grootste attractie blijft toch wel het cider schenken. Dat gaat zo. Je bestelt cider en dan pakt de ober een glas in zijn hand op dijbeenhoogte. In zijn andere hand de fles cider die hij met een gestrekte arm boven zijn hoofd houdt en daarvandaan giet hij wat cider in het glas. Niet zoveel want je moet het glas in een teug leegdrinken. Is je glas leeg dan weer hetzelfde ritueel.

Een goede ober schenkt zo van boven en morst geen druppel.

Mijn broek is stuk en ik zie een klein atelier. Binnen achter een naaimachine zit een vrouw te werken. Ik ga naar binnen en laat zien waar het stuk is. Peligrino? Vraagt ze. Si, antwoord ik. Ze begint in het Spaans te ratelen en te gebaren en ik begrijp dat ik mijn broek moet uittrekken. Ze pakt de broek aan en zet zich weer achter de machine en begint aan de reparatie. Daar sta ik dan in mijn onderbroek. Ze is rap en binnen een paar minuten kan ik hem weer aantrekken. Ik vraag wat het kost, nada, zegt ze met een dikke glimlach. Buen Camino. Het geeft mij een fijn gevoel.

Mijn broek wordt vakkundig gemaakt.

Tegen half vijf weer terug bij de alberque en het is goed dat onze rugzakken er al staan want de rij mede pelgrims is al aardig lang geworden.

Voor het eerst in deze alberque worden de vrouwen van de mannen gescheiden. We hebben aparte kamers. Ik bemachtig een onderbed. Vooral als je s’nachts eruit moet is dat wel handig. Boven mij komt een man te liggen die binnenkomt in een soort camouflage kleding en een enorme rugzak. Hij legt zijn slaapzak op het matras en verdwijnt weer net zo stil als hij binnenkwam.

Ik doe even een tukje en ga daarna met Hugh op pad om wat te eten. Gewoon een stukje eten gaat op dit tijdstip niet dus er zit niets anders op dan wat te gaan drinken. De gewoonte is hier dat bij elk glas drank dat je bestelt er een tapas zit. Vaak wel wat zoute dingen zodat je dorst houdt. In een smal straatje komen we terecht in een drukke bar. Buiten staat het vol mensen met een drankje in de hand. De man van het bovenbed zit alleen aan een tafeltje en er staan nog twee stoelen naast. Hugh en ik schuiven bij hem aan. Het is een Brit, Jake. Even voorstellen, hij heeft eerst in het Britse leger gezeten, eenheid special boot service, een elite eenheid waar alleen de best getrainde mannen inzitten. Na vele geheime missies is hij overgeplaatst naar een speciale eenheid van de politie. Tot dat het hem allemaal teveel werd, er helemaal doorheen zat en uiteindelijk afgekeurd, nog geen vijftig. Allerlei therapieën gevolgd maar niets helpt echt. Uiteindelijk komt hij in Nederland terecht bij ene Greet. Dat helpt hem echt en door haar is hij nu als pelgrim onderweg naar Santiago. Begonnen in Engeland. Hij vertelt dit om dat ik uit Nederland kom en ook als therapie om er zoveel mogelijk over te praten. Op de klok kijkend moeten we opschieten want om tien uur gaat de deur van de alberque op slot. We zijn net op tijd.

Lekker buiten met je drankje

Die nacht als ik een tijdje wakker lig staat Jake opeens naast zijn bed. Ik heb niets gehoord. Normaal is het een gestommel als er iemand uit zijn bed komt maar nu hoorde ik niets. Het lijkt wel een kat. Ik zie hem met z’n slaapzak de kamer uit sluipen en hij komt niet meer terug. Het was te warm en hij heeft buiten geslapen, vertelde hij s’morgens.

Vandaag lopen we naar San Juan de Villapañada, dit is iets meer dan 28,5 km. Het is nog een hele toer om de stad uit te komen. Er liggen wel overal van die koperkleurige schelpen in het trottoir maar er lopen diverse routes. Na een beetje heen en weer gedrentel, zitten of eigenlijk lopen we weer op de goede route. Het parcours is niet al te moeilijk, wat heuvelachtig terrein maar het aantal km gaat toch wel in mijn benen zitten.

De alberque ligt zo als gewoonlijk wat buiten het centrum. Wij komen rechts aan maar van de andere kant komt er ook een pelgrim aangesjokt. Hij moet ook bij de alberque zijn.

Het gebouw ligt iets op een heuveltje en heeft een ruimte met tien stapelbedden en een grote woonkeuken. De een na de andere pelgrim komt binnen. . De meeste Spanjaarden maar ook twee Poolse vrouwen. Een van de Spanjaarden is kok en hij gaat heerlijke spaghetti met tomatensaus maken. We zitten met z’n achttienen aan tafel. Weer andere mensen hier dan in Oviedo. De meesten die daar aan hun camino beginnen lopen de eerste dag tussen de 10 en 15 km. Beetje opbouwen.De Itäliaan is er wel en met 18 personen in een toch wat benauwde ruimte zal het geen rustige nacht worden.

Alberque

(Deze tocht liep ik in 2010 en ben er nu een e-book over aan het schrijven. Ik plaats iedere week een hoofdstuk)

%d bloggers liken dit: