Een paar dagen op een plek met voornamelijk Franse Camperaars is voor ons genoeg. We hebben wel uitzicht op de rivier de Guardiana en dat blijft boeien. Maar laat ik bij het begin beginnen. Op deze plek, Vila Real de Sao Antonio, zijn we al een paar keer geweest. Het is een aardig stadje en gezellig om te paraderen.

Wat Vila Real de Santo António bijzonder maakt, is wat er direct omheen ligt: De Guadiana, breed, traag stromend, met rietkragen, vissersbootjes en is de grens met Spanje. Zoutpannen en moerasgebieden, rijk aan vogels (flamingo’s, reigers, aalscholvers). Pijnboombossen richting een ander aardig stadje, Monte Gordo. Het begin van het Guadiana International Natural Park landinwaarts.

Voor ons is het ook prettig dat het nog een openbaar badhuis heeft. als het in de verkoop zou gaan brengt de makelaar het zo, nog met authentieke elementen, oftewel, oude zooi. Maar de douche werkt, er is warm water en het kost maar een euro. We komen binnen in de ronde hal. Tegenover de ingang is de receptie. denk aan een loket met een luikje waarachter je net het koppie ziet van een vrouw waaraan ik zie dat ze veel te lang in dit donkere hol zit. De somberheid druipt er van af. We betalen een euro en krijgen keurig een van de drie handgeschreven bonnetjes. Waar maak je dat nog mee, keurig een carbonnetje ertussen.

Het oude badhuis

Wat we nog nooit gedaan hebben is om met een bootje naar de overkant varen. Daar is Spanje. We gaan het nu doen. Het bootje vertrekt op nog geen 200 meter van onze plek. We varen in een kwartier naar Ayamonte. Als we de kade opstappen is het vijf kwartier later dan dat we vertrokken. Andere tijdzone.

Het is een leuk plaatsje met veel Moorse invloeden, sinaasappelbomen, fonteinen en heel veel mooie tegeltjes.

Opent de video niet, open de blog dan in browser

Weer terug op de camperplaats zitten de Fransen weer gezamenlijk te eten en vooral hard brallen. we weten het zeker morgen vertrekken we.

Dag tot ziens