einde van de wereld.

Hoofdstuk 20

Het einde van de wereld.

Nu ben ik dan in Santiago de Compostela. Het is super druk en ik mis de betrekkelijke stilte van de camino nu al. Er staan overal rijen mensen en het is soms schuifelen achter elkaar aan in de smalle straatjes. Door de speciale groep Spaanse mensen met een beperking die hier opgewacht en verwelkomd worden door hele families is het overvol. Het is bijna een gevecht om de kerk binnen te komen. Maar het is gelukt, ik ben binnen en sta te wachten, de banken om te zitten zijn vol, tot de mis begint. Daar komen ze dan, een hele stoet met Priesters en Acolieten. Waar ik onderweg zo’n tekort aan priesters waarnam is er hier een overvloed van. Er staan zeker 10 priesters rond het altaar. Het merendeel is hoogbejaard. Tijdens de dienst, als ze mogen zitten, zag ik twee van de priesters een tukje doen. Ik heb meer oog voor dat tafereel dan voor de rest. Ik zag ze iedere keer wegzakken en als er dan weer een ander onderdeel in de mis kwam schrokken ze wakker, maar even later viel dat hoofd dan weer naar beneden. Misschien is dit een soort dagbesteding voor priesters met emeritaat.

Tijdens de mis wordt er ook gezongen en ik heb mazzel want deze keer heeft er een non met een prachtige stem dienst. De herinneringen uit mijn verleden als koorknaap van de koorschool van de kathedrale basiliek St Bavo in Haarlem komen boven. De prachtige Gregoriaanse muziek ontroert mij. Dat is dan ook alles wat mij ontroert aan deze toeristische vertoning.

Waar ik sta heb ik ook zicht op de gouden Sint Jacobus die hoog boven het altaar staat. Ik zie een doorlopende stroom mensen er achter langs lopen die dan even het beeld aanraken of kussen. Dan het hoogtepunt van de voorstelling de botafumerio , het grootste wierookvat ter wereld. Het zou bedoeld zijn om de lucht in de kathedraal te zuiveren van onreinheden en de niet echt lekkere geur die de pelgrims mee naar binnen namen maar het is gewoon een attractie geworden. Een team van 6 tiraboleiros (slingeraars) trekken ieder aan een touw en de botafumerio gaat met een snelheid van zo’n 68 km door de dwarsbeuk. Op zich een spectaculair gebeuren.

Jacobus met erachter mensen die hem aanraken en kussen.

Buiten staat nog een enorme rij voor de ingang naar het beeld van Jacobus. Voor dit moment even genoeg Jacobus, de zon schijnt en het terras roept. Ik ben alweer veel pelgrims van onderweg tegen gekomen en we hebben veel verhalen te vertellen.

Het is tijd om mijn bewijs dat ik deze tocht gelopen heb op te halen bij het pelgrimskantoor. Heel veel mensen die de verplichte honderd km hebben gelopen. Als ik aan de beurt ben en de medewerker ziet aan mijn stempelkaart waar ik begonnen ben, laat hij die direct aan zijn buurman zien en ik word uitgebreid gefeliciteerd, best een mooi moment als ik mijn compostela ontvang.

Bij Santiago de Compostela hoort ook nog Finisterre. Een aantal pelgrims heeft moeite om te stoppen met lopen en daarom lopen ze nog een stukje door. Het einde van de wereld, de Romeinen, die dachten dat de wereld reikte tot dit meest westelijk gelegen punt van het Europese vasteland en niet verder. We weten nu beter. Ik ga niet lopen maar neem de bus er naartoe. Vanaf het dorpje is het nog drie km lopen naar de rots aan de Costa del Morte. Hier liggen veel scheepswrakken want in vroeger tijden en trouwens ook nu nog vergingen en vergaan er veel schepen. Op deze plek zo rond zonsondergang verbranden veel pelgrims (nu verboden) symbolisch iets wat ze onderweg gedragen hebben. Het verbranden van het oude en dus een nieuw begin. Voor veel pelgrims is dit ook een nieuw begin, een nieuw hoofdstuk van hun leven.

Ramona, Hugh en ik.

Voor mij zal het ook altijd zijn, een deel voor en een deel na Santiago de Compostela..

De stalker

Hoofdstuk 17

De stalker.

De regen is voorbij en de zon schijnt lekker. Vandaag naar Cádavo, een pittige dag van ruim 24 km met een beklimming van 850 m en voor mijn knieën vervelend een afdaling van 1075m. Vandaag loop ik het grootste deel alleen en dat is heerlijk. De hele dag naar Engels of eigenlijk Australisch luisteren is behoorlijk vermoeiend. Ik doe het rustig aan, de afgelopen dagen waren, tenminste voor mij best wel zwaar en ik loop te denken om een rustdag in te lassen. De laatste was alweer in Bilbao en dat is een tijd geleden, het wordt wel weer eens tijd. Het fijne is dat ik ook tijd genoeg heb, ik loop voor op mijn schema. Het is nu 10 juni en ik vlieg pas 23 juni naar een vriend in Portugal waar mijn lief ook zal zijn. Het is nog maar 154 km naar Santiago de Compostela.

Hugh ziet een rustdag ook wel zitten maar onze Poolse camino vriendinnen moeten verder, zij hebben een strak schema. Vanavond hebben we een afscheidsfeestje. Eerst nog een keer naar een kerk die naast de Albergue staat en daarna het laatste avondmaal (lees Menu del dia) met redelijk wat rode wijn.

Met een nogal strak hoofd loop ik vandaag op deze “rustdag” 8 km naar Castroverde. We gaan niet in een albergue maar in een pension. Een verwen dagje. We hebben een ruime tweepersoons kamer en er is een heerlijk ligbad. Dat is lekker, zomaar een half uurtje uitgebreid in bad. Voeten verzorgen, nagels knippen en een wasje doen. Wat kan ik genieten van zo’n dag. Morgen een klein stukje naar Lugo, 22 km.

Begin van de middag zijn we al in Lugo, de rustdag heeft mij goed gedaan. Via een achterafstraatje kom ik aan bij een grote hoge muur en daarin een poort. Door de poort heen sta ik in het oude centrum van Lugo. Deze stad is helemaal ommuurd met een zes km lange, zes meter brede en 10 tot 15 meter hoge Romeinse muur. Deze dateert oorspronkelijk uit de 3e eeuw. In de loop der tijd veel beschadigingen door oorlogen maar telkens weer gerestaureerd. Je kunt er helemaal boven op lopen en hebt zo een goed gezicht op de oude stad.

Lugo

In deze stad beginnen ook veel pelgrims, het is nog 100 km en als je dat loopt en twee stempels per dag kunt laten zien in je credential kun je in SdC een compostelaat krijgen, een bewijsstuk van het volbrengen van je tocht. Of je nu 100 of 2400 km hebt afgelegd maakt niet uit.

Er is hier een grote albergue. Twee hele grote ruimtes met stapelbedden. Veel nieuwelingen, in ieder geval pelgrims met nog schone kleren en rugzak. Sandro, de Italiaanse snurker ligt in een andere kamer dan ik dus met mijn nachtrust zit het wel goed.

Vanaf de omwalling zie ik de grote Kathedraal en daar ga ik toch een kijkje nemen. Binnen prachtige bewerkte beelden en begint net een mis. Veel vooral oude Spaanse mannen en vrouwen. Tussen dit publiek zit een jonge blonde vrouw, dat kan nooit een Spaanse zijn concluderen Hugh en ik. Waar je zoal op let.

Prachtige beelden.

De volgende plaats waar ik heen loop heeft de mooie naam, San Román da Retorta en deze ligt 19,5 km verder. De naam is bijna groter dan de plaats zelf want het is niet meer dan een paar huizen, een winkeltje en…….een albergue met maar 12 plaatsen. Hier in de albergue van Lugo zijn zeker 24 pelgrims dus voor de helft is er geen plaats in de herberg. We besluiten om vroeg op pad te gaan om zo verzekerd te zijn van een bed. Om elf uur zijn we al als vierde op de plaats van bestemming.

Een bed verzekerd. De albergue gaat pas om vier uur open, wat moeten we hier in dit gat met de mooie naam doen? Er is geen kroeg of restaurant alleen dat kleine kruidenierswinkeltje. Zo langzamerhand komen er steeds weer pelgrims aan en wie loopt daar tussen? De blonde vrouw die gisteren ook in de kerk was. Het is Ramona uit Duitsland. We praten wat en maken foto’s. Er loopt de hele tijd een man langs en Ramona ontwijkt hem. De eerste dag van haar camino die ook begon in Oviedo maar een dag na ons liep ze met deze man uit Frankrijk op. Hij is 68 en getrouwd. De dagen er na wil Ramona alleen lopen maar hij blijft haar achtervolgen dus loopt ze maar weer met hem mee. Hij wil meer dan alleen maar samen lopen. Hij is trouwens niet alleen maar hoort bij een groepje met nog drie Fransen. Die laten het gebeuren en bemoeien zich er niet mee. Het is net een puber waar de hormonen de broekspijp uit lopen. Ramona vraagt of ze bij ons kan blijven zodat ze van die man die stalker af is. Geen probleem. Ik hoor van de uitbater van de kruidenierswinkel dat er zo’n acht km verder nog een particulier is waar je ook kunt overnachten en eten. Hij heeft een telefoonnummer en ik bel en reserveer een driepersoonskamer. De Fransman moet dit gesprek gehoord hebben want als wij later bij de plek aankomen staat hij al buiten te wachten. Heel sneaky heeft hij er voor gezorgd dat zijn drie medepelgrims de driepersoonskamer hebben en zegt als wij binnen komen, Ramona, ik heb voor ons een tweepersoonskamer, voor Hugh en mij is er ook nog een. De stalker staat minzaam te glimlachen. Pikken wij dit? Nee zeker niet. Na wat heen en weer gepraat met de eigenaar wordt er bij ons op de kamer een uitklapbed bijgezet en na loting slaapt Hugh daarop. We eten nog wel gezamenlijk maar de sfeer is niet echt uitbundig.

Hugh op zijn bedje

De volgende dag als we net onderweg zijn met Ramona natuurlijk, komt de stalker plotseling achter een boom vandaan. Hij heeft gewoon daar staan wachten tot we daar voorbij kwamen en wil weer met Ramona aanpappen. Hugh stapt op hem toe, grijpt hem met twee handen bij z’n geruite overhemd en zegt dreigend iets van, als ik je nog een keer in onze buurt zie kom je er niet zo vanaf en nog een paar dingen die ik niet zal herhalen. We hebben hem de verdere weg niet meer gezien. Pas in SdC weer, opeens kwam hij weer achter een pilaar vandaan, hij wou nog iets tegen Ramona zeggen. Dat gebeurde dus niet.

Ja ook dit soort dingen kun je meemaken op de camino.

(tocht liep ik in 2010 en ben er nu een e-book over aan het schrijven. Ik plaats iedere week een hoofdstuk)

Ik liep de primitivo in 2010 met Hugh en een deel met Ramona erbij. 1 juni a.s. ga ik met hen de primitivo nog een keer overdoen. Ik zal daar via een vlog verslag van doen en ook van de voorbereidingen. Abonneer je nu vast op mijn YouTube kanaal.

LekkerLopenTV

Het einde van de Camino del Norte

Het is bloedheet. Het doel van vandaag in Colombres. Vooral het laatste stuk is zwaar. Niet dat de weg onbegaanbaar is, het is veel verhard lopen maar vooral veel stijgingen. Ook hier is het eindpunt weer ergens op een top. In Colombres zijn twee plekken om te overnachten. Een alberque particular en een geïmproviseerde slaapplaats in een sporthal. Ik kies toch maar voor de eerste. Tweepersoons kamers en lekkere douches. In eerste instantie zijn Hugh en ik de enige pelgrims die hier zijn maar een uurtje later komt het Tsjechische paar hier ook. Ze zijn blij dat ze eindelijk weer eens een kamer voor hen zelf hebben. Het is een leuk vrolijk stel. We gaan met z’n vieren eten en ze vertellen over hun leven. Van het jaar dat ze nu getrouwd zijn, zijn ze misschien een maand bij elkaar geweest. De vrouw is verpleegkundige en werkt fulltime in een ziekenhuis en de man is ICTer en werkt in Duitsland. Het salaris in Tsjechië is zo erbarmelijk laag voor verpleegkundigen en voor de man is er geen werk zodat hij wel verplicht in het buitenland moet werken, willen ze samen iets kunnen opbouwen. Daarom is deze reis naar Finisterre zo belangrijk voor ze. Dat soort problemen kunnen wij ons bijna niet voorstellen in ons welvarende, vol met zeurende mensen, land.

Het Tsjechische paar

Naar Santiago lopen is niet alleen maar lopen, onderweg zijn er veel plekken waar je de tijd voor moet nemen om die te bekijken. Hier in Colombres is dat zeker het Museo de la Emigratión. Het is al een prachtig gebouw aan de buitenkant en binnen kun je op drie verdiepingen de geschiedenis tot je door laten dringen van de vele emigranten die naar vooral Zuid-Amerika vertrokken. Het museum is gebouwd door de emigranten die het in de verre gemaakt hebben.

Een van die avonturiers was Iñigo Noriega Laos. In 1867 vertrok hij op veertienjarige leeftijd uit Colombres naar Mexico. De reis er naartoe, natuurlijk per schip was een verschrikking maar eenmaal in zijn “beloofde” land ging het een stuk beter. Hij werd een van de rijkste zakenmannen van Mexico. Daar bouwde hij ook een stad die hij Colombres noemde. Hij was een van de geldschieters van dit museum. Voor hem kwam er een nogal vervelend einde aan zijn leven. Tijdens de revolutie werden al zijn bezittingen onteigend en hij stierf op 67 jarige leeftijd.

Ik heb toch wel een paar uur vertoefd in dit museum en kon mijn fantasie de vrije loop laten.

Zomaar. Een herderin onderweg

Weer op de camino en op weg naar het 23 km verder gelegen Llanes. Op deze route had ik de keus voor een kortere route langs de weg of een wat langere en moeilijker langs de kust. Het werd de kust en daar heb ik absoluut geen spijt van gehad. Wat een mooie uitzichtpunten hier over de baaien en zee. Het is eigenlijk een GR de E-9 en ik moet alleen de rood-witte markering maar volgen om goed te lopen.

Iets voor mij loopt zo te zien een medepelgrim. Hij blijft vaak stil staan om een selfie te maken. Ik praat over 2010, toen zag je dat nog niet veel. Een kleine camera, eerst even zijn haar kammen, goede pose aannemen en klik. Hij blijkt een Italiaan te zijn, Sandro. Hij ziet er piekfijn uit, wit haar en dito keurig verzorg baardje. Dit is de eerste ontmoeting met Sandro en er zullen er nog veel volgen want hij loopt dezelfde route en tempo.

Die avond ook voor het eerst in een en de zelfde kamer. Is dat erg? Prettig is het niet want Sandro heeft een bijzondere eigenschap. Hij kleed zich uit, gaat even op de zijkant van zijn bed zitten, het lijkt dat hij dan bidt, gaat liggen en binnen 30 seconden begint hij te snurken dat het lijkt of je in een mega varkensstal bent. Zo gaat dat iedere avond. Als er meer kamers zijn zorg ik er voor niet in zijn kamer te liggen. Als er een kampioenschap snurken zou zijn wint deze man met ruime voorsprong.

Toch nog wel wat geslapen en de volgende dag vroeg weg. Vandaag lopen we naar Ribadesella toch bijna dertig km.

Deze stad ligt pal aan zee en de rivier de Sella mondt hier uit. We zijn pas laat in de middag hier maar gaan toch even naar de zeekant om een duik te nemen. Ik heb geen zwembroek bij me maar in een Odlo onderbroek is het ook goed zwemmen. Het water is nog wel koud maar na zo’n dag lopen knap je wel op van een duik.

Na nog een paar dagen lopen hier langs de kust besluit ik om verder te gaan op de camino Primitivo.

In het gehucht Casquita kun je of doorgaan met de Del Norte of afbuigen naar Oviedo en dat laatste doe ik.

De Primitivo loopt door Asturias en Galicië.

Deze camino is waarschijnlijk de allereerste weg naar Santiago de Compostela. Vandaar ook de naam Primitivo, die ook de Oorspronkelijke genoemd wordt. Het verhaal wil dat Alfonso 11 el Castro in de 9de eeuw deze weg nam om te kijken bij het pas ontdekte graf van de apostel Jacobus. Hij moest wel over deze weg omdat de andere wegen nog bezet waren door de Moren. De Primitivo wordt ook genoemd als de zwaarste camino. Het binnenland van Asturias is erg hoog dus veel stijgen en dalen.

Tot zover dus de Camino del Norte. Een pittige camino maar dat zijn ze allemaal eigenlijk wel.

Volgende week lopen over de camino Primitivo.

Prachtig zicht op de zee langs de Camino del Norte

Hugh

Hoofdstuk 10

Hugh

Na een zeer onrustige nacht in de benauwde ruimte waar geen raam open mag ga ik toch maar weer op pad voor de 23 km naar Mogro. Voor zessen is het al een drukte van belang en dringen bij de wc’s en douches. We lopen om zeven uur al buiten en het duurt even voor er een tentje open is voor een desayuno. Echt wakker worden van een goede kop koffie.

Het is eerst veel asfalt maar dat hoort er nu eenmaal ook bij.

Jean heeft echt haast want die is in no time verdwenen. Hugh en ik hebben een wat rustiger tempo.

Hugh woont in Australië en praat dan ook die typische taal. Het is even wennen maar goed te doen.

In Sydney heeft hij een Apple service bedrijf en iedere winter daar gaat hij drie maanden naar Europa. Vorig jaar liep hij zijn eerste camino en direct al een pittige, de Via de la Plata. Deze loopt van Sevilla naar ScC. Nu is hij wel wat hitte gewend en ging deze camino in juli doen. Bloedheet. Het voordeel is dat er bijna geen mens deze route in die tijd doet.

Het heeft niet zoveel met mijn camino te maken maar ik vind het zo apart dat ik het toch vertel.

Hij begint de eerste dag in Sevilla samen met een vriend. Deze heeft het goed voorbereid en vertelt Hugh hoe er gelopen moet worden. Dat gaat natuurlijk verkeerd.

Verkeerde weg bij de start en ze moeten door het water waden. Na een paar dagen kan die vriend niet meer en zegt, ik moet een paar dagen rust, ga jij maar verder ik kom je wel achterna met OV. Na een week komt er een bericht uit Engeland waar hij woont, ik ben maar naar huis gegaan het is niets voor mij. Hugh was door hem overgehaald om te gaan lopen.

Intussen loopt Hugh met een Duitser, Heinz, hoe Duits kan je zijn. Een man van net zestig die kanker heeft. Hij is uitbehandeld en hij wil speciaal naar SdC lopen. Zijn familie is het daar niet mee eens maar hij gaat toch.

In een alberque waar ze met z’n tweeën zijn komt er nog iemand binnen, een fietser. Dit is een Spanjaard en heet Manolo. Zijn fiets is stuk en hij besluit om een dagje mee te lopen. Dat bevalt hem zo goed dat hij naar huis belt, hij woont in Sevilla en is daar taxi-chauffeur, voorlopig kom ik niet thuis, ik ga niet fietsen maar lopen naar SdC.

Zo gaan ze gedrieën op weg. Hugh spreekt alleen maar Engels, Heinz alleen Duits en Manolo alleen Spaans.

Het is een zware route met lange afstanden (ik heb hem ook gelopen) en Heinz krijgt het steeds moeilijker maar hij wil zijn tocht afmaken.

Deze mannen krijgen zo een hechte band, Hugh en Manolo doen er alles aan om het voor Heinz mogelijk te maken om de kathedraal in SdC te halen.

Manolo draagt niet alleen zijn eigen spullen, hij draagt ook de rugzak van Heinz. Uiteindelijk halen ze de eindstreep. Heinz is op maar o zo gelukkig. Dit was de reis die hij altijd al wilde maken, drie maanden later begon hij aan zijn laatste reis, die naar een andere wereld.

Je zou hier zo een mooie film over kunnen maken. Een waar gebeurd verhaal.

In Mogro zit Jean al aan zijn biertje en aan de ene sigaar die hij per dag rookt. Een man van vaste gewoontes zelfs hier op de camino.

De volgende dag is een wat kortere afstand. Ik loop naar Santilliana del Mar, het is ongeveer 19 km.

Nu is de korte route stiekem over een spoorbrug, dat ten strengste verboden is. Doe je dat niet dan moet je 10 km omlopen. Wat denk je dat we doen? De brug natuurlijk. We staan eerst een minuut of tien te twijfelen, wachten tot er een trein komt en daarna snel eroverheen. Het vervelende is dat er geen trein komt. We hebben geen dienstregeling. Er komen een paar andere pelgrims aan en die lopen zonder te aarzelen naar de overkant. Wij rennend erachteraan. Gered en geen trein gezien.

Hierna gaat de weg stijl omhoog en ik ben wel blij om in Santilliana del Mar te komen.

Dit is een Middeleeuws stadje met nog prachtige huizen en een soort kinderkopjes als bestrating.

Ik vind het een beetje op Valkenburg lijken. We zijn best vroeg hier en na een tukje nog een echte wandeling door dit prachtige stadje met zijn vele restaurants. Hier een uitstekend menu del dia gegeten.

Vandaag loop ik 22km naar Comillas. Het is een rustige etappe maar wel erg veel verharde weg. Het kan ook vaak niet anders. Ik heb er een behoorlijke hekel aan maar de pelgrim moet niet mopperen.

Onderweg komen we langs een oude vrouw die een tros bananen in de hand heeft. Iedere pelgrim krijgt een banaan van haar. Dat doet ze al jaren, echt zo ontzettend lief.

Dan is er ook nog een “beroepspelgrim”. De man met de witte baard komt uit Andalusië en brabbelt een onbekend taaltje. Hij loop al meer dan 30 jaar ieder jaar naar Santiago de Compostela. Heel op zijn gemak. Over twintig kilometer doet hij gewoon de hele dag. Komt in de alberque en gaat op zijn bed liggen. Eet nooit met ons mee. De banaan van de lieve vrouw nam hij wel aan. Wat en waar hij eet is een mysterie. Ik kom hele aparte figuren tegen op mijn weg naar SdC.

Links de Andalusiër en rechts Hugh

En zo ben ik dan in Comillas, een plaats aan de kust met een grote begraafplaats op een heuvel. Ik weet niet meer hoe de goede man heet maar het was een invloedrijk iemand. Hij bouwde dit kerkhof voor de gewone mensen zodat ze op een mooie manier begraven konden worden. Het kijkt helemaal uit op de zee. Heel indrukwekkend. Een levensgrote engel staat op het hoogste punt.

In Comillas staat ook een bouwsel van de beroemde architect Gaudí. Het kostte wel heel veel moeite om het pand te vinden

Morgen mag ik weer 29 km lopen naar Collombres.

(Deze tocht liep ik in 2010 en ben er nu een e-book over aan het schrijven. Ik plaats iedere week een hoofdstuk)

loslaten is de weg, niet het doel

In 2010 liep ik van Ede naar Santiago de Compostela. Het verhaal hiervan publiceer ik in delen. Vandaag het eerste deel.

Hoofdstuk 1

het begin

Frankrijk zo’n dertig jaar geleden en ik sta met de caravan op een camping als er een heel klein tentje naast mij neergezet wordt. Het hoort bij een jonge man die net daarvoor met een grote rugzak op de daarvoor bestemde plaats de camping opkomt. Ik zie geen auto, motor of fiets. Hij is lopend gekomen. Het blijkt ook nog een Nederlander te zijn. Natuurlijk maak ik een praatje en hij vertelt dat hij zijn baan heeft opgezegd en aan het lopen is naar Santiago de Compostela. Hij zal er zo’n vier maanden overdoen. Dat lijkt mij ook wel wat maar daar blijft het dan ook bij. Ik ga gewoon verder met mijn leven zoals ik het gewend ben.

Het blijft wel altijd in mijn achterhoofd sluimeren. 

Maar dan na een behoorlijk moeilijke tijd kan ik niet meer leven zoals ik gewend was. Ik besluit om het ook te doen. Vanuit huis ga ik lopen naar SdC in Spanje. 2400 km. 

Nu ben ik nog niet een geoefende wandelaar, maar wil wel een lange afstand lopen. Hoe ga ik dat aanpakken? Eerst kleine afstanden en dan steeds grotere. Met rugzak loop ik al snel 20 km op een dag en soms twee dagen achter elkaar. Ik kan een sabbatical van drie maanden nemen maar dat is te kort voor de hele afstand. Als alternatief loop ik iedere maand drie dagen. De eerste maand kom ik tot Waalwijk en daar begin ik dan een maand later weer. 

De aftrap is in Ede waarvandaan ik naar Wijk bij Duurstede loop. Dat is direct al 27 km. Het eerste stuk gaat lekker. Het is deze dag behoorlijk heet maar tot aan het mooie stadje Amerongen gaat het veel door het bos. Dan nog 11 km over een bochtige en prachtige dijk in de volle zon. Eindelijk met mijn tong op de schoenen kom ik aan bij mijn lief die daar woont. De volgende dag is het nog steeds warm weer en loop ik naar Zaltbommel. Na de derde dag loop ik zo stijf als een robot van de eerste generatie, maar ben wel al in Waalwijk.

Ik heb een maand om nog wat te trainen en het gaat steeds beter. Dan is het weer de tijd om drie dagen te lopen. Waalwijk- Dongen. Daar woont mijn zus en zwager en ik kan er slapen. De volgende dag vroeg op pad. Na een tijdje kom ik in een dorp en besluit maar eens een kop koffie te nemen. Ik bestel er een en dan slaat de schrik toe. Mijn beurs is weg, ik heb geen rode cent bij mij. Ik bel mijn zus en gelukkig de beurs is uit mijn jas gevallen en ligt in de hal. Zwager komt hem nabrengen met de auto. Dit is het eerste ding dat ik op deze camino meemaak dat goed afloopt. 

In het zelfde weekend ben ik uitgekomen in Antwerpen. In een overvolle trein weer terug naar huis. In Utrecht moet ik overstappen op de trein naar Ede. Ik zit in die trein en wil even op mijn telefoon kijken. Normaal zit die altijd in mijn rechterbroekzak maar deze keer niet. Hij zit nergens, tenminste niet op mijn lijf of in mijn tas. Ik ben hem kwijt. Nee toch. Hij moet ergens uit mijn zak gegleden zijn. Thuis bel ik met mijn vaste telefoon mijn mobile nummer en die wordt direct opgenomen. Het meisje dat tegenover mij zat heeft hem gevonden en morgen is ze in Nijmegen en daar kan ik hem ophalen. Ook weer goed afgelopen gelukkig.

Op mijn rugzak heb ik de bekende Jacobsschelp genaaid en eenmaal in België krijg ik veel reacties. Er rijdt een auto voorbij, de man kijkt uit zijn raampje. Even verderop keert hij en komt weer op mij af. Wat moet die, denk ik. Hij stapt uit en vraagt waar ik heen ga. Naar SdC zeg ik. “Amai, mijne papa liep ook daar naartoe maar op 80 km voor Santiago kreeg hij een hartaanval en hij ligt daar begraven. We hebben een monumentje gemaakt voor hem. Als gij er langs komt hou dan even stil.” 

Eerlijk gezegd ben ik er nu al stil van. 

Hoe verder ik kom hoe moeilijker het wordt om met het openbaar vervoer weer terug te komen. Uiteindelijk kom ik in Wissant , in Frankrijk. Dat is na bijna 400 km.

Ik besluit om vandaar uit te vertrekken en zo’n drie maanden later aan te komen in Santiago de Compostela. Er lopen in Frankrijk een paar pelgrimsroutes die allemaal uitkomen op de Spaanse camino maar ik wil mijn eigen reis uitstippelen en loop mijn eigen weg via diverse GR routes

Wordt vervolgd.

The day after Dracula

Ik ben weer een beetje bij gekomen van mijn avontuur met Lucy en het is weer lekker “ thuis” komen op de camping en direct word geroepen om mee te komen eten. De eigenaar van het pension en camping heeft gekookt. Het pension is dit weekend vol met een groep jonge tandartsen die er een goed weekend van maken met veel drank en muziek. Het eten smaakte voortreffelijk en een ding wil ik wel delen. Een soort prutje, ik noem het courgette tip. Klein beetje warm en dan op vers gebakken brood. Pas op want je eet je vingers er bij op.

Klik op TIP voor het recept.

 De volgende dag ga ik met de Trotter 9 km fietsen naar het beginpunt van een trail. Het is zondag en veel Roemenen houden ook wel van een wandelingetje. Er is voor iedereen wel een geschikt pad om te lopen of om rots te klimmen in dit Parcul National Piatra Craiului.. Ik begin een trail die enkele reis zo’n drie uur duurt. Het gaat echt super steil omhoog en binnen no time kom ik adem tekort. Ik loop over boomstronken en stenen en moet vaak echt klimmen met grote stappen. Ik ben iets meer dan een km omhoog en ga hijgend op een steen zitten. Ik zei al dat veel Roemenen ook van lopen houden want er passeren er veel. Ik hoor dat het nog een heel eind naar boven is en ik moet weer eens een besluit nemen die toch wel een beetje pijn doet. Ik ga terug en het lullige is dat er zelfs een jonge vrouw met kind op de buik als een gems naar boven loopt. Ik leer wel steeds beter waar mijn grenzen liggen. Ik hoor dat het hele stuk 17% stijging heeft.

Weer beneden doe ik de makkelijke tocht. Eerst door een kloof met grotten en dan nog een stuk omhoog. Onderweg zijn een aantal klimmers bezig de rots te bedwingen.

Als ik weer terug loop word ik een paar keer aangesproken door Roemenen die vragen hoever het nog is. Ook door drie jongeren waar ik een goed gesprek mee heb over de politieke situatie. Jammer dat zij zelf niet in hun toekomst geloven. Er veranderd toch niets aan de top. Allemaal vriendjespolitiek, dus we gaan ook niet stemmen.

Bij mijn Trotter aangekomen zie ik op de GPS app dat ik weer 17 km heb gelopen. Genoeg voor vandaag. Morgen ga ik volgens TopGear een van de mooiste routes van de wereld rijden de  Transfagarasan. Daarover meer in mijn volgende verslag.

Misschien nog wat nuttige informatie. De camping heet Alpin Ranch

Strada Pinului 13

2223 Zarnesti

Website:

Heb je de eerste Roemenië verslagen gemist en wil je er nog wel een lezen klik dan HIER

Het verhaal van de brekende fles

Na weer een paar dagen vrij staan is het weer de beurt voor een camping. Het wordt wat eentonig maar ook dit was weer een bijzondere weg en ik kom uit op een soort, ik vertrek camping maar dan van een Engels paar. Er is een heerlijk groot zwembad en alles is op zijn Britisch geregeld.. Het is een naar beneden aflopende camping met stroken gras waar je dan je kampeermiddel neer kunt zetten. Er viel en valt nogal wat regen en het gras ziet er erg zacht uit. Ik besluit om maar op het bovenste stuk te gaan staan. Beneden is wel mooier dan sta je naast een mooi zonnebloemveld maar “voor de zekerheid”. De eerste nacht regent het weer zoals de Engelsen zeggen Cat’s and dog’s en helaas komt de ervaren al twintig jaar camper rijdende Jan net niet boven. Zijn banden maken een keurig kuiltje in het groene gras. Maar hulp is nabij in de persoon van Nick de campingboss. Hij zet zijn Jeep ervoor en trekt hem er wel even uit, tenminste dat denkt hij. Nick maakt nog mooiere en diepere kuilen in het heilige gras. Hij heeft de echte Engelse kalmte, even een telefoontje en daar komt een vrouwelijke medewerker in haar Lada Niva aan. Ze maken nu een treintje van drie en ja hoor, Jan kan er vandoor. Anderen die ook op die manier stonden hebben de camper in de middag vast op het grindpad gezet, alweer voor “de zekerheid”. ( de titel van de film moet Niva zijn)

De wandelaars en/of fietsers onder de lezers kennen vast wel de app, Wikiloc. Hier staan duizenden wandelingen en fietstochten op. De routes worden gemaakt door de leden. Er staat een route op vanuit de camping van iets meer dan acht km. Leuk om te doen. De route was gemaakt in mei 2016. Het eerste stuk was saai en niet prettig. Hij gaat over een stuk weg die pas geasfalteerd is en dan rijden ze direct als gekken. Lekker een keer geen gaten kun je goed planken. Voor de wandelaar niet echt prettig, alert blijven. Dan mag ik na het dorpje waar de route doorheen loopt het veld in. Das mooi denk ik en stap lekker door, niet gerekend op al het water dat gevallen is. Net zoals de camper van Jan kom ik ook steeds dieper te zitten in de doorweekte klei. Diepe plassen en bijna onbegaanbare paden. Maar dat mag de pret niet drukken want ik krijg er zoveel voor terug. Lopen door zonnebloemvelden, paadjes met blauwe, gele en rode bloemen. Wat een voorrecht om zo hier te mogen lopen. Bijna op het einde moet ik volgens de route linksaf naar de camping maar waarschijnlijk stonden er toen geen zonnebloemen want ik moet dwars door dat veld en dat is gewoon te dicht, daar kan ik echt niet doorheen. Ik moet er omheen en zo komt er een km bij. de video die ik ervan gemaakt heb is misschien iets te lang maar er staat zo’n bloemenpracht in dat ik hem niet korter kon maken. Het is alleen jammer dat je de geuren niet ruikt.

De volgende dag ga ik op zoek naar een oude glasfabriek. De niet meer gebruikte spoorlijn moet daar speciaal voor aangelegd zijn, nog in de communistische tijd. Hij is helemaal overwoekerd dus daar kan ik niet overheen. Even een stukje geschiedenis. De top van het partijbestuur zat weer eens met dikke sigaren aan de wodka en moesten iets doen aan de werkeloosheid in deze buurt. Er kwam nog een fles wodka op tafel en toen sloeg er een lid met zijn vuist op tafel en riep, bij de snor van Stalin, ik heb het. We bouwen een glasfabriek. Een glasfabriek? Ja er wordt zoveel gedronken dus voor een flessenfabriek is altijd plaats. Een groots plan. Stuk grond uitkiezen en er moest ook nog iets geregeld worden voor de aan en afvoer van de producten. Een prachtige spoorbaan dwars door het land. Na een paar jaar is daar de grote opening. De partijbonzen staan vooraan te glunderen met een glas in hun hand. Oké, de bouw van de fabriek en de aanleg van de spoorbaan was uitstekend voor de werkgelegenheid en nu in de prachtige nieuw fabriek met alles er op en er aan kunnen een paar honderd mensen werken. Ze kunnen trots zijn op zichzelf. De eerste flessen verlaten de lopende band en gaan op weg naar de inmiddels aangetrokken klanten. Een staatsbedrijf waar wijn wordt gebotteld. Maar dan gaar er iets behoorlijk mis. De kwaliteit van de flessen is zo slecht dat als de kurk er in gedrukt wordt de hals springt. eerst wordt nog geprobeerd om het proces om te flessen te maken te verbeteren maar als dat ook niet lukt besluiten de bonzen om de fabriek maar gewoon dicht te gooien. En zo staat hij er nog met alle machines er nog gewoon in. Deur achter je dicht trekken en niet meer omkijken. Spoor ook niet meer nodig dus laat maar overwoekeren. En zo staan er best veel fabrieken leeg. Mijn bedoeling was om er in te gaan om foto’s te nemen maar toen ik dichterbij kwam begonnen er nog al wat honden tekeer te gaan zodat ik maar rechtsom of misschien was het wel linksom, gekeerd ben.

Ik ben twee dagen op deze camping geweest ook omdat mijn was voor 7,50 keurig gedaan werd en alles mooi opgevouwen weer terug kreeg.

De volgende dag rij ik naar Varna. Een cultuurschok. Het is een mondaine badplaats met een gigantisch langgerekt park met prachtig aangelegde bloemenperken. Het heeft wel wat weg van de Keukenhof. Het is gezellig druk en natuurlijk kan ik het niet nalaten om een groep streetdancers te filmen.

Na het drukke Varna ga ik nog even naar een volgende camping aan de kust. Het heet hier de Golden Sand Beach. Als je van “gezelligheid” houdt is dit je plaats. Een hele lange boulevard met prachtige sterren hotels, winkeltjes, echt en dan bedoel ik ook echt prachtig ingerichte cocktailbars. Live muziek en een soort kermis. Lawaai dus, overal muziek vandaan en veel, heel veel mensen op straat. Nu kwam ik er al goed voorbereid want ik had mijn gehoorhulpmiddel, de bekende schelp achter het oor in de Sprinter laten liggen. Ik denk dat het wel iets scheelde. Ook hiervan heb ik een video(tje) gemaakt. Wel veel video deze keer.

Bedankt voor het lezen en reacties zijn altijd welkom. Volgende keer verlaat ik Bulgarije en ben ik te gast in Roemenië

P.S. Ik kan nog wel wat volgers gebruiken op mijn You-Tube kanaal. Om precies te zijn een stuk of 783. Dan zit ik aan 1000 en kan van veel opties gebruik maken voor het maken en plaatsen van video’s. Nu staat er reclame bij en daar krijg ik niets van maar met duizend volgers in ieder geval een bietje. Het kost je niets en je hoeft niet alles te kijken. Bedankt alvast.

Verrassend Bulgarije

Vandaag heb ik zowaar een planning gemaakt. Moet niet gekker worden. Meestal rij ik gewoon en bekijk onderweg wel waar ik uitkom. Mijn planning voor deze dag is via de Sipkapas naar Gabrovo. Niet echt veel kilometers maar dat is wel eens lekker. Net buiten de bebouwde kom van Sipka staat een bord dat de pas vandaag open, dat is weer mazzel hebben. Het is een makkelijke bochtige weg die langzaam omhoog gaat. Boven aangekomen word ik verrast met wat ik daar zie. Een paar touringcars en veel auto’s geparkeerd. Een stuk of vier restaurantjes en wat winkeltjes. Boven op een bergtop saat een vierkante toren. Daar kun je nog met de auto komen maar je kan ook via een trap naar boven. Die trap lijkt mij wel een uitdaging. Beneden zie je de bovenkant niet. Daar gaat ie dan. Ik zeg altijd tegen anderen dat ze niet naar boven moeten kijken, je komt toch wel een keer op de top en iedere keer dat je naar boven kijkt en je moet nog een stuk ga je meer puffen. Ik kijk dus naar de treden, moet ook wel want er zijn er veel stuk en na iedere honderd treden staat in een trede gebeiteld hoever je bent. Ik zie 500 staan en kijk toch stiekem even naar boven. Ik zie nog steeds de bovenkant niet. Even een pauze en een sloot water naar binnen werken. Traplopen is niet mijn favoriet, ik loop liever tegen een helling op. Na iets meer dan 1000 treden ben ik redelijk nat en vermoeid boven. Daar staan toch een partij auto’s op de parkeerplaats. Maar dan nog een steile trap op naar de toren. De toren kun je in, het is een museum en het thema is de slag bij Sipka in 1877. Bij de ingang staat een mannetje en ik begrijp uit zijn Bulgaarse gebaren dat ik 20 treden naar beneden een kaartje moet kopen.  Toch maar doen. Het is weer even positief schrikken over de prijs. Als pensionado betaal ik 50 eurocent. Weer de twintig treden op naar de controleur die het kaartje bekijkt en er een scheur in trekt.

Het is een vierkante toren en het voordeel hiervan is dat er een smalle trap aan de zijkant is en geen moeilijke wenteltrap. op iedere verdieping is wat te zien over die slag. Er zijn duizenden Russische Militairen gesneuveld waarvan de meeste door bevriezing. Niet zo handig om als er een dik pak sneeuw ligt en het keihard vriest om dan een battle te beginnen.Maar misschien kwam het onverwacht en toen had je het KNMI nog niet die code rood kon geven. Terug naar beneden ben ik over de weg gegaan 1 km.

Als ik in Sprinterje weg rij valt alle kleur uit de lucht weg, het wordt aardedonker. In de verte wordt er al op de pauken geslagen en de hemel wordt iedere keer heel even verlicht door een flinke flits. Er zitten nog genoeg seconden tussen het licht en de klap. Dan worden de sluizen boven pas echt open gezet. Ik wist niet dat er zoveel tegelijk naar beneden kon komen. De weg loopt in bochten naar beneden en al dat water wil ook naar beneden.  Het onweer is nu erg dichtbij en dan pal voor mij een vuurbal en direct een super harde knal. Schrok mij rot. Wel heel mooi om te zien. Jammer dat mijn camera niet aanstond, dit had ik nog nooit meegemaakt. Gedwongen heel langzaam en de ruitenwisser op oorlog stand kom ik beneden. Daar ligt al dat water, de dorpsweg is er niet meer, er ligt nu een rivier waar ik doorheen rij. Op een wat droger stukje stop ik om even bij te komen. Mijn doel voor vandaag is Gabrovo. Dit is best een grote stad en eenmaal gearriveerd denk ik, zo snel mogelijk weer wegwezen en dat doe ik ook.

Ik kom uit in Trjavna.  Sprintertje krijgt een plekje voor zich alleen naast een zwembad. Heerlijk rustig het zwembad is gesloten en er staat verder niemand. Jammer, hopelijk is het morgen wel open om lekker de dag te beginnen met baantjes trekken. Het is nu droog en ik loop anderhalve km naar het oude dorp. Dit is autovrij en de weg is helemaal bekleed met ongelijke stenen. Lastig voor rolstoelers dus. Er zijn veel Bulgaarse toeristen en het is gezellig druk. Bij een plein met een groot gebouw is het extra druk en er gaan veel mensen dat gebouw binnen. Met mijn toch wel nieuwsgierige aard ga ik ook maar eens binnen kijken. Ik kom in een soort garderobe, zoals in een theater alleen wordt deze voor een ander doel gebruikt. Er staat een skelter, een paar fietsen, biervaten, opgestapelde stoelen en tafels en een heleboel kratjes met lege frisdrank flesjes. Rechts is een brede trap en boven aan de trap zit aan een tafeltje een man met een geldkistje voor zich. Het is de kaartverkoper voor het concert dat over vier minuten begint. Diverse soorten klassieke muziek. Het legt mij nog uit dat de klarinetspeler uit Wenen komt en de beste van Oostenrijk is. Ik heb er wel zin in en vraag een kaartje, oei, dat is schrikken. Een lev, oftewel 50 eurocent. Het is een prachtig afwisselend concert. Er zijn de hele week allerlei activiteiten in dit dorp of eigenlijk stadje. Het is het jaarlijkse Trjavna art festival.

De volgende ochtend is het zwembad nog dicht dus ik ga eerst maar eens een route lopen die ik van Wikiloc haal.  Wil je de route zien klik dan even op ROUTE.  De route komt uit bij het plaatsje Bozhentsi. Staat niet aangegeven op mijn Michelin kaart. Het is een soort museumdorp, autovrij met prachtige vakwerkhuizen. Hier ga ik koffie drinken en de ober praat tegen mij in het Limburgs. Heel apart is dat. Hij heeft 8 jaar in Limburg gerwerkt en daar bij de Smokkelaar heb ik hem al eens eerder gesproken. Heel apart. Meer wat ik onderweg meemaakte in mijn vorige blog.

Tot op mijn huid ben ik door en door nat van de regen en van de transpiratie. Ik weet niet waarvan het meeste nat. Ik denk lekker even zwemmen en douchen maar door de regen is het toch weer gesloten. Maar na een uurtje komt er een auto met daarin de zwembadman. Hij gaat open en ik trek lekker mijn baantjes en hij beloofd morgenochtend speciaal voor mij open te gaan. Hij houdt woord en ik kan mij heerlijk natscheren en weer mijn baantjes trekken. Goed begin van weer een reisdag.

Tot de volgende keer met daarin o.a. belevenissen rond de camping.