Een bleke, vleeskleurige massa. Opgezwollen, misvormd en bedekt met gelige bulten. Roze plekken die verdacht veel op rauw vlees lijken. Uit de massa steken dikke, kronkelige uitsteeksels, alsof er lichaamsdelen in een vergevorderd stadium van ontbinding liggen.

En dit ligt zomaar op een boomstam, midden in het bos.

Ik ben aan het wandelen wanneer ik het ontdek. Mijn eerste gedachte is bepaald niet prettig. Heb ik zojuist de resten van een dood dier gevonden? Of ligt hier iets wat ik eigenlijk helemaal niet wil vinden?

Ik blijf staan en kijk om me heen.

Geen mens te zien. Alleen bomen, struiken en een verlaten bospad.

Voorzichtig kom ik dichterbij. Hoe langer ik kijk, hoe griezeliger het wordt. De massa heeft iets weg van een verminkt lichaamsdeel. De bobbelige huid lijkt op sommige plekken opengebarsten. Geel, roze, oranje en hier en daar een donkerrode verkleuring.

Mijn fantasie draait inmiddels overuren.

Ik hurk neer. Moet ik dit eigenlijk wel aanraken? Misschien is het verstandig om eerst een foto te maken.

Ik fotografeer het lugubere geval vanuit verschillende hoeken en besluit uit te zoeken wat ik precies heb aangetroffen.

Google weet het.

Geen ontbindend kadaver. Geen afgehakt lichaamsdeel. Geen gruwelijke vondst waar de recherche voor moet uitrukken.

Het is een zwavelzwam.

Een paddenstoel die in zijn jonge jaren prachtige felgele en oranje waaiers vormt, maar op latere leeftijd kan veranderen in een vormeloze, vleeskleurige massa.

Deze zwam heeft zijn beste tijd duidelijk achter de rug.

Ik vervolg mijn wandeling. Geen rood-witte linten. Geen politie. Geen pers.