Start van de Primitivo

Hoofdstuk 13

Het is even zoeken maar toch staan we al vroeg voor de alberque in Oviedo. Alles is dicht en hij gaat pas om half vijf open. Er staan al een paar mensen te wachten. Om nu een paar uur daar voor zo’n gebouw rond te hangen is niet echt aanlokkelijk. We zetten de rugzakken in de tuin en gaan de stad in. Hugh moet wat zakelijke dingen regelen en gaat in een café zitten en ik ga deze stad eens bekijken.

Deze studentenstad is de hoofdstad van het prinsendom Asturië. Het is een stad die niet vol is met toeristen en het is de stad van de cider. Wat ook opvalt zijn de grote glanzende beelden die overal staan. Het moeten er ruim honderd zijn.

De grootste attractie blijft toch wel het cider schenken. Dat gaat zo. Je bestelt cider en dan pakt de ober een glas in zijn hand op dijbeenhoogte. In zijn andere hand de fles cider die hij met een gestrekte arm boven zijn hoofd houdt en daarvandaan giet hij wat cider in het glas. Niet zoveel want je moet het glas in een teug leegdrinken. Is je glas leeg dan weer hetzelfde ritueel.

Een goede ober schenkt zo van boven en morst geen druppel.

Mijn broek is stuk en ik zie een klein atelier. Binnen achter een naaimachine zit een vrouw te werken. Ik ga naar binnen en laat zien waar het stuk is. Peligrino? Vraagt ze. Si, antwoord ik. Ze begint in het Spaans te ratelen en te gebaren en ik begrijp dat ik mijn broek moet uittrekken. Ze pakt de broek aan en zet zich weer achter de machine en begint aan de reparatie. Daar sta ik dan in mijn onderbroek. Ze is rap en binnen een paar minuten kan ik hem weer aantrekken. Ik vraag wat het kost, nada, zegt ze met een dikke glimlach. Buen Camino. Het geeft mij een fijn gevoel.

Mijn broek wordt vakkundig gemaakt.

Tegen half vijf weer terug bij de alberque en het is goed dat onze rugzakken er al staan want de rij mede pelgrims is al aardig lang geworden.

Voor het eerst in deze alberque worden de vrouwen van de mannen gescheiden. We hebben aparte kamers. Ik bemachtig een onderbed. Vooral als je s’nachts eruit moet is dat wel handig. Boven mij komt een man te liggen die binnenkomt in een soort camouflage kleding en een enorme rugzak. Hij legt zijn slaapzak op het matras en verdwijnt weer net zo stil als hij binnenkwam.

Ik doe even een tukje en ga daarna met Hugh op pad om wat te eten. Gewoon een stukje eten gaat op dit tijdstip niet dus er zit niets anders op dan wat te gaan drinken. De gewoonte is hier dat bij elk glas drank dat je bestelt er een tapas zit. Vaak wel wat zoute dingen zodat je dorst houdt. In een smal straatje komen we terecht in een drukke bar. Buiten staat het vol mensen met een drankje in de hand. De man van het bovenbed zit alleen aan een tafeltje en er staan nog twee stoelen naast. Hugh en ik schuiven bij hem aan. Het is een Brit, Jake. Even voorstellen, hij heeft eerst in het Britse leger gezeten, eenheid special boot service, een elite eenheid waar alleen de best getrainde mannen inzitten. Na vele geheime missies is hij overgeplaatst naar een speciale eenheid van de politie. Tot dat het hem allemaal teveel werd, er helemaal doorheen zat en uiteindelijk afgekeurd, nog geen vijftig. Allerlei therapieën gevolgd maar niets helpt echt. Uiteindelijk komt hij in Nederland terecht bij ene Greet. Dat helpt hem echt en door haar is hij nu als pelgrim onderweg naar Santiago. Begonnen in Engeland. Hij vertelt dit om dat ik uit Nederland kom en ook als therapie om er zoveel mogelijk over te praten. Op de klok kijkend moeten we opschieten want om tien uur gaat de deur van de alberque op slot. We zijn net op tijd.

Lekker buiten met je drankje

Die nacht als ik een tijdje wakker lig staat Jake opeens naast zijn bed. Ik heb niets gehoord. Normaal is het een gestommel als er iemand uit zijn bed komt maar nu hoorde ik niets. Het lijkt wel een kat. Ik zie hem met z’n slaapzak de kamer uit sluipen en hij komt niet meer terug. Het was te warm en hij heeft buiten geslapen, vertelde hij s’morgens.

Vandaag lopen we naar San Juan de Villapañada, dit is iets meer dan 28,5 km. Het is nog een hele toer om de stad uit te komen. Er liggen wel overal van die koperkleurige schelpen in het trottoir maar er lopen diverse routes. Na een beetje heen en weer gedrentel, zitten of eigenlijk lopen we weer op de goede route. Het parcours is niet al te moeilijk, wat heuvelachtig terrein maar het aantal km gaat toch wel in mijn benen zitten.

De alberque ligt zo als gewoonlijk wat buiten het centrum. Wij komen rechts aan maar van de andere kant komt er ook een pelgrim aangesjokt. Hij moet ook bij de alberque zijn.

Het gebouw ligt iets op een heuveltje en heeft een ruimte met tien stapelbedden en een grote woonkeuken. De een na de andere pelgrim komt binnen. . De meeste Spanjaarden maar ook twee Poolse vrouwen. Een van de Spanjaarden is kok en hij gaat heerlijke spaghetti met tomatensaus maken. We zitten met z’n achttienen aan tafel. Weer andere mensen hier dan in Oviedo. De meesten die daar aan hun camino beginnen lopen de eerste dag tussen de 10 en 15 km. Beetje opbouwen.De Itäliaan is er wel en met 18 personen in een toch wat benauwde ruimte zal het geen rustige nacht worden.

Alberque

(Deze tocht liep ik in 2010 en ben er nu een e-book over aan het schrijven. Ik plaats iedere week een hoofdstuk)

blog reisblog te voet naar Santiago de Compostella

Gloria, een verwoestende storm

Na een paar prachtige weken hier aan de Costa Blanca waar we aan het overwinteren zijn is het weer dramatisch omgeslagen.

Hier nog mooi weer en de amandelboom al in bloei

De Spaanse overheid kondigden code rood aan. Gloria komt eraan.Het gesprek natuurlijk hier op camperpark Costa Blanca waar de campers keurig in het gelid staan. Een dag ervoor worden er al voorzorgsmaatregelen genomen. Ook wij doen er aan mee. De vouwfietsen, buitenkeuken en stoelen naar binnen onder het bed.

Het geeft wel een prachtige regenboog

De voorspelling klopt precies. The weather Channel kondig om 4 uur PM regen aan en exact om vier uur begint het te regenen en niet zo’n beetje ook. De lucht is bijna zwart en de wind neemt in kracht toe. De hele avond zitten we al te schudden in onze stoelen en stellen het naar bed gaan maar even uit. Houden we de kleren aan als we toch maar naar bed gaan? Nee gewoon zoals iedere nacht. Maar toch bitter weinig geslapen. We krijgen zulke oplawaaiers. De regen striemt keihard door Gloria tegen de zijkant van Sprintertje. Ik heb het gevoel dat hij op zijn kant gaat. Maar Sprintertje doet wat er van hem verwacht wordt en houdt stand. Tegen zevenen neemt de kracht af en ik val nog even in slaap. Hier op het camperpark is geen schade. We gaan beneden eens kijken aan de strandkant.

Het weggetje waar we meestal overheen lopen kunnen we niet door. Er zit een afdaling in die daarna weer steil omhoog gaat. Beneden loopt water door als een rivier. Omlopen en dan een paar km lekker lopen. De boulevard staat onder water en de golven spuiten hun water en stenen nog over de rand. Stukken weg zijn veranderd in kiezelwegen, allemaal zo uit zee gegooid. Het is wel een mooi indrukwekkend gezicht maar best veel schade.

Ben ik nu een ramptoerist?

Het is nu wat rustiger maar we moeten tot donderdag wachten voor de zon weer is terug gekeerd.

Bekijk hier de video Gloria

Als het weer wat beter wordt kan er weer gewandeld worden zoals bv naar de markt in Altea. Ik heb daar een vlog over gemaakt. Meer vlogs zien van LekkerLopenTV? Abonneer je dan op dit kanaal. https://www.youtube.com/watch?v=m3KqP5flZWk&feature=share

blog reisblog

Hugh

Hoofdstuk 10

Hugh

Na een zeer onrustige nacht in de benauwde ruimte waar geen raam open mag ga ik toch maar weer op pad voor de 23 km naar Mogro. Voor zessen is het al een drukte van belang en dringen bij de wc’s en douches. We lopen om zeven uur al buiten en het duurt even voor er een tentje open is voor een desayuno. Echt wakker worden van een goede kop koffie.

Het is eerst veel asfalt maar dat hoort er nu eenmaal ook bij.

Jean heeft echt haast want die is in no time verdwenen. Hugh en ik hebben een wat rustiger tempo.

Hugh woont in Australië en praat dan ook die typische taal. Het is even wennen maar goed te doen.

In Sydney heeft hij een Apple service bedrijf en iedere winter daar gaat hij drie maanden naar Europa. Vorig jaar liep hij zijn eerste camino en direct al een pittige, de Via de la Plata. Deze loopt van Sevilla naar ScC. Nu is hij wel wat hitte gewend en ging deze camino in juli doen. Bloedheet. Het voordeel is dat er bijna geen mens deze route in die tijd doet.

Het heeft niet zoveel met mijn camino te maken maar ik vind het zo apart dat ik het toch vertel.

Hij begint de eerste dag in Sevilla samen met een vriend. Deze heeft het goed voorbereid en vertelt Hugh hoe er gelopen moet worden. Dat gaat natuurlijk verkeerd.

Verkeerde weg bij de start en ze moeten door het water waden. Na een paar dagen kan die vriend niet meer en zegt, ik moet een paar dagen rust, ga jij maar verder ik kom je wel achterna met OV. Na een week komt er een bericht uit Engeland waar hij woont, ik ben maar naar huis gegaan het is niets voor mij. Hugh was door hem overgehaald om te gaan lopen.

Intussen loopt Hugh met een Duitser, Heinz, hoe Duits kan je zijn. Een man van net zestig die kanker heeft. Hij is uitbehandeld en hij wil speciaal naar SdC lopen. Zijn familie is het daar niet mee eens maar hij gaat toch.

In een alberque waar ze met z’n tweeën zijn komt er nog iemand binnen, een fietser. Dit is een Spanjaard en heet Manolo. Zijn fiets is stuk en hij besluit om een dagje mee te lopen. Dat bevalt hem zo goed dat hij naar huis belt, hij woont in Sevilla en is daar taxi-chauffeur, voorlopig kom ik niet thuis, ik ga niet fietsen maar lopen naar SdC.

Zo gaan ze gedrieën op weg. Hugh spreekt alleen maar Engels, Heinz alleen Duits en Manolo alleen Spaans.

Het is een zware route met lange afstanden (ik heb hem ook gelopen) en Heinz krijgt het steeds moeilijker maar hij wil zijn tocht afmaken.

Deze mannen krijgen zo een hechte band, Hugh en Manolo doen er alles aan om het voor Heinz mogelijk te maken om de kathedraal in SdC te halen.

Manolo draagt niet alleen zijn eigen spullen, hij draagt ook de rugzak van Heinz. Uiteindelijk halen ze de eindstreep. Heinz is op maar o zo gelukkig. Dit was de reis die hij altijd al wilde maken, drie maanden later begon hij aan zijn laatste reis, die naar een andere wereld.

Je zou hier zo een mooie film over kunnen maken. Een waar gebeurd verhaal.

In Mogro zit Jean al aan zijn biertje en aan de ene sigaar die hij per dag rookt. Een man van vaste gewoontes zelfs hier op de camino.

De volgende dag is een wat kortere afstand. Ik loop naar Santilliana del Mar, het is ongeveer 19 km.

Nu is de korte route stiekem over een spoorbrug, dat ten strengste verboden is. Doe je dat niet dan moet je 10 km omlopen. Wat denk je dat we doen? De brug natuurlijk. We staan eerst een minuut of tien te twijfelen, wachten tot er een trein komt en daarna snel eroverheen. Het vervelende is dat er geen trein komt. We hebben geen dienstregeling. Er komen een paar andere pelgrims aan en die lopen zonder te aarzelen naar de overkant. Wij rennend erachteraan. Gered en geen trein gezien.

Hierna gaat de weg stijl omhoog en ik ben wel blij om in Santilliana del Mar te komen.

Dit is een Middeleeuws stadje met nog prachtige huizen en een soort kinderkopjes als bestrating.

Ik vind het een beetje op Valkenburg lijken. We zijn best vroeg hier en na een tukje nog een echte wandeling door dit prachtige stadje met zijn vele restaurants. Hier een uitstekend menu del dia gegeten.

Vandaag loop ik 22km naar Comillas. Het is een rustige etappe maar wel erg veel verharde weg. Het kan ook vaak niet anders. Ik heb er een behoorlijke hekel aan maar de pelgrim moet niet mopperen.

Onderweg komen we langs een oude vrouw die een tros bananen in de hand heeft. Iedere pelgrim krijgt een banaan van haar. Dat doet ze al jaren, echt zo ontzettend lief.

Dan is er ook nog een “beroepspelgrim”. De man met de witte baard komt uit Andalusië en brabbelt een onbekend taaltje. Hij loop al meer dan 30 jaar ieder jaar naar Santiago de Compostela. Heel op zijn gemak. Over twintig kilometer doet hij gewoon de hele dag. Komt in de alberque en gaat op zijn bed liggen. Eet nooit met ons mee. De banaan van de lieve vrouw nam hij wel aan. Wat en waar hij eet is een mysterie. Ik kom hele aparte figuren tegen op mijn weg naar SdC.

Links de Andalusiër en rechts Hugh

En zo ben ik dan in Comillas, een plaats aan de kust met een grote begraafplaats op een heuvel. Ik weet niet meer hoe de goede man heet maar het was een invloedrijk iemand. Hij bouwde dit kerkhof voor de gewone mensen zodat ze op een mooie manier begraven konden worden. Het kijkt helemaal uit op de zee. Heel indrukwekkend. Een levensgrote engel staat op het hoogste punt.

In Comillas staat ook een bouwsel van de beroemde architect Gaudí. Het kostte wel heel veel moeite om het pand te vinden

Morgen mag ik weer 29 km lopen naar Collombres.

(Deze tocht liep ik in 2010 en ben er nu een e-book over aan het schrijven. Ik plaats iedere week een hoofdstuk)

blog reisblog te voet naar Santiago de Compostella

loslaten is de weg, niet het doel

In 2010 liep ik van Ede naar Santiago de Compostela. Het verhaal hiervan publiceer ik in delen. Vandaag het eerste deel.

Hoofdstuk 1

het begin

Frankrijk zo’n dertig jaar geleden en ik sta met de caravan op een camping als er een heel klein tentje naast mij neergezet wordt. Het hoort bij een jonge man die net daarvoor met een grote rugzak op de daarvoor bestemde plaats de camping opkomt. Ik zie geen auto, motor of fiets. Hij is lopend gekomen. Het blijkt ook nog een Nederlander te zijn. Natuurlijk maak ik een praatje en hij vertelt dat hij zijn baan heeft opgezegd en aan het lopen is naar Santiago de Compostela. Hij zal er zo’n vier maanden overdoen. Dat lijkt mij ook wel wat maar daar blijft het dan ook bij. Ik ga gewoon verder met mijn leven zoals ik het gewend ben.

Het blijft wel altijd in mijn achterhoofd sluimeren. 

Maar dan na een behoorlijk moeilijke tijd kan ik niet meer leven zoals ik gewend was. Ik besluit om het ook te doen. Vanuit huis ga ik lopen naar SdC in Spanje. 2400 km. 

Nu ben ik nog niet een geoefende wandelaar, maar wil wel een lange afstand lopen. Hoe ga ik dat aanpakken? Eerst kleine afstanden en dan steeds grotere. Met rugzak loop ik al snel 20 km op een dag en soms twee dagen achter elkaar. Ik kan een sabbatical van drie maanden nemen maar dat is te kort voor de hele afstand. Als alternatief loop ik iedere maand drie dagen. De eerste maand kom ik tot Waalwijk en daar begin ik dan een maand later weer. 

De aftrap is in Ede waarvandaan ik naar Wijk bij Duurstede loop. Dat is direct al 27 km. Het eerste stuk gaat lekker. Het is deze dag behoorlijk heet maar tot aan het mooie stadje Amerongen gaat het veel door het bos. Dan nog 11 km over een bochtige en prachtige dijk in de volle zon. Eindelijk met mijn tong op de schoenen kom ik aan bij mijn lief die daar woont. De volgende dag is het nog steeds warm weer en loop ik naar Zaltbommel. Na de derde dag loop ik zo stijf als een robot van de eerste generatie, maar ben wel al in Waalwijk.

Ik heb een maand om nog wat te trainen en het gaat steeds beter. Dan is het weer de tijd om drie dagen te lopen. Waalwijk- Dongen. Daar woont mijn zus en zwager en ik kan er slapen. De volgende dag vroeg op pad. Na een tijdje kom ik in een dorp en besluit maar eens een kop koffie te nemen. Ik bestel er een en dan slaat de schrik toe. Mijn beurs is weg, ik heb geen rode cent bij mij. Ik bel mijn zus en gelukkig de beurs is uit mijn jas gevallen en ligt in de hal. Zwager komt hem nabrengen met de auto. Dit is het eerste ding dat ik op deze camino meemaak dat goed afloopt. 

In het zelfde weekend ben ik uitgekomen in Antwerpen. In een overvolle trein weer terug naar huis. In Utrecht moet ik overstappen op de trein naar Ede. Ik zit in die trein en wil even op mijn telefoon kijken. Normaal zit die altijd in mijn rechterbroekzak maar deze keer niet. Hij zit nergens, tenminste niet op mijn lijf of in mijn tas. Ik ben hem kwijt. Nee toch. Hij moet ergens uit mijn zak gegleden zijn. Thuis bel ik met mijn vaste telefoon mijn mobile nummer en die wordt direct opgenomen. Het meisje dat tegenover mij zat heeft hem gevonden en morgen is ze in Nijmegen en daar kan ik hem ophalen. Ook weer goed afgelopen gelukkig.

Op mijn rugzak heb ik de bekende Jacobsschelp genaaid en eenmaal in België krijg ik veel reacties. Er rijdt een auto voorbij, de man kijkt uit zijn raampje. Even verderop keert hij en komt weer op mij af. Wat moet die, denk ik. Hij stapt uit en vraagt waar ik heen ga. Naar SdC zeg ik. “Amai, mijne papa liep ook daar naartoe maar op 80 km voor Santiago kreeg hij een hartaanval en hij ligt daar begraven. We hebben een monumentje gemaakt voor hem. Als gij er langs komt hou dan even stil.” 

Eerlijk gezegd ben ik er nu al stil van. 

Hoe verder ik kom hoe moeilijker het wordt om met het openbaar vervoer weer terug te komen. Uiteindelijk kom ik in Wissant , in Frankrijk. Dat is na bijna 400 km.

Ik besluit om vandaar uit te vertrekken en zo’n drie maanden later aan te komen in Santiago de Compostela. Er lopen in Frankrijk een paar pelgrimsroutes die allemaal uitkomen op de Spaanse camino maar ik wil mijn eigen reis uitstippelen en loop mijn eigen weg via diverse GR routes

Wordt vervolgd.

blog reisblog te voet naar Santiago de Compostella

Ik dacht dat ik niet bang voor honden was.

Afwisseling moet goed zijn hoor ik altijd. Gisteren een stuk gefietst dus vandaag is lopen aan de beurt. Op mijn GPS app zie ik dat direct vanaf de camping er een track start. Het is 26° dus wel wat extra water en een hoofddeksel mee. Met dat steeds dunner wordende haar als hoofdbedekking moet ik toch andere maatregelen nemen. Toen ik nog haarwerker(iemand die pruiken en haarstukjes maakt) was zei ik altijd, jammer dat ik zo’n dichte bos haar heb, was ik maar kalend dan kon ik laten zien dat mijn haarwerk onzichtbaar is. Gekke zin hè. Nu denk ik, ik zet wel een petje op. Maar ik dwaal af want dit verhaal gaat over een walkingtrail.

Direct bij de camping ga ik over smalle paadjes de hoogte in. Het is echt steil. Ik moet soms toch even stoppen om wat rustig te kunnen ademhalen. Boven kom ik uit op een soort breed zandpad en dat loopt heel relaxt.

Ik loop met poles en de langlauftechniek zorgt ervoor dat ik er een flink tempo in krijg. Dan een bord met waarschuwing dat de volgende 400 meter best wel moeilijk kunnen zijn. Er is wel overheen gekladderd en terecht want echt moeilijk is het niet, het enige is dat je met zo’n 2o% naar beneden gaat. Inderdaad niet echt prettig voor de knieën.

Beneden kom ik uit bij de rivier. Tijd voor de banaan en een flinke slok water.

Overal van die bordjes. Alles is perfect aangegeven in dit gebied. Met een goede kaart erbij en als je niet stekeblind bent kun je niet verdwalen. Ik ga richting Montclus. Lekker een beetje schaduw en flink tempo erin. Het enige lastige van die poles is als je weer eens een foto of stukje video wil opnemen. Maar dat die ik toch regelmatig. Na enige tijd verlaat ik het makkelijk lopende verharde pad weer en duik de bush weer in. Maar eerst even een appeltje eten. Tenminste ik dacht even. Normaal eet ik een appel in een paar happen op maar nu heb ik net gelezen in De Tao van het lichaam dat je de appel helemaal moet opeten, ook het klokhuis met pitjes. Die moet je eerst goed fijnkauwen. Ik probeer het eens en ben er toch wel een kwartier mee bezig.

Uiteindelijk kom ik op een verharde weg uit en dat is niet de bedoeling. Op mijn GPS zie ik dat er nog wel een paadje naast loopt en die vind ik ook. Het is een beetje rommelig pad en het begint te ruiken. Ik denk aan oerpaarden of runderen. De lucht wordt sterker en wat denk je, zomaar midden in de bush kom ik bij een omheining waarachter een paar honderd schapen staan te grazen. Ik loop erlangs als plotseling er twee honden met het formaat van stevige pony’s op mij af komen rennen in standje super agressief. De omheining ziet er ook niet echt sterk uit. Ik loop met hoorbaar bonkend hart door, kijk ze niet aan en hoop dat er geen gat in de omheining zit. Nou ik ben er nog dus geen gat. Maar door die toestand ga ik zomaar een pad in zonder te kijken of dat het goede is. De honden blijven nog een hele tijd blaffen al ben ik al lang uit het zicht. Het lijkt wel een soort ex riviertje. Het gaat super steil de diepte in. Alleen maar rotsblokken. Het gekke is dat dit pad niet aangegeven staat als wandelpad op mijn GPS. Het blijft maar dalen. Ik zal toch niet door die honden het verkeerde pad zijn ingeslagen? Om weer helemaal naar boven en weer langs die lieverdjes te gaan zie ik niet zo zitten. Net als deze negatieve gedachtes de overhand beginnen te krijgen ben ik beneden en daar staat zelfs een bordje. Linksaf. Het is een pad wat niet veel belopen wordt want het is behoorlijk overwoekerd maar mooi…….

En dan zonder er erg in te hebben ben ik zomaar weer op de camping. Het was toch de goede weg.

Her was een enerverende wandeling.

Hier nog een video van de camping.

Als je het Waarloopjijwarmvoor blog nog niet volgt is nu het moment om het wel te doen. Als welkom krijg je nl het eBook(je) “Mijn rustmomenten”. Druk op de volgknop, vul je e-mail adres in, dan stuur ik een link voor het boekje.

blog reisblog wandelblog

Proyecto Está, een spannende weg.

Het is wel een helse weg naar boven. Zal ik je beneden ophalen? Twee opmerkingen van verschillende mensen die mij niet echt gerust stellen om de weg naar Proyecto Está te nemen. In Òrgiva, het hoofdstadje van de Apujarras begint het al. Rechtsaf een smal stijl oplopend weggetje in richting Tijola waar ik wezen moet. Na drie km een weg naar links waar ik naar boven moet. Helaas gemist, het bordje Cerro Negro zie ik pas als ik er net voorbij ben. De weg is zo smal dat hier omkeren geen optie is. De weg wordt nog smaller met veel bochten en ja hoor twee km verder kan ik draaien. Nu dan de beruchte weg naar boven in. In korte tijd 200 meter stijgen. In z’n een en gas op de plank houden. Het begin is nog wel verhard maar al snel wordt het een soort zandweg met uitstekende stenen. Als ik boven ben en uitstap moet ik toch even diep ademhalen en als Paulina bij wie ik moet zijn mij op staat te wachten denk ik: was dit het nou? De sprinter staat op een prachtige plek met een uitzicht waar je alleen maar van kunt dromen.

Waarom ben je hier? Hier op deze berg woont Paulina met haar verstandelijk beperkte en autistische pleegzoon, Juan José. Paulina is een project gestart om hier gezinnen met een kind die zorg nodig heeft van een onbezorgde vakantie te laten genieten. Maar dat niet alleen, ook voor de locals en expats creëert zij een speelparadijs. Kinderen kunnen meedoen aan kinderyoga en uitdagende spelvormen. Bekijk de video en zie wat een prachtig werk zij hier verricht. En O ja ik vergeet het bijna, dit hele project is non-profit. Heb je deze maand nog wat over dan is een kleine donatie erg welkom.

bankrekening, La Caixa;  Proyecto Está – ES42 2100 2505 0102 1010 9994.

Ik ben hier ongeveer tien dagen geweest, niet alleen aan de film gewerkt maar ook nog wat geschilderd voor de open dag. En dan deze omgeving, de Alpujarras. Een prachtig berggebied, onderdeel van de Sierra Nevada. Als je hier bent komt er een rust over je die niet te beschrijven is. Er wonen dan ook hier heel veel niet Spanjaarden. Een van hen die een erg leuk boek heeft geschreven over deze streek, een optimist in Andalucia, is de drummer en oprichter van Genesis, Chris Stewart. Een prachtig plekje op het eind van een lange kronkelige weg. Er loopt GR wandeling langs.

Het is hier een paradijs voor wandelaars. Ik ben hard aan het nadenken of ik hier in deze omgeving niet een GR zal gaan lopen in de plaats  van in maart het tweede deel van de Via de la Plata, van Salamanca naar Santiago. Het wordt hard nadenken.

De film is klaar en ik ga weer verder maar neem niet echt makkelijk afscheid van Paulina, Juan Jose, Jesse, Laura en hun kinderen. Hopelijk kom ik hier nog een keer terug.

beleef je droom blog

Niergetransplanteerden lopen naar Santiago de Compostela 

Het is februari als ik samen met Hans Bart,directeur van de Nierpatiënten Vereniging Nederland een informatieavond organiseer voor nierpatiënten om van Valenca in Portugal te lopen naar Santiago de Compostela. Bijna allemaal mensen die een of meerdere transplantaties achter de rug hebben en een uitzondering daargelaten geen of bijna geen conditie hebben. Ik zie een aantal super positieve mensen die ieder met zijn of haar eigen redenen naar Santiago willen lopen. Met een trainingsschema op zak gaan ze naar huis om in juni een testweekend te moeten lopen van twee x 20 km over zwaar terrein. Er blijven er zes over die mee kunnen in september naar SdC. Vijf getransplanteerden en een in pré-dialyse. En nu lopen we hier in Spanje, helaas moest er iemand op het laatste moment afhaken om privé redenen. Jammer Wim, we missen je echt. Vandaag de tweede dag hebben we 20 km gelopen en het zijn echte kanjers. Iedere dag vertelt een deelnemer zijn of haar verhaal en waarom deze camino zo belangrijk is. Leef mee met deze kanjers en abonneer je op:

http://www.youtube.com/waarlooojijwarmvoor

reisblog

en de kleur is……ROOD

Filmpje van de Nierstichting

Het is zaterdag en ik sta om zes uur al naast mijn bed. Dat doe ik niet iedere dag. Maar vandaag ga ik 20 km lopen, nou gebeurt dat wel vaker en ook soms wel wat meer km maar vandaag loop ik over de rode loper. De Nierstichting en Nierpatiënten Vereniging Nederland organiseren een sponsorloop “De rode Loper” t.b.v. de ontwikkeling van de draagbare kunstnier. Deze loop wordt dit jaar voor het eerst gehouden en is direct al een groot succes. Ik loop met drie leden van “Heerensociëteit Vaag en Bont”. Ook wij worden gesponsord en hebben gezamenlijk € 700,00 bijeengebracht. Het pittoreske dorpje Naarden Vesting is al vol van mensen in het rood gekleed die net als wij ook gaan lopen. Er is een prijs uitgeloofd voor de mooiste of gekste rode outfit en je ziet dus van alles lopen. We lopen rond de kerk over een rode loper en langs het prachtige donormonument. Dan komen we de kerk in en worden ontvangen door de directeur van de Nierpatiënten Vereniging Nederland. en we zijn niet alleen, de kerk is al vol deelnemers. Inschrijven bij de 20 km desk en je ontvangt een vip stempelkaart.

compilatie 2

Voor we worden losgelaten is er nog een programma met een optreden van Stanley Burleson, de nieuwe ambassadeur van de NSN wordt voorgesteld, het is de zus van Bart de Graaf. Zij vertelt wat een impact het heeft op het hele gezin als een van de kinderen zo’n ernstige ziekte heeft. Dit is iets dat ik tijdens mijn werk als belangenbehartiger kind en gezin bij een huisbezoek altijd hoorde. Van brusjes(broers en zussen) hoorde ik regelmatig dat zij ook wel ziek wilde zijn, voor alle aandacht. Maar goed de Zus van Bart is nu dus ook ambassadeur. Hierop volgend is daar, ja wie anders, Jan de Bouvrie met zijn Monique die het startschot geeft. Een gordijn valt naar beneden en daar gaat de massa. In een lange file op weg voor de 5, 10 of 20 km.

rode loper

Bij de eerste stempelpost krijgen we een glas bubbels (zonder alcohol) in de hand gedrukt om te proosten voor een mooie wandeldag. Bij iedere stempelpost is er wel iets, soep, fruit, water, amuse, je kunt zelfs je haar laten verzorgen door hairstylistes van Cosmo. De 20 km route gaat door een mooie natuur. Hei, stukjes bos en weilanden. Terug gekomen bij de Naardense kerk worden we verwelkomt door een speaker die ons als vips binnen loodst. We krijgen de laatste stempel en er gaat een gordijn voor ons open. Hier krijgen we een echte penning omgehangen. Het lijkt wel of we vier dagen achter elkaar een marathon hebben gelopen. En dan is er ook nog een mogelijkheid om heerlijk je voeten te laten masseren door twee mooie dames. Helaas ben ik nogal verlegen en vraag niet of ze mij ook willen masseren. Volgend jaar maar wel doen.

voetmassage

een dame die een nier doneerde en het na 20 km lopen ook zeker verdient.

En dan nu het allerbelangrijkste, wat is de voorlopige opbrengst voor de draagbare kunstnier. € 88.049,00

Dat is zeker niet mis voor de eerste keer. Volgend jaar op 22 april heb je weer een kans om met deze uitmuntend georganiseerde loop mee te doen.

blog mijn passie