We beginnen de dag met een ochtendwandeling naar de Mirador de Una. Nou ja beginnen dat is natuurlijk betrekkelijk eerst thee met een tostada. Dan nog een koffie maar om 11:00 uur gaan de wandelschoenen toch aan en lopen we 1,5 km naar de mirador. Een prachtig uitzicht over de rivier de Jugar en het stadje Una. We lopen op 1448 m hoogte en het hele plateau is bezaaid met witte bloemen. de witte affodil, in het Spaans gamón genoemd.

Witte affodil

Die hoge aren met witte stervormige bloemetjes zijn typisch voor de kalkrijke, droge gebieden rond Cuenca en de Serranía. Na regenachtige winters kunnen complete velden ermee vol staan, nu dus ook en afgewisseld met Spaanse brem. We zijn in het juiste seizoen. In juli is alles alweer dor, bruin en droog.

We rijden een weg die we nog niet eerder gereden hebben. De CU V9113. Te mooi om te omschrijven en zomaar een hele goede kwaliteit.

We stoppen in Poyatos. Het dorp telt nog maar enkele tientallen mensen. Toch staat hier een kerk die gebouwd lijkt voor een kleine stad. De Iglesia de Santa María Magdalena stamt uit de zestiende eeuw en werd ooit neergezet dankzij een bisschop die uit dit dorp afkomstig was.

Jarenlang raakte het gebouw in verval. Scheuren in de muren, vocht, stukken pleister die naar beneden kwamen. Even leek het alsof ook deze kerk langzaam zou verdwijnen, net als zoveel dorpen in het lege binnenland van Spanje.

Kost wel een paar jaar.

Maar nu staan er weer steigers. Wordt er gewerkt. De provincie financiert.
Het dorp mag dan wel minder dan zestig inwoners hebben maar aan vale gieren geen gebrek. Misschien wachten ze tot de velen bejaarden die hier nog wonen………..

We tellen meer dan honderd gieren. Prachtig.

In dit dorp geen café of iets dergelijks. We rijden door naar Santa Maria del Val. Hier wel een café maar gesloten. Toch blijven we hier. Maar dat is voor later.