Zaterdag op het strand van La Mata.

We plakken er nog een dag aan vast. Het is weer om buiten te zijn. Voeten in het mulle zand, even door de vloedlijn, water koud maar goed.

Kinderen graven kuilen, bouwen iets dat na een uur weer weg is. Emmertjes water, nat zand, opnieuw beginnen. Het strand doet wat een strand moet doen.

Aan de andere kant staan de flats. Veel beton, weinig lijn. La Mata is een product van snelheid. Jaren zestig en zeventig, toerisme groeit, bouwen moet. Snel en goedkoop. Wat er staat, staat er nog steeds. Soms zie je tussen de blokken door hoe het ook had gekund.

Conclusie is simpel. Naar zee kijken en de rest laten voor wat het is.

De volgende ochtend vertrekken we. Eerst even praktisch.

Sprinter schoon. Zand eruit, zout eraf. Boodschappen. De Lidl stelt ook hier niet teleur. Ook even tanken. Dat is ook geen teleurstelling. 1,67 per liter diesel. 79 liter getankt.

Daarna de weg op. Gewoon zuidwaarts langs de kust.

Het wordt rustiger. Minder hoogbouw, meer ruimte. Het landschap opent zich. Aan het eind van de middag rijden we La Azohía binnen.

Een plek die we kennen.

De baai ligt stil. Boten liggen los in het water. De Torre de Santa Elena kijkt uit over zee alsof er niets veranderd is.

Torre Santé Elena

We parkeren, stoeltjes eruit, boek erbij. Schaduw van een palm. Meer is er niet nodig. Nou ja misschien een wijntje?

De zon zakt en trekt een streep licht over het water. Ons uitzicht verandert in een schilderij.

Hier blijven we voorlopig.

Dit stuk kust is anders. Ruiger, minder aangeraakt. Onder water ligt een wereld die je niet ziet maar die alles bepaalt.

Posidonia-zeegras. Geen plant om naar te kijken, wel een die het leven hier draagt. Vissen vinden er voedsel en beschutting. Jonge vis groeit hier op. Daar omheen maërl, een bodem vol leven. Weekdieren, schaaldieren, alles wat klein begint.

En daarboven de grotere beweging. Dolfijnen, schildpadden, soms meer. Het zit hier allemaal, maar je moet geluk hebben om het te zien. Dat geluk hebben wij………..niet.

Aan het eind van de middag komt de vissersboot binnen.

Almadraba. Een methode die al door de Romeinen gebruikt werd. Geen jagen, maar wachten.

Netten liggen als een labyrint in zee. Vissen volgen hun route en zwemmen er vanzelf in.

Soms wekenlang gebeurt er niets. Dan ineens is het moment daar. De boten sluiten het net, trekken het omhoog en halen de vis eruit.

Hier is het een teruggaande almadraba. Vis die terug de zee in trekt na het paaien. Betere kwaliteit, zeggen ze.

Het systeem is simpel en tegelijk precies. Geen haast, geen verspilling. Doen wat al eeuwen werkt.

We kijken, lopen nog een stuk langs de rand van het water. Zwemmen. Een zeester kijkt toe.

Zeester

We eten Spaanse asperges met zalm en ei. Ja het is afzien hier.

Hier eten we dus asperges

Morgen de hoogte in naar de Torre de Elena.