Vorige week liep ik weer tien kilometer. Gewoon lekker en het allerbelangrijkste, geen pijn in en rond mijn knie. Dat geeft vertrouwen. Tijd om het weer iets verder op te rekken.

Ik ken de route. Ik liep hem al eerder. Toch blijft hij goed. Afwisselend, nooit saai. Van station Ede-Wageningen naar Otterlo, net iets meer dan tien kilometer.

Aan de achterkant van het station duik ik direct het bos in. Langs het spoor zie ik lege plekken. Vorig jaar stonden hier nog provisorische tentjes. Mensen die hier noodgedwongen verbleven. Nu is het leeg. Dat betekent niet dat ze er niet meer zijn, maar niet hier.

Na twee hekjes, openen en weer sluiten, sta ik in natuurgebied De Sysselt. Het ruikt naar lente. Overal lichtgroene blaadjes. Vogels laten zich horen en langs de paden zie ik omgewoelde grond waar zwijnen bezig zijn geweest.

De Sysselt gaat over in de Ginkelse Heide. Aan de rand staat een groep militairen. Ik moet twee kilometer over de hei om bij Juffrouw Tok te komen, van daaruit loop ik verder naar Otterlo.

Een van hen houdt mij tegen. Ik kan er nu niet door. Er landt straks een helikopter om hen op te halen en tot die tijd is het te gevaarlijk om over de hei te lopen. Ik kan omlopen, langs het spoor.

Die route ken ik. Zeker vijf kilometer extra. Dat ga ik niet doen.

De helikopter komt binnen en maakt eerst een paar proeflandingen. Daarna zet hij hem pal naast mij neer. Wat een geweld. Gras en zand vliegen langs mijn gezicht door de kracht van de wieken. De militairen lopen in ganzenpas naar binnen en verdwijnen in de buik van het toestel. Binnen een paar tellen stijgt hij weer op.

Voor mij het moment om ook te gaan. Misschien iets te vroeg, want hij scheert nog een paar keer laag over. Ik moet er niet aan denken dat dit geen oefening is. Met mijn rode jas ben ik een makkelijk doelwit.

Ik kom in natuurgebied Planken Wambuis. Een van de mooiste stukken van Nederland. Voor ons, maar ook voor de wolven. Dit is hun gebied. Ik weet dat ze er zijn, maar ik zie ze niet. Ik loop toch net wat alerter dan een paar jaar geleden.

Na elf kilometer kom ik bij De Mossel. Bekend om de merenguetaart, maar vandaag wordt het gewoon brood met een kroket.

Na de lunch verandert het landschap opnieuw. Grote zandvlaktes. Het loopt zwaar, maar het uitzicht maakt veel goed. En dat hier, gewoon in Nederland.

Na achttien en een halve kilometer sta ik bij de bushalte in Otterlo. Ik stap in en ga terug naar het beginpunt.

Ik heb genoten. En heel voorzichtig schrijf ik het op, geen pijn.