De maandelijkse schrijfuitdaging van Bert weer zomaar drie geprikte woorden uit het klassieke woordenboek: Mompelen, Sierra en Stadia.

Ik sta op het hoogste punt van de Sierra, zoals gewoonlijk twijfel ik welke weg ik moet nemen om weer beneden te komen. De zon doet haar best om me te grillen tot een medium rare wandelaar, terwijl ik zoek naar iets wat op een pad lijkt. Ik heb er een hekel aan om dezelfde weg terug te lopen.

Stadia, mompel ik. Geen idee waarom. Heb ik een zonnesteek?

Misschien bedoel ik het meervoud van in welk stadium bevind ik mij nu.

Ik struikel over een steen die daar duidelijk met opzet ligt, want door mijn val realiseer ik mij dat het volgende stadium uitdroging is, mijn water is op. Terwijl ik mezelf herpak, mompel ik iets wat klinkt als een mengsel van Spaans en een mopperende eekhoorn. Ik weet niet zeker of ik nog logisch praat of inmiddels volledig in sierra-taal communiceer.

Een paar meter verder, achter een struik die eruitziet als een overspannen cactus, verschijnt plots een vrouw. Ze draagt sandalen met witte sokken, een combinatie die ik alleen uit mijn nachtmerries ken. Haar gezicht lijkt op de bast van een sequoia.

Het geluid dat uit haar tandeloze mond komt vertaal ik als, zoek je de oude stadia?

Misschien, zeg ik. Maar een café en een pintje mag ook wel.

Ze knikt. Daal daar naast die wilde fucsia’s en bramenstruiken af tot je bij een pad komt. Volg het pad door het bos tot je een geluid hoort van een lepel die hard in een glas geitenmelk geroerd wordt. Dan ben je er.

Waar ben ik dan?

Dat merk je vanzelf.

Ik kijk over de rand naar het pad dat ik moet volgen, kijk om en zie……..geen vrouw meer. Ik zie niets meer. De moed nestelt zich in mijn toch al zware schoenen. mijn rugzak met daarin allemaal nutteloze dingen voelt zwaar als een Cubaanse sigaar. Toch begin ik aan de tocht naar beneden. De prikkels van de bramenstruiken halen mijn broek open. De bramen zijn nog wit en ik zie ze als kleine pingpongballetjes. Eindelijk bij het pad loop ik het bos in. Het lijkt of ik bespied wordt door honderden ogen. Ik ben op en ik geef op.

Ik voel een hete adem boven mijn gezicht en doe mijn ogen voorzichtig een klein stukje open. Om mij heen staan mannen en vrouwen in witte jassen.

Waar ben ik?

Je bent in een dokterspost. Een vrouw kwam hier met het verhaal over een verwarde man. Onze st Bernardshond heeft je gevonden.

Dus het was geen droom?

Droom? Nee je hebt alles echt meegemaakt. Wel onverstandig om zo alleen de Sierra te bedwingen. Die laat zich namelijk niet bedwingen.