Het is weer tijd voor de drie woorden uitdaging van Bert. Ik dacht dat, gebied, slapen en vergeten de woorden waren maar ik zie nu dat slapen, slepen moet zijn. Toch maar mijn eerste verhaal met slapen.

Gerrit werkt al negenentwintig jaar, drie maanden en vier dagen als bewaker van een geheim complex, ergens tussen Moddergat en Boerenhol. Het terrein is streng beveiligd: drie rijen schrikdraad omsluiten het gebied, vier camera’s houden alles in de gaten en een waakse haan begint al bij het minste geluid te kukelen.

Wat hij precies bewaakt, weet Gerrit na al die jaren nog altijd niet. Het enige dat hij zeker weet, is dit: nooit slapen. Dat kan hij ook moeilijk vergeten, want overal hangen tegeltjes met spreuken. Wat je niet wilt vergeten, moet je aandacht geven. Ik vergeet niets, ik weet alleen niet meer waar ik het heb opgeborgen. En zijn favoriet: Wie je mist, krijgt een plek in wat je nooit vergeet. Gerrit droomt er zelfs geregeld van.

Het is maandagmiddag. In de wachtkamer hangt een benauwde, bijna tropische warmte. Gerrits oogleden worden zwaar. Ze zakken langzaam naar beneden, tot ze zijn ogen helemaal afsluiten. Even later droomt hij van zes prachtige kippen, en van zichzelf als trotse haan. Net op het moment dat hij kordaat op zijn lievelingskip af trippelt, klinkt er een stem:

Gerrit!

Gerrit schiet overeind. Voor hem staat sergeant-majoor Pompstok. Zijn echte naam weet niemand meer. Met zijn functiestok slaat hij hard op tafel.

Eh… ik slaap niet hoor,’ mompelt Gerrit. ‘Ik ben waakzaam aan het rusten.

Waakzaam rusten?’ Pompstok trekt een wenkbrauw op. ‘Ik kom hier zonder wachtwoord binnen en tref jou met je hoofd op tafel en je ogen dicht. Wat is het wachtwoord?

Stroopwafel?’ probeert Gerrit. ‘Eierdopje? Advocaatje met slagroom? O nee, wacht… boerenmeisjes?’ Hij fronst. ‘Nee? Sorry, ik heb er momenteel geen actieve herinnering aan.

Pompstok zucht zo hard dat de papieren op tafel loskomen en langzaam naar de grond dwarrelen.

Wakker blijven,’ zegt hij. Dát is het wachtwoord.

Ja natuurlijk,’ zegt Gerrit snel. ‘Wakker blijven. Precies. Er valt een ongemakkelijke stilte. Alleen de haan buiten laat nog enthousiast van zich horen.

Pompstok gaat op de rand van de tafel zitten en kijkt om zich heen, alsof de muren kunnen meeluisteren. Dan buigt hij zich naar Gerrit toe en fluistert: Weet jij eigenlijk wat we hier bewaken?

Nee,’ zegt Gerrit. ‘Maar ik hoopte eerlijk gezegd dat u het me eindelijk kwam vertellen.

Pompstok knikt langzaam. Dan zal ik het je zeggen. Hij pauzeert plechtig. Ik ben het vergeten. De twee mannen kijken elkaar aan. Eerst grinniken ze zachtjes, daarna barsten ze uit in een luid lachconcert. Zelfs de haan valt er abrupt van stil.

En zo bewaken Gerrit en Pompstok nog jaren deze uiterst geheime locatie: een terrein dat zo geheim is, dat zelfs de legertop allang vergeten is waarom het ooit bewaakt moest worden.