Ik viel niet voor de wijn.
Ik viel voor het etiket.

Die kop. Hard. Hoekig. Alsof hij rechtstreeks uit een zwart-wit maffiafilm van vijftig jaar geleden was gestapt. Een man die niet vraagt of je nog een glas wilt, maar hem gewoon alvast inschenkt. The Guv’nor. El Mandamás. De baas.

Dus vanavond, eerste avond in Frankrijk, gaat de kurk eruit.

Ik verwacht iets zwaars. Donker. Een wijn met ellebogen. Maar zodra hij in het glas zit komt eerst de geur. Rijp fruit. Zoetig bijna. Bramen, pruimen, vanille. Meer warme Spaanse avond dan achterkamertje met gangsters.

De eerste slok bevestigt het meteen. Zacht. Rond. Soepel. Een wijn die nergens tegen vecht. Geen scherpe randjes, geen moeilijke zuren. Gewoon vol rood fruit met een licht houtachtig randje en een bijna romige afdronk.

Eigenlijk klopt dat etiket dus helemaal niet.

Of misschien juist wel.

Want echte bazen hoeven niet altijd hard te schreeuwen. 🍷