Drie woorden: slaapdronken, blikskaters, ruitensproeivloeistof. Dat zijn de woorden die Bert verzonnen heeft voor weer een nieuwe schrijfuitdaging.

Met een ruk zit Jaap-Willem rechtop in bed. Het is nog donker. Zijn Apple watch geeft 6 uur aan. Nog slaapdronken waggelt hij in het donker naar de wc. Hij schrikt van het harde geluid van de straal die in de pot neerklettert. In de badkamer pakt hij op de tast de tube tandpasta, draait het dopje eraf en knijpt een klodder op z’n tandenborstel. Met ogen dicht begint JW te poetsen. Wat is dit voor tandpasta. Dit smaakt chemisch en ruikt naar……..

JW doet het licht aan en pakt de tube…..Blikskaters, k.t, Paturain, Boursin, dit is ruitensproeivloeistof, schreeuwt hij. Marie -Claire stormt verschrikt de badkamer binnen. Wat is er?

Dit is geen tandpasta. Dit is ruitensproeivloeistof, lispelt JW met het schuim rond zijn lippen.

O sorry schat, dat is mijn schuld. Ik kreeg gisteren die tube om uit te proberen. Het is geconcentreerde ruitensproeivloeistof. Drie centimeter pasta in een liter water. Goed tot -20 graden.

Marie-Claire staat nog in de badkamer als Jaap-Willem zijn mond staat te spoelen alsof zijn leven ervan afhangt. Hij spuugt. Nog een keer. En nog een keer.

Niet doorslikken,zegt ze. Dat was ik ook niet van plan, zegt hij. Zijn mond tintelt. Fris is niet het woord. Dit is fris als de eerste ademtocht van de lente.

Tien minuten later zit hij in de trein. Hij heeft het gevoel dat iedereen kijkt. Dat doen ze niet. Of misschien toch wel. Een vrouw tegenover hem knijpt haar ogen samen.

Wat een stralend gebit, zegt ze.

Jaap-Willem knikt voorzichtig. Hij durft zijn mond nauwelijks open te doen. Op kantoor is het niet anders.

Nieuwe tandpasta? Bleekkuur? Je tanden geven licht, man. Hij lacht ongemakkelijk.

Bij de lunch kijkt hij in het spiegelende oppervlak van zijn telefoon. Zijn tanden zijn… wit. Niet een beetje wit. Onrealistisch wit.

Hij staart in zijn poke bowl. Kacheng…..

Die middag zit hij niet aan zijn campagnes. Hij zit te rekenen. Verdunnen. Doseren. Verpakken. Positioneren.

Een week later staat er een prototype op zijn bureau.

Ruitenfris.De eerste tandpasta die verder gaat dan schoon. Helder. Krachtig. Tot -20 graden verfrissend. De marketingcampagne schrijft zichzelf.

Marie-Claire krijgt een doosje thuisbezorgd. Voorzichtig, staat er op het bijgevoegde briefje. Niet verwisselen.

Binnen drie maanden ligt Ruitenfris bij iedere drogist. De slogan is simpel: Zie het verschil.

Mensen zien het verschil. Letterlijk. Op straat knijpen mensen hun ogen samen als iemand lacht. De zonnebrillen zijn overal uitverkocht. Op kantoor loopt Jaap-Willem langs de vergaderruimte. Binnen wordt het licht gedimd. Niet voor een presentatie, maar omdat Erik van finance net heeft gelachen.

De eerste klachten komen ook.

Mijn tanden piepen als ik erover wrijf. Ik zie vegen na het eten. Moet ik mijn mond ook naspoelen met regenwater?

Dan komt het moment.

Een ochtend in de trein. De zon staat laag. Tegenover hem zit een man die breed lacht naar zijn telefoon. Het gebeurt in één seconde. Een felle weerkaatsing. Een vloek. De treinmachinist die abrupt remt. Stilte.

Dames en heren, klinkt het door de intercom, we hebben kort oponthoud door verblinding op het spoor.

Jaap-Willem kijkt naar buiten. Ziet de zon. Ziet de glimlach van de man. Ziet het effect.

Hij pakt zijn notitieblok. Niet stoppen. Opschalen. Diezelfde week verschijnt de nieuwe variant:

Ruitenfris Pro — met antiverblindingscoating.

Voor dagelijks gebruik. En veilig in het verkeer. De campagne wordt groter.

Nu ook geschikt voor nachtritten. Laat je lach het werk doen.

Marie-Claire staat weer in de badkamer. Twee tubes in haar hand. Ze kijkt. Draait ze om. Twijfelt. Jaap-Willem?

Ja?

Welke was ook alweer voor de auto?

Hij kijkt haar aan. Even stil. Maakt niet meer uit, zegt hij.