Misschien een beetje vreemd zo op de eerste dag van dit jaar maar toch…..

De zomer van dat jaar was droog geweest. Het kerkhof rond de kerk lag vol, zo vol dat er geen plaats meer was voor nieuwe graven. Kruisen stonden scheef, sommige graven waren al twee keer geopend. De aarde gaf niets meer prijs dan bot.

Op een avond kwamen de dorpsoudsten bijeen in de schaduw van de kerk. Niemand sprak luid. Er werd niet gestemd. Iedereen wist waarom ze daar zaten. Het ging niet over eer of schande, maar over ruimte. Over orde. Over wat moest.

Ze besloten het kerkhof te ruimen.

De graven werden één voor één geopend. Niet haastig, niet ruw. De mannen werkten zwijgend, terwijl vrouwen op afstand wachtten. De schedels kwamen eerst, licht als kommen. Daarna de lange botten. Alles werd schoongeklopt, gewassen, neergelegd op doeken. Namen waren er nauwelijks meer. Alleen herinneringen, en die werden niet mee ingemetseld.

Naast de kerk werd een kleine kapel gebouwd. Geen versiering, geen altaar voor troost. De botten kregen een plaats in de muren, laag voor laag. Niet verborgen, maar zichtbaar. Zoals ze ooit zichtbaar waren geweest in het leven.

Niemand noemde het een kapel van de dood. Men sprak er eenvoudig over als de plek waar wij allemaal eindigen.


Capela dos Ossos – Alcantarilha