Jean

De fietsers staan al om zes uur op en dat gaat niet geheel geruisloos. Ik probeer mij nog een keer om te draaien want door het gesnurk om mij heen heb ik niet best geslapen. Met z’n tienen in een toch wat kleine ruimte is wel wennen. Slapen lukt niet meer, ik daal van mijn bed af en ga naar de badkamer om een douche te nemen om goed wakker te worden. Bij deze alberque kun je ook ontbijten, dat betekent mijn maag wat vullen met een soort cakes en koffie of in ieder geval de kleur van koffie heeft.

Het is iets na zeven en ik loop al buiten. Niet alleen maar met Jean. 

De weg gaat direct al de hoogte in naar de top van de Monte Igueldo .  Onderweg zou ik een fantastisch zicht hebben op het laag gelegen San  Sebastián. Ik volg het pelgrimspad naar boven in de stromende regen. Het is koud en door de regen is het zicht naar beneden nihil. In Frankrijk in zes weken maar anderhalve dag regen gehad en nu in Spanje begint het al lekker.

Naar boven lopen is mijn specialiteit maar ik voel de adem van Jean in mijn nek, zo dicht zit die achter mij. Naar beneden lijkt hij wel een berggeit, ik kan hem niet bijhouden. 

Als ik aankom in Zarautz zit Jean al aan een biertje. Het zij zo.

Dat bij aankomst in de dagbestemming een biertje nemen is een gewoonte die wij beide delen. Dat is waarschijnlijk wel het enige dat wij delen.

Jean is 70 jaar en al heel lang gepensioneerd. Hij werkte altijd off-shore in de olie en stopte met werken toen hij 48 jaar oud was. Hij spreekt wel goed Engels dus we kunnen goed converseren. Het is een tanige man met o benen en draagt altijd een soort cowboyhoed. Alles in Frankrijk is beter dan waar ook ter wereld. 

Als ik de bij ons bekende Holsteiner koe zie( die zwart-wit gevlekte) wordt die direct afgekraakt, de Franse koeien zijn veel beter. Dit is maar een voorbeeld, het gaat met alles zo. Ik loop nu drie dagen met hem maar ik ben nog niet op het punt om te zeggen dat ik verder alleen loop. Komt misschien nog. Jean heeft haast want in Oviedo sluit zijn vrouw aan die verder met hem mee zal lopen. Die datum staat vast.

Ik ben bijna in Bilbao. Ik zie het al recht voor mij liggen maar de camino gaat nooit rechtstreeks. De camino gaat eerst nog een berg op. Hoe verzint een vroegere pelgrim nu om het moeilijkste pad te nemen of zijn er een paar heren die ergens op kantoor zitten en denken, hoe kunnen we het die pelgrims nu zo moeilijk mogelijk maken. Toch over die berg en dan als beloning een prachtig zicht op Bilbao. Via een oneindig lijkende trap daal ik af naar het oude Bilbao. Ik besluit om hier een extra dag te blijven. Jean gaat verder want die moet op tijd en volgens een strak schema in Oviedo zijn. 

Deze etappe is nog geen 11 km, voor elven ben ik al in Bilbao, alle tijd om de stad te verkennen.

We bezoeken samen nog het Guggenheim museum en volgens het Franse boekje van Jean een café waar je echt geweest moet zijn. We kunnen het niet vinden maar we moeten daar perse iets drinken. Eindelijk vinden we het en inderdaad het is een pracht, café met veel glas-in-lood en vol toeristen.

De plaatselijke alberque ligt aan het einde van Bilbao tegen een groot industriegebied aan.

Het is er rustig. Op de kamer waar we komen ligt een man op bed, het is Hugh een Australiër die hier begint aan zijn tocht naar SdC.

Het is hier stil, toch mag ik maar een nacht blijven, regels, alleen als je ziek bent kun je langer blijven en dus moet ik voor de volgende nacht een andere plek zoeken.

Met z’n drieën nemen we de bus naar het oude Bilbao en daar vind ik een kamer voor de volgende nacht. 

Het wordt een gezellige avond en met Hugh klikt het direct. Toch blijf ik bij mijn besluit om hier een extra dag te blijven en Jean te verlaten.

Jean en Hugh gaan samen verder en zijn vroeg weg. Ik neem mijn gemak ervan en blijf lekker uitslapen. Met de bus ga ik terug naar de oude stad en breng mijn spullen naar de B&B of nee alleen een B, ontbijt moet ergens onderweg. Ik ga nog eens naar het Guggenheim want met Jean stonden we in een uurtje weer buiten. Het is een prachtig gebouw van binnen en van buiten. Mooie expositie’s. Bij de oude brug staat een tent, daarin is een expositie van de vroegere pelgrimsreis naar SdC. Je moet er niet aan denken op de schoenen te lopen die de pelgrims uit die tijd aan hun voeten hadden. Gewoon een stukje leer met bandjes. Wij moderne pelgrims zijn maar verwend met onze uitrusting. Het moet vroeger echt afzien geweest zijn. Volgens de papieren die ik te zien kreeg haalden velen ook Santiago niet. Overvallen door bandieten terwijl er meestal niets te halen was en overlijden door totale uitputting.

 De dag rust bevalt mij goed en ik tracteer mijzelf nog op een avond schouwburg. Ik kijk naar een fantastisch ballet. Ik val een beetje uit de toon met mijn ice-breaker kleding aan. De mensen die hier vanavond ook zijn, zijn iets sjieker  gekleed. De “dame” naast mij heeft een bontstola om en het is toch echt warm. Dat soort types dus. Maar het ballet is groots, wat een lichaamsbeheersing.

De camino roept weer. De route van vandaag gaat eigenlijk naar Portugalete maar vanuit Bilbao gaat die route over grote industriegebieden. Mij is afgeraden dit te doen en met de metro naar Portugalete te gaan. Naar zo’n advies luister ik dus graag en ik sla het eerste deel over. Als compensatie,  want ik voel mij een beetje schuldig,  loop ik vandaag door naar Castro Urdealis en dat is toch bijna 28 km. In de alberque waar ik nu kom deel ik de kamer met twee vrouwen. Toen ik binnenkwam dacht ik een man en een vrouw  te zien,  maar de man bleek ook vrouw te zijn. Alex heet ze en door haar kaal geschoren hoofd word ik even op het verkeerde been gezet. Alex is een Duitse die alles in Duitsland heeft achtergelaten en aan niemand heeft verteld wat ze aan het doen is. Ik heb een dag samen met haar gelopen en al lopend komt er veel los. Ze had een goede baan en een relatie maar werd van alle kanten misbruikt. Uiteindelijk koos ze voor zichzelf, heeft haar lange haar niet kort geknipt maar helemaal afgeschoren en is vertrokken. Heftig, onder het lopen veel huilpartijen. Ze kon mijn tempo niet bijhouden en daarom is het maar bij een dag gebleven. Na 27 km zijn we in Laredo en zijn maar met z’n tweeën in de alberque. De andere vrouw uit de vorige plaats heb ik niet meer gezien.

De volgende ochtend ga ik al vroeg op pad, Alex blijft liggen. We geven elkaar een dikke knuffel en ik vertrek. Op weg naar een bijzondere alberque in Guemes.

Guggenheim museum

(Deze tocht liep ik in 2010 en ben er nu een e-book over aan het schrijven. Ik plaats iedere week een hoofdstuk)

blog reisblog

de balans

Hoofdstuk 6

Stoppen of doorgaan?

De tocht door Frankrijk nadert zijn einde. Bordeaux komt in zicht en daar neem ik de trein naar Hendaye. De trein? Ja, het vooruitzicht om eindeloos door de recht aangelegde bossen van Les Landes te lopen lokt mij niet. Nu ben ik niet snel depressief maar daar doorheen lopen is vragen om het te worden.

Ik loop nu zo’n kleine duizend km in Frankrijk en maak de balans op wat mij dat gebracht heeft.

Door alleen mijn “eigen” weg te lopen heb ik ook alle beslissingen alleen moeten nemen. Ga ik recht door of neem ik de alternatieve route. Stop ik hier na 15 km of loop ik naar het volgende dorp, 10 km verder. Niet altijd vrijwillig. Die ene keer dat ik een hotel had uitgezocht op zo’n 25 km maar daar het hotel gesloten vind. Er is nog een wat luxer hotel maar daar lijkt het erop dat ik als bezwete pelgrim met alleen een grote rugzak niet welkom ben. De receptionist bekijkt mij van top tot teen en zegt dan, complet. Ik geloof er niets van. Doorlopen wordt het, er komt nog 13 km bij. Die laatste kilometers zijn zwaar, niet fysiek maar in mijn hoofd. Ik stel mij in op 25 en dan wordt het 48.

Het vooraf door mij gestelde doel is aankomen in Santiago de Compostela en dan ook direct even alle subdoelen even afgewerkt hebben. De subdoelen, veel belangrijker dan het einddoel. Verwerken, beslissingen nemen en vooral loslaten.

Door de “ontmoeting” met mijn dochters, waar ik eerder over schreef besef ik dat ik verder mag gaan. Niet vergeten maar verder gaan met mijn leven.

Ik heb het altijd moeilijk gevonden om ingrijpende beslissingen te nemen. Denk veel voor een ander, wat vindt die er van, kwets ik die niet en zo kan ik er nog wel een paar opnoemen. Ik heb hier geleerd alleen de verantwoording te hebben over mijn eigen beslissingen en mijn eigen leven.

Mijn pelgrimage zou erop kunnen zitten. Hier stoppen en naar huis gaan, mijn lief in de armen nemen. Nee dat doe ik niet. Ik neem de trein naar Hendaye en begin daar aan de overkant van de Pont de Saint-Jacques in Irun aan de camino del Norte.

Hoofdstuk 7

De gele pijlen.

Als ik de brug over ben en in Spanje zie ik voor het eerst de bekende bewegwijzering naar SdC. Gele pijlen en het Jacobsschelp teken. Ik heb nu ook een boekje met informatie over de route. Dit is anders lopen. Veel relaxter. Hier ben ik ook niet de enige pelgrim, ze zijn hier wel wat gewend. Ik sta een beetje rond te kijken en er komt al iemand op mij af die vraagt of ik het kan vinden. Een heel andere sfeer hier in Spanje, voor mij voelt het als thuis komen. Vandaag loop ik van Irun naar San Sebastián, bijna 25 km. Ook hier kom ik nog geen andere pelgrims tegen. Het is direct al prachtig hier, veel hoogte verschillen. Deze eerste dag op de camino del Norte begint best wel pittig. Na een afdaling kom ik aan de Ria de Pasaia die ik over moet steken om in San Sebastián te komen. Er gaat een bootje naar de overkant. Daar wordt het weer een klim. Als ik hijgend boven ben zie ik een bordje met een pijl erop staan, welkom pelgrim. Ik volg de richting van de pijl en kom bij een groot huis waar allemaal mannen in de tuin aan het werken zijn. Een van hen stapt op mij af en begroet mij in het Engels. Welkom, kom binnen om wat te drinken. Ik krijg een plaats achter het huis in de tuin en de man gaat naar binnen om drinken te halen. Om mij heen zie ik vrouwen en meisjes die echt aan het boenen zijn. Wat is dit, waar ben ik nu terecht gekomen. De man komt terug met drinken en heerlijke koeken.

Wat is dit hier, vraag ik.

Wij zijn een leefgemeenschap op Oecumenische basis. Wij bakken ecologisch brood en koeken en verkopen dat in een winkel in San Sebastián. Ik zelf kom uit Israël maar er zijn verschillende nationaliteiten hier.

Ik krijg er een beetje een vreemd gevoel van, het lijkt wat op een sekte, zeker als ik die mannen en vrouwen zo gescheiden aan het werk zie. De drank en de koek zijn trouwens heerlijk.

Dan vraagt de man, wil je hier blijven, we hebben vanavond een groot feest te vieren. Je kunt hier slapen. Het zou leuk zijn om je daar bij te hebben.

Wat doe ik, in een paar seconden zie ik diversen scenario’s voor mij. Een ervan is dat ik iets toegediend krijg en hier niet meer weg kom. Ben ik nu zo’n schijterd? Ik ga niet op zijn uitnodiging in en vertrek na een uurtje. Achteraf vind ik het jammer dat ik toch niet gebleven ben, ik had een feest van zo’n sekte lijkende leefgemeenschap wel mee willen maken.

Ik loop door en kom in een bruisend San Sebastián. Het is weekend en de straten zijn overvol. Ik ben dol op straat artiesten en muzikanten en die zijn hier volop. Met moeite ruk ik mij los uit deze gezelligheid en ga op zoek naar mijn eerste alberque.

Door de hele stad zie ik de gele pijlen en de alberque is helemaal aan de andere kant van waar ik binnenkwam.

Je kunt een alberque denk ik het beste vergelijken met een jeugdherberg van zo’n vijftig jaar geleden. Een of meerdere kamers met stapelbedden met alleen een matras en een kussen erop. Deze alberque is van de gemeente en een overnachting kostte toen in 2010 zes euro per nacht.

Ik krijg een papieren onderlaken en kussensloop en loop hiermee naar de kamer. Het is een smalle kamer met hierin 5 stapelbedden. Er is nog een bovenbed vrij. Op de andere bedden liggen al slaapzakken. Dit is wat anders dan ik gewend was in Frankrijk, daar sliep ik altijd in goedkope hotels en was het bed opgemaakt met echte lakens en vaak een donsdeken.

Ik probeer het dunne papieren onderlaken goed over het matras te krijgen maar trek er al direct een scheur in. Ook dat moet ik leren. Mijn slaapzak erover en klaar voor de eerste alberque nacht.

Een drukte op de gang en daar komen acht Italianen de kamer binnen. Het zijn fietsers, zij fietsen naar SdC. De kamer is goed gevuld. Ik ga er nog even op uit om een hapje te eten en als ik terug kom ligt op het bed onder mij de eerste looppelgrim die ik vanaf ik vertrok uit Wissant tegenkom. Het is Jean een 70 jarige Fransman die in Irun is begonnen aan zijn tweede pelgrimage naar Santiago de Compostela.

Volgende week: Jean

blog reisblog te voet naar Santiago de Compostella

Een ingrijpende spirituele ontmoeting

Hoofdstuk 5

In 2010 liep ik van ede naar Santiago de Compostela

Mijn belevenissen heb ik beschreven en plaats deze hier in delen.

Ik begin vandaag te lopen met een houten hoofd. De “gezelligheid “ van gisteren laat duidelijk zijn sporen achter. De eerste paar uur loop ik op de automatische piloot. Ik weet niet of andere Santiagogangers dat ook hebben maar ik begin na verloop van tijd altijd hardop  te zingen. Allemaal liedjes die ik vroeger leuk vond. Iedere keer komt Brandend Zand van Anneke Gronloh weer boven. Toen ik een jaar of 10 was had ik echt iets met dat nummer en ook de nummers van Johnnie Jordaan zing ik uit volle borst. Ik begin ook al tegen mijzelf te praten. Ik heb nu al zo’n tijd geen Nederlands meer gehoord dat ik het toch een beetje moet bijhouden. De dagen vliegen voorbij. Zingen, praten en vooral denken. Ik moet opletten met deze drukke werkzaamheden om niet verkeerd te lopen. Ik loop niet met een routeboekje maar op uitgescheurde bladzijdes uit de Michelingids waar de GR’s als stippellijn instaan. Mijn GPS is soms echt een uitkomst als ik weer eens de verkeerde kant opgelopen ben. Maar soms is verkeerd lopen niet verkeerd. 

Het is weer eens zover. Ik ben de GR route even kwijt en kom in een klein gehucht waar een oud kerkje staat. Sancta Anna, mijn lief heet Anna. Ik ga er naar binnen en ben er alleen. Het kerkje is er zo een met van die grote grijze stenen. Binnen sober ingericht en er branden kaarsen. Op mijn iPhone heb ik de Misa Criolla uitgevoerd door Mercedes Sosa en die zet ik op de speaker. Dan gebeurt er iets heel aparts. Ik voel de aanwezigheid van mijn twee overleden dochters. Het is echt of ze bij mij zijn. Het verwerken van dit verlies is een van de redenen waarom ik deze pelgrimage loop. Ik huil voluit en kan bijna niet stoppen. Het is of ze beide zeggen, het is goed zo. We zijn bij je deze tocht. Ik kom uit deze trance als de deur opengaat en er een paar dames binnenkomen die mij verbaasd aan kijken. Ik zet de muziek uit, droog mijn tranen. Ik steek nog drie kaarsen op, ook een voor hun moeder en blijf nog even met mijn ogen dicht zitten. Even in een andere wereld. Buiten is alles weer anders. Er rijden auto’s, er lopen mensen en het regent. Ik ben weer in de werkelijkheid.

Na een paar uur kom ik in Parthenay. Eindelijk ben ik in een stad die op de route ligt naar Santiago de Compostela. Het is een oude pelgrimsplaats. Het plaatsje heeft nog een toegangspoort die Saint-Jacques heet en is nog bijna in de oorspronkelijke staat. In sommige delen van de stad waan je je in de middeleeuwen. Heel veel vakwerkhuizen en in een van die huizen bevindt zich mijn B&B voor deze nacht. Een Schots echtpaar is de uitbater van deze B&B. Ik krijg een prachtige kamer beneden. Een soort gewelven kamer met daarin een groot hemelbed. Wel erg luxe voor een pelgrim maar ook wel erg lekker een keer.

Met al die mooie momenten in de natuur, prachtige gebouwen en natuurlijk het Saint Anna kerkje draait mijn fototoestel overuren en de geheugenkaart raakt al aardig vol. Ik heb een extra opslag in de vorm van een stickie bij mij en vraag aan de gastvrouw of ik even van haar computer gebruik mag maken om de foto’s over te zetten naar het stickie. Geen probleem. Het zijn grote bestanden, ook wat filmpjes en het duurt even.  Gebeurd, ik kan weer volop foto’s maken. Dat foto’s maken klopt helemaal maar helaas blijkt achteraf dat mijn foto’s niet op het stickie terecht gekomen zijn maar op de schijf van de gastvrouw en die heeft ze later verwijderd omdat ze dacht dat ze daar dubbel op stonden dus ook op mijn stickie. Daarom helemaal geen foto’s van het eerste deel van mijn camino.

Jammer, maar loslaten er zijn ergere dingen.

Volgende keer: het einde van Frankrijk en het begin van de camino del Norte.

Missa Criolla, Mercedes Sosa

blog reisblog te voet naar Santiago de Compostella

Zijn de Fransen nu echt aardig of………….

Hoofdstuk 4

In 2010 liep ik van ede naar Santiago de Compostela

Mijn belevenissen heb ik beschreven en plaats deze hier in delen.

Zijn de Fransen nu echt aardig of…………….


Het postkantoor is net open en ik sta al binnen om het pakketje met daarin mijn goed ingelopen Hanwag schoenen op te halen. De vrouw achter het loket snauwt mij iets toe en ik begrijp dat ik moet zeggen wat ik kom doen. Nu heb ik een beetje geoefend in het Frans hoe ik moet formuleren wat ik kom doen. Volgens mij komt het goed uit mijn mond maar de vrouw begrijpt er helemaal niets van. Spreekt u Engels? Non. Daar sta ik dan. Achter mij al een flinke rij en de vrouw waar ik tegen praat begint steeds ongeduldiger te worden. Maar er komt hulp. Iemand uit de rij komt naar voren en blijkt een Belg te zijn. Hij vertaalt net zo makkelijk wat ik tegen hem in het Nederlands zeg en eindelijk begrijpt de vrouw het en gaat naar achteren. Even denk ik dat ze maar direct koffie aan het drinken is maar na een tijdje komt ze toch terug en zegt tegen de Belg dat het pakje niet hier is maar op een bijkantoor. Als ze vertelt dat dit dik 5 km hier vandaan is kijkt ze mij triomfantelijk aan. Ik bedank de Belg , groet de vrouw vriendelijk en loop die 5 km naar het bijkantoor. Het is wel precies de verkeerde kant op maar die 5 heen en weer terug moet ook wel kunnen.

Op het bijkantoor twee heel aardige meisjes die ook geen Engels spreken maar wel precies begrijpen wat ik bedoel. Ik krijg een schaar en maak het pakje open. Zo kan het dus ook.  Mijn Hanwags kijken mij aan en dat niet alleen. Er zitten ook tekeningen voor mij in gemaakt door de kinderen van de vriendin die het opgestuurd heeft. Een brok in mijn keel. 

Ik wissel van schoenen en stuur de lage terug naar Nederland. 

Wat zit dit comfortabel, de binnenkant voelt heel zacht aan en het lijkt weer of ik gedragen word, tenminste de eerste paar meters. Mijn voeten moeten nog helen en dat duurt nog wel even.

Het is begin mei en nog steeds prachtig weer. De hele maand april geen drup regen gehad. De GR’s die ik loop zijn juweeltjes. Ik loop een tijdje over een oude niet meer in gebruik zijnde spoorbaan. Helemaal overwoekerd door prachtige bloemen, het zal wel onkruid zijn maar zo’n schoonheid. Alle knoppen komen uit en overal nieuw leven. Wat is het voorjaar toch een mooi seizoen om te lopen. Wat een rust, ik loop dagen achtereen en kom geen mens tegen. Mijn stemmingen wisselen sterk. Van euforisch om hier te mogen lopen tot medelijden met mijzelf omdat het zo eenzaam is. Als ik weer eens in een dorpje kom, de GR loopt er vaak omheen en ik wat contact wil maken lukt mij dat niet echt. Zijn die “Fransen” nu echt zo nors? 

Het tentje dat ik bij mij heb ga ik nu voor de tweede keer gebruiken. Ik loop al zo’n 30 km en ik kom bij een camping. Het gekke is dat ik niet durf om het zomaar in de vrije natuur op te zetten,  best schijterig. Nu dus weer eens een camping.

Achter de balie van de receptie zit een man te bladeren in een stapel papieren. Ik groet hem keurig in het Frans maar hij reageert niet. Misschien doof? Ik begroet iets luider en nog niet. Eindelijk komt hij zuchtend overeind en komt naar mij toe met een gezicht van “had je wat?”. Als ik duidelijk maak dat ik alleen ben en wil overnachten lijkt het wel een gunst dat hij mij een plekje wijst. Niet echt een vriendelijke Fransman.

 Mijn tentje is echt een tentje en weegt maar 900 gram. Ik pas er net in samen met de rugzak en opblaasmatrasje. De eerste keer dat ik hem gebruikte vond ik het geen succes en nu helemaal niet. Als ik opsta ben ik zo stijf als de bekende plank en het tentje is zo nat dat ik met het water dat er afloopt makkelijk thee zou kunnen zetten. Ook de binnenkant is nat. De zon schijnt gelukkig al maar het is toch ná elven als ik hem weer droog in de zak kan stoppen. Hij krijgt een enkele reis per pakketpost naar huis met nog een aantal dingen die ik toch niet gebruik en mijn rugzak gaat van zestien kilo naar dertien. Scheelt toch behoorlijk.

Het kan ook anders. Een paar dagen later ben ik om 4 uur al op de plaats waar ik een hotelletje heb uitgezocht. Het is nog gesloten en gaat pas om zes uur open. Nu is een van de dingen die ik graag doe na een dag lopen een lekker koud biertje drinken. Dat heb ik dan verdiend, vind ik. Iets verderop is een terras en het biertje smaakt heerlijk. Aan een tafeltje naast mij zit een man die verdacht veel lijkt op Wally Taxs, die zanger. Lang sluik haar met scheiding in het midden. Hij kijkt naar mijn rugzak en vraagt of ik naar SdC ga, hij ziet natuurlijk de bekende schelp op mijn tas. 

Ja ik ben onderweg. Wil je een biertje van mij, vraagt hij. Dat kan ik niet afslaan. Beetje gezellig zitten kletsen maar dan moet hij weg, hij heeft een winkeltje verderop en dat moet open. Even later komt hij terug en vraagt of ik bij hem in de winkel nog een biertje kom drinken, veel goedkoper. Dat doe ik dus. Het winkeltje is gevestigd in een klein grijs pandje. Door het smerige winkelruit kan ik net zien dat er een paar oude computers in de etalage staan. Het is een computerreparatie winkel.

Niet alleen een winkel, het is tevens zijn woonhuis. Misschien ben ik niet zoveel gewend maar dit heb ik echt nog nooit gezien. Allemaal jampotjes tot de nok gevuld met shagpeuken en zoveel lege bierflesjes dat je van het statiegeld voor een week eten kan inslaan. Wat doe ik hier? Toch blijf ik en drink gewoon mee. Ik kan gewoon blijven slapen. Hij is best een gezellige prater en zeker na de vele biertjes kan ik er ook wat van. Het bier is op maar geen nood. Twee panden verder zit een tabak annex bar. We gaan daar naartoe en drinken weer verder. 

Er komt een man binnen en die gaat bij ons staan, Jules, Wally heet dus Jules, vertelt wat ik aan het doen ben en de man is helemaal enthousiast. Hij heeft een tweede huis hier in de buurt en daar kan ik ook wel slapen. Hij heeft net ham gekocht dus laten we met z’n drieën naar zijn huis gaan dan drinken en eten we daar nog wat. Mijn rugzak opgehaald en mee met Toin. Zijn auto staat om de hoek, een BMW tweezitter. Jules rijdt er in zijn eigen gammele auto achteraan. Kwartiertje rijden en we zijn er. We eten ham en drinken een soort cognac. Verder weet ik niet meer hoe ik in bed gekomen ben. Wat ik wel weet is dat ik om zeven uur uit bed moet want Toin moet naar een begrafenis.

Stipt om zeven uur wordt er aan mij gesjord en als ik mijn ogen eindelijk open krijg staat Toin al helemaal fris en fruitig voor mij. We rijden terug naar de tabac, ik krijg een espresso en een croissantje en Toin zet mij keurig bij het begin van mij route af.

Achteraf denk ik nog wel eens dat het heel anders had kunnen lopen, geld en spullen weg en ergens alleen achtergelaten maar dit waren echt gastvrije Fransen. Misschien toch bescherming van Saint Jacques?

Volgende keer: een onwaarschijnlijke ontmoeting en mijn foto’s verdwenen.

blog reisblog te voet naar Santiago de Compostella

Kan er nog meer stuk aan een voet


Hoofdstuk 3

In 2010 liep ik van ede naar Santiago de Compostela

Mijn belevenissen heb ik beschreven en plaats deze hier in delen.

Kan er nog meer stuk aan een voet

Na het zwarte drab avontuur loop ik weer gezellig verder. Mijn schoenen zijn nog niet helemaal droog maar het lijkt best te gaan. Spierpijn en de eerste blaar heb ik al doorgeprikt. Maar niet klagen dat hoort er nu eenmaal bij. Ik geniet van van het prille voorjaar en het hier mogen lopen. Door mijn gebrekkige Frans en het feit dat “de Fransen” geen Engels willen of kunnen spreken maak ik niet erg veel contact.

Ik loop per dag zo tussen de 25 en 30 km, goed te doen. Na zo’n tien dagen wordt het lopen toch wat meer strompelen. Als ik mijn sokken uittrek zie ik meer pleisters dan naakte voet. Tape op mijn hiel en wreef. De lage schoenen blijken toch niet echt bij mij te passen. Om mijn voeten wat rust te geven las ik een rustdag in. Ik ben inmiddels in St Valery sur Somme. Een historisch stadje. Ik logeer in een B&B en slaap heerlijk. Mijn rustdag gebruik ik om toerist te spelen. Heerlijk slenteren zonder dat gesjouw met die rugzak. Er loopt een toeristisch stoomtreintje om de baai van de Somme heen naar Le Crotoy en ja hoor ik neem een retourtje met deze stoomtrein.

De volgende morgen moet ik mij er echt toe zetten om weer op pad te gaan. Alle blaren weer doorgeprikt, ingesmeerd met zalf en flink in de tape. Mijn schema is om toch wel iedere dag 25 km te lopen maar op deze manier met deze voeten gaat dat niet lukken. Plan B wordt in werking gezet. Ik laat mijn lekker ingelopen Hanwags overkomen en stuur deze lage schoenen terug. Nog een weekje volhouden.

Pijn went vooral als je leuke dingen meemaakt.  Ik kom door een iets groter dan een klein dorpje en er komt een man mij tegemoet. Het blijkt de burgemeester te zijn. Hij is ook naar Santiago de Compostela gelopen en is zeer enthousiast. Ik moet mee naar het gemeentehuis, het is zondag en  dus gesloten. Hij heeft natuurlijk de sleutel en eenmaal binnen komen de verhalen los. Ik krijg te drinken en wat te eten en hij moet ook zijn gemeente stempel in mijn pelgrimspaspoort zetten. Het is jammer dat het nog vroeg is anders had ik daar mooi kunnen slapen.

En dan is daar Le Treport. Een stad met een Église Saint Jacques. Eindelijk eens goedkoop slapen denk ik. Naast de kerk is een zaaltje waar een paar nonnen aan het werk zijn. Kan ik hier ergens slapen? Nou dat weten ze niet, ik moet het maar even proberen bij de pastorie. Grote pastorie die bij zo’n grote kerk hoort. Ik bel aan en er gebeurt niets. Nog een keer bellen en dan gaat de deur open. In de deuropening staat een priester van, hoe moet je dat tegenwoordig ook al weer zeggen, van Afrikaanse afkomst. Zijn witte priester boordje steekt goed af. Wat ik kom doen? Ik ben pelgrim, ben op weg naar SdC en zoek een slaapplaats. Of ik een oneerbaar voorstel doe zo kijkt hij mij aan. Hij heeft nog nooit van Santiago de Compostela gehoord. Ik laat mijn pelgrimspaspoort zien waarop ook in het Frans uitleg op staat maar nog begrijpt hij het niet. De pastoor, zijn baas dus eigenlijk,  is in Parijs, kom maar terug als hij er weer is. De deur wordt voor mij gesloten. Weer op zoek naar een betaalbaar hostel. Dat is wel een voordeel in Frankrijk, er zijn genoeg goedkope hotelletjes. 

Nu heb ik nog geen stempel in mijn pelgrimspaspoort. Het is acht uur en ik wil weer gaan lopen maar eerst toch die stempel. Ik bel weer aan bij de pastorie en nog eens en nog eens, dan gaat er boven een raam open en kijkt mijn Afrikaanse  vriend op mij neer gekleed in een spierwit hemd. Ik wijs op mijn pelgrimspaspoort en maak een stempel gebaar.Hij doet het raam dicht. Gestommel en daar maakt hij zuchtend de deur open. Ik mag zowaar mee naar binnen en krijg zonder een woord te zeggen een stempel. Dat was Le Treport.

Mijn schoenen die vanuit Nederland moeten komen zijn er nog steeds niet maar ik moet toch verder. De route vandaag loopt niet langs de kust maar gaat over lange rechte landwegen. Geen leuke koffietentjes en de dorpjes waar ik doorheen kom lijken wel uitgestorven. Mijn brandertje doet goed dienst. Ik kan zelf water koken voor een pijpje oploskoffie. Hoe verslavend kan koffie zijn. Na een paar uur lopen ruik ik gewoon koffie. 

Mijn voeten doen nu echt pijn en de lange rechte saaie wegen lijken steeds langer te worden. Ik wil niet meer, ik wil naar huis. Dit is niet wat ik mij er van voorstelde. Ik heb zoveel positieve verhalen gelezen over de camino. Zijn dat allemaal supermensen? Maar ik kan niet stoppen, een van de redenen waarom ik de camino loop is mijn vader zaliger. Hij had altijd opmerkingen tegen mij zoals “dat lukt je toch niet of dat kun jij toch niet”. Nu had hij wel een beetje gelijk, ik begin meestal erg enthousiast ergens aan maar maak niet vaak het ook werkelijk af en nu wil ik toch bewijzen dat ik dit wel degelijk afmaak. Mijn doel is SdC te bereiken. Toen wist ik nog niet dat SdC niet het doel is maar dat mijn weg het doel is. Maar dit terzijde. 

Zo alles overdenkende en door mijn gestrompel zie ik het even niet meer zitten. Maar dan gebeurt er iets dat ik nog steeds niet kan verklaren. Ik loop langs weilanden en daar net naast een heg ligt een hele berg met jacobsschelpen. Hoe komen die hier nu verzeild. Is dit een teken? Ik blijf een tijdje staan en voel mijn energie terugkomen. De laatste zes km naar mijn overnachtingsplaats lijkt het alsof ik word gedragen. Helaas heb ik geen foto van deze berg met schelpen maar dat is weer een ander verhaal.

Wordt vervolgd

blog reisblog te voet naar Santiago de Compostella

Van Valencia naar Alfaz del Pi

We worden gewekt door een lekkere zon in ons gezicht. Vandaag verlaten we Valencia maar eerst toch nog even een stuk over het strand lopen. Het is al na tweeën als we vertrekken om een klein stuk af te zakken richting Alicante. De eerste plek die we eigenlijk uitgezocht hadden voelde niet prettig aan. Op een punt waar een kleine rio de zee inkomt. Heel winderig en de camperplek leek een beetje op een Roma kamp. Snel omgekeerd en een plaats gevonden tussen twee hoge appartement complexen met uitzicht op het strand. Voor een nacht goed te doen. Wel lekker rustig hier want ik denk dat 95% van de flats leeg staan in de winter.

Daar ergens links staan we tussen de flats.

Het is zondag en de mensen die er zijn lopen en flaneren over de boulevard. Het weer is uiterst aangenaam te noemen. Het is altijd even wennen aan die flats maar over het strand lopend kijk ik toch de andere kant op.

Deze kant kijkt prettiger.

Laat in de middag verlaten we deze plek en rijden dwars door de landerijen naar Platja de Piles. Ook dit is in deze tijd van het jaar bijna verlaten. We staan alleen op de boulevard.

Dit gebied werd voor het eerst bewoond door moslims. Zij gingen hier suikerriet verbouwen en de huizen hebben nog steeds Moorse invloeden. Er wordt nog steeds suikerriet verbouwd maar daar is van alles bij gekomen. Veel fruitbomen. Een hele belangrijke inkomstenbron is toch wel het toerisme. De projectontwikkelaars hebben niet stil gezeten. Veel gebouwen staan leeg, zijn niet afgebouwd. Het enige in deze plaats dat goed is, er is geen hoogbouw langs de boulevard. Veel particuliere huizen, maar nu ook leeg en luiken voor alle ramen.

Ons stille plekje aan de boulevard van Piles
Laagbouw op de eerste rij
Eenzame wandelaarster op het stille strand

Een nacht en een halve dag is wel genoeg op deze plek. We gaan door naar Denia. In deze plaats overwinteren veel Nederlanders en ook in de zomer gaan er veel landgenoten naartoe. Het is een oude stad en werd al bewoond in de prehistorie. Bovenop een bergtop staat een imposant kasteel dat zo’n duizend jaar geleden door islamitische Arabieren gebouwd werd. In de vier jaar dat de Fransen de stad bezetten tijdens de Spaanse Successieoorlog in het begin van de 18e eeuw hebben zij het toen geheel vervallen kasteel herbouwd.

Toegang naar kasteel

Denia heeft ook een grote haven. Plezierjachten, ferries naar de Balearen en visbootjes.

De verschillen zijn groot. Momenteel het grootste privéjacht dat er ligt is de Lady Moura. De eigenaar is de Saudi Arabische zakenman, Nasser al-Rashid. Toen het in 1990 gebouwd werd, stond het op de negende plaats van grootste privé jachten. Nu is hij al gezakt naar de 28e plaats. deze is 105 m lang en 20 m breed.

Als de vissersboten erlangs varen lijken het wel Madurodam bootjes.

Wij vinden het geen gezellige plaats en gaan maar weer eens verderop kijken. Een paar jaar geleden stonden we op een camperplaats in Alfaz del Pi en dat is heel goed bevallen. De camperplaats moest sluiten en nu na 4 jaar is eindelijk de vergunning weer verleend. Daar gaan we naartoe.

blog reisblog

Is dit nu al het einde?

Hoofdstuk 2

Is dit nu al het einde van mijn pelgrimage?

Er rijdt een auto richting Wissant, Frankrijk. In de auto, mijn lief, mijn twee zussen en ik. Zij gaan mij uitzwaaien als ik begin aan mijn camino naar Santiago de Compostela. Het is 7 april en ik ben er klaar voor. Mijn rugzak weegt 16 kilo. Aan alles heb ik gedacht. Een brandertje en pannetje om in ieder geval koffie te kunnen maken en een kleine eenpersoons tent. Garmin GPS, telefoon, opladers en natuurlijk routeboekjes en wegenkaarten. Wat kan er nog mis gaan. Nog laatste omhelzingen en daar vertrek ik. Via de GR kust route richting Berck.

Het is prachtig weer, het loopt lekker. Hele stukken over het strand. Schoenen uit en dan door het zand dat mijn voeten heerlijk masseert. De eerste dag loop ik 23 km.

Ik lig vroeg in bed en slaap als de bekende roos. Na een goed ontbijt in het kleine familiehotel begin ik enthousiast aan de tweede dag. Het is voor de tijd van het jaar heel zonnig maar niet te warm. Op de boulevard al overvolle terrassen met mensen die genieten van de eerste voorjaars warmte.Weer hele stukken over het strand. Het strand wordt steeds breder en ik blijf bij de vloedlijn lopen. In gedachte heb ik niet in de gaten dat het wel erg breed wordt. Het lijkt of ik rechtdoor loop maar ik loop gewoon richting zee. Plotseling zak ik weg in een soort zwarte olieachtige drab. Hoe harder ik probeer er uit te komen hoe dieper zak ik weg. Er komt een soort paniekgevoel over mij. Het lijkt drijfzand. Ik sta tot net onder mijn knieën in het zwarte goedje. Hoe harder ik trek hoezeer ik wegzak. Rondkijkend zie ik dat er niemand in de buurt is. Er gaat van alles door mij heen. Dit is het dan, einde camino, wegzakkend en dan vloed. Dag Harry. Maar dan het eerste wonder van de camino. Er komt een rust over mij heen en ik val achterover, eigenlijk op mijn rugzak en dat is mijn redding. Langzaam kan ik mij omdraaien en heel zuigend kom ik in los uit de drab. Op mijn knieën kruip ik achteruit naar harder zand en loop dan een heel eind terug. Eenmaal terug op het normale strand sta ik te trillen op mijn benen. Het gebied achter het strand is moerassig. Er loopt een man met zijn zoontje en zij begeleiden mij door een soort doolhof van paadjes door het moeras heen naar het dorpje. 

Helemaal zwart en ontzettend stinkend kom ik bij een hotel en ik krijg zowaar een kamer. Met al mijn kleren aan stap ik onder de douche en laat de zwarte smurrie er af lopen. Mijn schoenen hou ik ook onder de kraan want die zijn door de drab twee maal zo groot geworden. Bekaf val ik in slaap. Dit is na twee dagen al een avontuur dat ik van te voren niet had ingepland. 

De volgende dag zijn mijn kleren alweer droog, het voordeel van icebraker kleding en start ik weer vol nieuwe moed.

Ik loop sinds kort op lage schoenen. Mijn eerdere loopdagen liep ik op A/B hoge schoenen, op zich niets mis mee. 

Twee weken voor mijn tocht begint is er de landelijke dag van het Nederlands Genootschap van Sint Jacob in Utrecht. Voor de laatste informatie voor mijn tocht. Ik woon een workshop bij van een camino loper. Een zeer ervaren man en boeiende verteller. Zo praat hij ook over schoenen. Waarom zou je die zware hoge schoenen aantrekken. Je loopt toch veel verhard dus dat is echt niet nodig. Je hebt genoeg aan goede lage schoenen. Veel lichter en comfortabeler.

De twijfel slaat onmiddellijk en hard toe. Ga ik nog nieuwe schoenen kopen. Even over nadenken.

Op het einde van de dag gaan alle “pelgrims” die binnenkort vertrekken op het podium staan en krijgen een soort zegen. Nu ben ik niet kerkelijk maar dit ontroert toch wel.

Gezegend ben jij pelgrim, als je ontdekt dat de camino de ogen opent voor wat niet zichtbaar is.

Gezegend bet je pelgrim, als je je geen zorgen maakt over of jij je bestemming zult bereiken, maar of je die samen met anderen zult bereiken.

Gezegend ben jij pelgrim als je ontdekt dat de echte camino begint na het bereiken van de bestemming.

Gezegend ben jij pelgrim wanneer uw knapzak steeds leger wordt en je hart zich vult met inzichten en wijsheid.

Gezegend ben je pelgrim als je ontdekt dat een stap achteruit om iemand te helpen meer waard is dan honderd stappen vooruit zonder te zien wat er om je heen gebeurt.

Gezegend ben je pelgrim als je onderweg jezelf tegenkomt en je jezelf de tijd gunt, zodat de verbeelding in uw hart gevoed wordt.

Gezegend ben je pelgrim als je ontdekt dat je op je weg altijd gedragen wordt door de Eeuwige.

Toch weer een hele geruststelling.

Het is maandag en toch maar even naar de buitensportspecialist. Nieuwe lage schoenen, Lowa Renegade GTX. Klinkt toch goed lijkt me. Daarom loop ik dus op lage schoenen en laat mijn goed ingelopen hoge comfortabele leren Hanwags thuis.

(Volgende hoofdstuk): “hoeveel kan er stuk aan een voet)

blog reisblog te voet naar Santiago de Compostella

loslaten is de weg, niet het doel

In 2010 liep ik van Ede naar Santiago de Compostela. Het verhaal hiervan publiceer ik in delen. Vandaag het eerste deel.

Hoofdstuk 1

het begin

Frankrijk zo’n dertig jaar geleden en ik sta met de caravan op een camping als er een heel klein tentje naast mij neergezet wordt. Het hoort bij een jonge man die net daarvoor met een grote rugzak op de daarvoor bestemde plaats de camping opkomt. Ik zie geen auto, motor of fiets. Hij is lopend gekomen. Het blijkt ook nog een Nederlander te zijn. Natuurlijk maak ik een praatje en hij vertelt dat hij zijn baan heeft opgezegd en aan het lopen is naar Santiago de Compostela. Hij zal er zo’n vier maanden overdoen. Dat lijkt mij ook wel wat maar daar blijft het dan ook bij. Ik ga gewoon verder met mijn leven zoals ik het gewend ben.

Het blijft wel altijd in mijn achterhoofd sluimeren. 

Maar dan na een behoorlijk moeilijke tijd kan ik niet meer leven zoals ik gewend was. Ik besluit om het ook te doen. Vanuit huis ga ik lopen naar SdC in Spanje. 2400 km. 

Nu ben ik nog niet een geoefende wandelaar, maar wil wel een lange afstand lopen. Hoe ga ik dat aanpakken? Eerst kleine afstanden en dan steeds grotere. Met rugzak loop ik al snel 20 km op een dag en soms twee dagen achter elkaar. Ik kan een sabbatical van drie maanden nemen maar dat is te kort voor de hele afstand. Als alternatief loop ik iedere maand drie dagen. De eerste maand kom ik tot Waalwijk en daar begin ik dan een maand later weer. 

De aftrap is in Ede waarvandaan ik naar Wijk bij Duurstede loop. Dat is direct al 27 km. Het eerste stuk gaat lekker. Het is deze dag behoorlijk heet maar tot aan het mooie stadje Amerongen gaat het veel door het bos. Dan nog 11 km over een bochtige en prachtige dijk in de volle zon. Eindelijk met mijn tong op de schoenen kom ik aan bij mijn lief die daar woont. De volgende dag is het nog steeds warm weer en loop ik naar Zaltbommel. Na de derde dag loop ik zo stijf als een robot van de eerste generatie, maar ben wel al in Waalwijk.

Ik heb een maand om nog wat te trainen en het gaat steeds beter. Dan is het weer de tijd om drie dagen te lopen. Waalwijk- Dongen. Daar woont mijn zus en zwager en ik kan er slapen. De volgende dag vroeg op pad. Na een tijdje kom ik in een dorp en besluit maar eens een kop koffie te nemen. Ik bestel er een en dan slaat de schrik toe. Mijn beurs is weg, ik heb geen rode cent bij mij. Ik bel mijn zus en gelukkig de beurs is uit mijn jas gevallen en ligt in de hal. Zwager komt hem nabrengen met de auto. Dit is het eerste ding dat ik op deze camino meemaak dat goed afloopt. 

In het zelfde weekend ben ik uitgekomen in Antwerpen. In een overvolle trein weer terug naar huis. In Utrecht moet ik overstappen op de trein naar Ede. Ik zit in die trein en wil even op mijn telefoon kijken. Normaal zit die altijd in mijn rechterbroekzak maar deze keer niet. Hij zit nergens, tenminste niet op mijn lijf of in mijn tas. Ik ben hem kwijt. Nee toch. Hij moet ergens uit mijn zak gegleden zijn. Thuis bel ik met mijn vaste telefoon mijn mobile nummer en die wordt direct opgenomen. Het meisje dat tegenover mij zat heeft hem gevonden en morgen is ze in Nijmegen en daar kan ik hem ophalen. Ook weer goed afgelopen gelukkig.

Op mijn rugzak heb ik de bekende Jacobsschelp genaaid en eenmaal in België krijg ik veel reacties. Er rijdt een auto voorbij, de man kijkt uit zijn raampje. Even verderop keert hij en komt weer op mij af. Wat moet die, denk ik. Hij stapt uit en vraagt waar ik heen ga. Naar SdC zeg ik. “Amai, mijne papa liep ook daar naartoe maar op 80 km voor Santiago kreeg hij een hartaanval en hij ligt daar begraven. We hebben een monumentje gemaakt voor hem. Als gij er langs komt hou dan even stil.” 

Eerlijk gezegd ben ik er nu al stil van. 

Hoe verder ik kom hoe moeilijker het wordt om met het openbaar vervoer weer terug te komen. Uiteindelijk kom ik in Wissant , in Frankrijk. Dat is na bijna 400 km.

Ik besluit om vandaar uit te vertrekken en zo’n drie maanden later aan te komen in Santiago de Compostela. Er lopen in Frankrijk een paar pelgrimsroutes die allemaal uitkomen op de Spaanse camino maar ik wil mijn eigen reis uitstippelen en loop mijn eigen weg via diverse GR routes

Wordt vervolgd.

blog reisblog te voet naar Santiago de Compostella