Geesje verzint weer een woord en dat mag je ook nog eens niet gebruiken in het verhaal van precies 101 woorden. Deze keer is het “vetophoping”

Piet van Friet en Nel Frikandel zitten met vette handen in het haar. Emmers vol goudgele restanten staan achterin, want niemand wil ze nog hebben. Piet giet kaarsen, smeert stoeptegels in, maakt een kunstwerk voor de etalage. Elke dag groeit de berg. De riolering protesteert, muizen glimmen en klanten klagen over mysterieuze glijpartijen.

Nachten liggen ze wakker, hebben nachtmerries van het glibberige spul. Nel schiet overeind, stompt Piet wakker, IK HEB HET. We boetseren een frikandel van drie meter, gieten hem in brons en schenken hem aan de gemeenschap. Piet is trots op zijn Nel, de kunstenares van de grootste frikandel.