Kan er nog meer stuk aan een voet


Hoofdstuk 3

In 2010 liep ik van ede naar Santiago de Compostela

Mijn belevenissen heb ik beschreven en plaats deze hier in delen.

Kan er nog meer stuk aan een voet

Na het zwarte drab avontuur loop ik weer gezellig verder. Mijn schoenen zijn nog niet helemaal droog maar het lijkt best te gaan. Spierpijn en de eerste blaar heb ik al doorgeprikt. Maar niet klagen dat hoort er nu eenmaal bij. Ik geniet van van het prille voorjaar en het hier mogen lopen. Door mijn gebrekkige Frans en het feit dat “de Fransen” geen Engels willen of kunnen spreken maak ik niet erg veel contact.

Ik loop per dag zo tussen de 25 en 30 km, goed te doen. Na zo’n tien dagen wordt het lopen toch wat meer strompelen. Als ik mijn sokken uittrek zie ik meer pleisters dan naakte voet. Tape op mijn hiel en wreef. De lage schoenen blijken toch niet echt bij mij te passen. Om mijn voeten wat rust te geven las ik een rustdag in. Ik ben inmiddels in St Valery sur Somme. Een historisch stadje. Ik logeer in een B&B en slaap heerlijk. Mijn rustdag gebruik ik om toerist te spelen. Heerlijk slenteren zonder dat gesjouw met die rugzak. Er loopt een toeristisch stoomtreintje om de baai van de Somme heen naar Le Crotoy en ja hoor ik neem een retourtje met deze stoomtrein.

De volgende morgen moet ik mij er echt toe zetten om weer op pad te gaan. Alle blaren weer doorgeprikt, ingesmeerd met zalf en flink in de tape. Mijn schema is om toch wel iedere dag 25 km te lopen maar op deze manier met deze voeten gaat dat niet lukken. Plan B wordt in werking gezet. Ik laat mijn lekker ingelopen Hanwags overkomen en stuur deze lage schoenen terug. Nog een weekje volhouden.

Pijn went vooral als je leuke dingen meemaakt.  Ik kom door een iets groter dan een klein dorpje en er komt een man mij tegemoet. Het blijkt de burgemeester te zijn. Hij is ook naar Santiago de Compostela gelopen en is zeer enthousiast. Ik moet mee naar het gemeentehuis, het is zondag en  dus gesloten. Hij heeft natuurlijk de sleutel en eenmaal binnen komen de verhalen los. Ik krijg te drinken en wat te eten en hij moet ook zijn gemeente stempel in mijn pelgrimspaspoort zetten. Het is jammer dat het nog vroeg is anders had ik daar mooi kunnen slapen.

En dan is daar Le Treport. Een stad met een Église Saint Jacques. Eindelijk eens goedkoop slapen denk ik. Naast de kerk is een zaaltje waar een paar nonnen aan het werk zijn. Kan ik hier ergens slapen? Nou dat weten ze niet, ik moet het maar even proberen bij de pastorie. Grote pastorie die bij zo’n grote kerk hoort. Ik bel aan en er gebeurt niets. Nog een keer bellen en dan gaat de deur open. In de deuropening staat een priester van, hoe moet je dat tegenwoordig ook al weer zeggen, van Afrikaanse afkomst. Zijn witte priester boordje steekt goed af. Wat ik kom doen? Ik ben pelgrim, ben op weg naar SdC en zoek een slaapplaats. Of ik een oneerbaar voorstel doe zo kijkt hij mij aan. Hij heeft nog nooit van Santiago de Compostela gehoord. Ik laat mijn pelgrimspaspoort zien waarop ook in het Frans uitleg op staat maar nog begrijpt hij het niet. De pastoor, zijn baas dus eigenlijk,  is in Parijs, kom maar terug als hij er weer is. De deur wordt voor mij gesloten. Weer op zoek naar een betaalbaar hostel. Dat is wel een voordeel in Frankrijk, er zijn genoeg goedkope hotelletjes. 

Nu heb ik nog geen stempel in mijn pelgrimspaspoort. Het is acht uur en ik wil weer gaan lopen maar eerst toch die stempel. Ik bel weer aan bij de pastorie en nog eens en nog eens, dan gaat er boven een raam open en kijkt mijn Afrikaanse  vriend op mij neer gekleed in een spierwit hemd. Ik wijs op mijn pelgrimspaspoort en maak een stempel gebaar.Hij doet het raam dicht. Gestommel en daar maakt hij zuchtend de deur open. Ik mag zowaar mee naar binnen en krijg zonder een woord te zeggen een stempel. Dat was Le Treport.

Mijn schoenen die vanuit Nederland moeten komen zijn er nog steeds niet maar ik moet toch verder. De route vandaag loopt niet langs de kust maar gaat over lange rechte landwegen. Geen leuke koffietentjes en de dorpjes waar ik doorheen kom lijken wel uitgestorven. Mijn brandertje doet goed dienst. Ik kan zelf water koken voor een pijpje oploskoffie. Hoe verslavend kan koffie zijn. Na een paar uur lopen ruik ik gewoon koffie. 

Mijn voeten doen nu echt pijn en de lange rechte saaie wegen lijken steeds langer te worden. Ik wil niet meer, ik wil naar huis. Dit is niet wat ik mij er van voorstelde. Ik heb zoveel positieve verhalen gelezen over de camino. Zijn dat allemaal supermensen? Maar ik kan niet stoppen, een van de redenen waarom ik de camino loop is mijn vader zaliger. Hij had altijd opmerkingen tegen mij zoals “dat lukt je toch niet of dat kun jij toch niet”. Nu had hij wel een beetje gelijk, ik begin meestal erg enthousiast ergens aan maar maak niet vaak het ook werkelijk af en nu wil ik toch bewijzen dat ik dit wel degelijk afmaak. Mijn doel is SdC te bereiken. Toen wist ik nog niet dat SdC niet het doel is maar dat mijn weg het doel is. Maar dit terzijde. 

Zo alles overdenkende en door mijn gestrompel zie ik het even niet meer zitten. Maar dan gebeurt er iets dat ik nog steeds niet kan verklaren. Ik loop langs weilanden en daar net naast een heg ligt een hele berg met jacobsschelpen. Hoe komen die hier nu verzeild. Is dit een teken? Ik blijf een tijdje staan en voel mijn energie terugkomen. De laatste zes km naar mijn overnachtingsplaats lijkt het alsof ik word gedragen. Helaas heb ik geen foto van deze berg met schelpen maar dat is weer een ander verhaal.

Wordt vervolgd

blog reisblog te voet naar Santiago de Compostella

Is dit nu al het einde?

Hoofdstuk 2

Is dit nu al het einde van mijn pelgrimage?

Er rijdt een auto richting Wissant, Frankrijk. In de auto, mijn lief, mijn twee zussen en ik. Zij gaan mij uitzwaaien als ik begin aan mijn camino naar Santiago de Compostela. Het is 7 april en ik ben er klaar voor. Mijn rugzak weegt 16 kilo. Aan alles heb ik gedacht. Een brandertje en pannetje om in ieder geval koffie te kunnen maken en een kleine eenpersoons tent. Garmin GPS, telefoon, opladers en natuurlijk routeboekjes en wegenkaarten. Wat kan er nog mis gaan. Nog laatste omhelzingen en daar vertrek ik. Via de GR kust route richting Berck.

Het is prachtig weer, het loopt lekker. Hele stukken over het strand. Schoenen uit en dan door het zand dat mijn voeten heerlijk masseert. De eerste dag loop ik 23 km.

Ik lig vroeg in bed en slaap als de bekende roos. Na een goed ontbijt in het kleine familiehotel begin ik enthousiast aan de tweede dag. Het is voor de tijd van het jaar heel zonnig maar niet te warm. Op de boulevard al overvolle terrassen met mensen die genieten van de eerste voorjaars warmte.Weer hele stukken over het strand. Het strand wordt steeds breder en ik blijf bij de vloedlijn lopen. In gedachte heb ik niet in de gaten dat het wel erg breed wordt. Het lijkt of ik rechtdoor loop maar ik loop gewoon richting zee. Plotseling zak ik weg in een soort zwarte olieachtige drab. Hoe harder ik probeer er uit te komen hoe dieper zak ik weg. Er komt een soort paniekgevoel over mij. Het lijkt drijfzand. Ik sta tot net onder mijn knieën in het zwarte goedje. Hoe harder ik trek hoezeer ik wegzak. Rondkijkend zie ik dat er niemand in de buurt is. Er gaat van alles door mij heen. Dit is het dan, einde camino, wegzakkend en dan vloed. Dag Harry. Maar dan het eerste wonder van de camino. Er komt een rust over mij heen en ik val achterover, eigenlijk op mijn rugzak en dat is mijn redding. Langzaam kan ik mij omdraaien en heel zuigend kom ik in los uit de drab. Op mijn knieën kruip ik achteruit naar harder zand en loop dan een heel eind terug. Eenmaal terug op het normale strand sta ik te trillen op mijn benen. Het gebied achter het strand is moerassig. Er loopt een man met zijn zoontje en zij begeleiden mij door een soort doolhof van paadjes door het moeras heen naar het dorpje. 

Helemaal zwart en ontzettend stinkend kom ik bij een hotel en ik krijg zowaar een kamer. Met al mijn kleren aan stap ik onder de douche en laat de zwarte smurrie er af lopen. Mijn schoenen hou ik ook onder de kraan want die zijn door de drab twee maal zo groot geworden. Bekaf val ik in slaap. Dit is na twee dagen al een avontuur dat ik van te voren niet had ingepland. 

De volgende dag zijn mijn kleren alweer droog, het voordeel van icebraker kleding en start ik weer vol nieuwe moed.

Ik loop sinds kort op lage schoenen. Mijn eerdere loopdagen liep ik op A/B hoge schoenen, op zich niets mis mee. 

Twee weken voor mijn tocht begint is er de landelijke dag van het Nederlands Genootschap van Sint Jacob in Utrecht. Voor de laatste informatie voor mijn tocht. Ik woon een workshop bij van een camino loper. Een zeer ervaren man en boeiende verteller. Zo praat hij ook over schoenen. Waarom zou je die zware hoge schoenen aantrekken. Je loopt toch veel verhard dus dat is echt niet nodig. Je hebt genoeg aan goede lage schoenen. Veel lichter en comfortabeler.

De twijfel slaat onmiddellijk en hard toe. Ga ik nog nieuwe schoenen kopen. Even over nadenken.

Op het einde van de dag gaan alle “pelgrims” die binnenkort vertrekken op het podium staan en krijgen een soort zegen. Nu ben ik niet kerkelijk maar dit ontroert toch wel.

Gezegend ben jij pelgrim, als je ontdekt dat de camino de ogen opent voor wat niet zichtbaar is.

Gezegend bet je pelgrim, als je je geen zorgen maakt over of jij je bestemming zult bereiken, maar of je die samen met anderen zult bereiken.

Gezegend ben jij pelgrim als je ontdekt dat de echte camino begint na het bereiken van de bestemming.

Gezegend ben jij pelgrim wanneer uw knapzak steeds leger wordt en je hart zich vult met inzichten en wijsheid.

Gezegend ben je pelgrim als je ontdekt dat een stap achteruit om iemand te helpen meer waard is dan honderd stappen vooruit zonder te zien wat er om je heen gebeurt.

Gezegend ben je pelgrim als je onderweg jezelf tegenkomt en je jezelf de tijd gunt, zodat de verbeelding in uw hart gevoed wordt.

Gezegend ben je pelgrim als je ontdekt dat je op je weg altijd gedragen wordt door de Eeuwige.

Toch weer een hele geruststelling.

Het is maandag en toch maar even naar de buitensportspecialist. Nieuwe lage schoenen, Lowa Renegade GTX. Klinkt toch goed lijkt me. Daarom loop ik dus op lage schoenen en laat mijn goed ingelopen hoge comfortabele leren Hanwags thuis.

(Volgende hoofdstuk): “hoeveel kan er stuk aan een voet)

blog reisblog te voet naar Santiago de Compostella

loslaten is de weg, niet het doel

In 2010 liep ik van Ede naar Santiago de Compostela. Het verhaal hiervan publiceer ik in delen. Vandaag het eerste deel.

Hoofdstuk 1

het begin

Frankrijk zo’n dertig jaar geleden en ik sta met de caravan op een camping als er een heel klein tentje naast mij neergezet wordt. Het hoort bij een jonge man die net daarvoor met een grote rugzak op de daarvoor bestemde plaats de camping opkomt. Ik zie geen auto, motor of fiets. Hij is lopend gekomen. Het blijkt ook nog een Nederlander te zijn. Natuurlijk maak ik een praatje en hij vertelt dat hij zijn baan heeft opgezegd en aan het lopen is naar Santiago de Compostela. Hij zal er zo’n vier maanden overdoen. Dat lijkt mij ook wel wat maar daar blijft het dan ook bij. Ik ga gewoon verder met mijn leven zoals ik het gewend ben.

Het blijft wel altijd in mijn achterhoofd sluimeren. 

Maar dan na een behoorlijk moeilijke tijd kan ik niet meer leven zoals ik gewend was. Ik besluit om het ook te doen. Vanuit huis ga ik lopen naar SdC in Spanje. 2400 km. 

Nu ben ik nog niet een geoefende wandelaar, maar wil wel een lange afstand lopen. Hoe ga ik dat aanpakken? Eerst kleine afstanden en dan steeds grotere. Met rugzak loop ik al snel 20 km op een dag en soms twee dagen achter elkaar. Ik kan een sabbatical van drie maanden nemen maar dat is te kort voor de hele afstand. Als alternatief loop ik iedere maand drie dagen. De eerste maand kom ik tot Waalwijk en daar begin ik dan een maand later weer. 

De aftrap is in Ede waarvandaan ik naar Wijk bij Duurstede loop. Dat is direct al 27 km. Het eerste stuk gaat lekker. Het is deze dag behoorlijk heet maar tot aan het mooie stadje Amerongen gaat het veel door het bos. Dan nog 11 km over een bochtige en prachtige dijk in de volle zon. Eindelijk met mijn tong op de schoenen kom ik aan bij mijn lief die daar woont. De volgende dag is het nog steeds warm weer en loop ik naar Zaltbommel. Na de derde dag loop ik zo stijf als een robot van de eerste generatie, maar ben wel al in Waalwijk.

Ik heb een maand om nog wat te trainen en het gaat steeds beter. Dan is het weer de tijd om drie dagen te lopen. Waalwijk- Dongen. Daar woont mijn zus en zwager en ik kan er slapen. De volgende dag vroeg op pad. Na een tijdje kom ik in een dorp en besluit maar eens een kop koffie te nemen. Ik bestel er een en dan slaat de schrik toe. Mijn beurs is weg, ik heb geen rode cent bij mij. Ik bel mijn zus en gelukkig de beurs is uit mijn jas gevallen en ligt in de hal. Zwager komt hem nabrengen met de auto. Dit is het eerste ding dat ik op deze camino meemaak dat goed afloopt. 

In het zelfde weekend ben ik uitgekomen in Antwerpen. In een overvolle trein weer terug naar huis. In Utrecht moet ik overstappen op de trein naar Ede. Ik zit in die trein en wil even op mijn telefoon kijken. Normaal zit die altijd in mijn rechterbroekzak maar deze keer niet. Hij zit nergens, tenminste niet op mijn lijf of in mijn tas. Ik ben hem kwijt. Nee toch. Hij moet ergens uit mijn zak gegleden zijn. Thuis bel ik met mijn vaste telefoon mijn mobile nummer en die wordt direct opgenomen. Het meisje dat tegenover mij zat heeft hem gevonden en morgen is ze in Nijmegen en daar kan ik hem ophalen. Ook weer goed afgelopen gelukkig.

Op mijn rugzak heb ik de bekende Jacobsschelp genaaid en eenmaal in België krijg ik veel reacties. Er rijdt een auto voorbij, de man kijkt uit zijn raampje. Even verderop keert hij en komt weer op mij af. Wat moet die, denk ik. Hij stapt uit en vraagt waar ik heen ga. Naar SdC zeg ik. “Amai, mijne papa liep ook daar naartoe maar op 80 km voor Santiago kreeg hij een hartaanval en hij ligt daar begraven. We hebben een monumentje gemaakt voor hem. Als gij er langs komt hou dan even stil.” 

Eerlijk gezegd ben ik er nu al stil van. 

Hoe verder ik kom hoe moeilijker het wordt om met het openbaar vervoer weer terug te komen. Uiteindelijk kom ik in Wissant , in Frankrijk. Dat is na bijna 400 km.

Ik besluit om vandaar uit te vertrekken en zo’n drie maanden later aan te komen in Santiago de Compostela. Er lopen in Frankrijk een paar pelgrimsroutes die allemaal uitkomen op de Spaanse camino maar ik wil mijn eigen reis uitstippelen en loop mijn eigen weg via diverse GR routes

Wordt vervolgd.

blog reisblog te voet naar Santiago de Compostella

Kidney Pilgrims op de camino Portuqués

Elf nachten slapen in soms gammele stapelbedden verder is er het eind van mijn camino met vijf nierpatiënten. Ook al doe ik dit nu voor de vijfde keer het blijft toch altijd spannend. Twee jaar geleden reed er een busje mee die o.a. de bagage vervoerde en sliepen we niet iedere keer in een Alberque. Dit jaar gingen wij terug naar de basis. Iedereen droeg zijn eigen rugzak die met water, eten en een stapel medicijnen erin toch al snel zo’n 10 kilo weegt.


Dagen achter elkaar meer dan 20 km lopen over asfalt, oude Romijnse wegen, ongelijke stenen paden, door bos en flink omhoog en weer naar beneden. Iets dat je knieën niet echt leuk vinden. Deze vijf kanjers deden het zonder morren al zaten ze er soms behoorlijk doorheen. Het weer is deze keer zoals je hoopt dat het zou zijn. Zonnig, niet te warm en van de elf dagen maar een paar uur druppels.
Dag 1 vliegen we naar Santiago de Compostela en rijden dan met een busje naar Portugal om daar te beginnen aan de tocht. We lopen vast zes km om in Tui, Spanje, in de eerste alberque te overnachten. Een alberque is een soort jeugdherberg maar dan voor pelgrims. Je kunt er alleen slapen als je via een stempelkaart kunt bewijzen dat je op weg bent naar Santiago. Dit is om te beginnen een redelijk luxe, zelfs de bedden waren opgemaakt maar dat kost je dan ook wel 12 euro per nacht. De volgende dag lopen we 22 km naar O Porrino, daar is een gemeentelijke alberque. We slapen in een kamer met 12 stapelbedden en krijgen bij het inschrijven een superdun onderlaken en sloop. Het scheurt al bijna als je er alleen maar naar kijkt. De prijs voor deze overnachting is, schrik niet, 6 euro. In deze gemeentelijke alb gaat standaard net licht uit om 22 uur en moet je voor acht uur eruit zijn. Echt weer het gevoel van een schoolreisje, maar misschien is dat een verkeerde herinnering want dat is echt heel lang geleden.

img_6984

redelijk luxe alberque

Na de 22 km van gisteren lopen we er vandaag weer meer als 20 en over behoorlijke steile stukken met veel stenen. De kidney Pilgrims doen het gewoon al zitten sommigen er bijna doorheen en hier zie je het echte doorzettingsvermogen van deze kanjers. Ze peppen elkaar op en gaan door.


Zo gaat het dus iedere dag en dan komen we samen aan op het grote plein van Santiago. Ze hebben het gehaald, emoties, omhelzingen, voldaan.



De volgende dag gaan we met de bus naar Cee en lopen de laatste etappe naar het einde van de wereld, Finisterre. Het toetje van deze camino. Een prachtige maar toch wel zware route en nog steeds met volle bepakking. Mooi weer dus nog wel even de koude zee in.

img_6989

je moet wat doen om een filmpje te maken

Het was een prachtige enerverende pelgrimagetocht. Voor mij voorlopig de laatste die ik kan organiseren omdat ik een jaar door Europa ga trekken. Een nieuwe uitdaging.


Tijdens deze camino met nierpatiënten heb ik de deelnemers geïnterviewd, ze vertellen ieder hun verhaal. hoor hun verhaal door op de linken te klikken.

Frank is gertransplanteerd .

Frances is in pré-dialyse.

Floranke is getransplanteerd.

Elisabeth heeft drie keer en niertransplantatie en eenmaal een pancreas transplantatie gehad.

Nunkie is ook getransplanteerd, zet iedere ochtend haar wekker om dan haar medicijnen te moeten innemen.

Als laatste doen Hans Bart, directeur van de Patiënten Vereniging Nederland en ik ons verhaal. Waarom zijn deze reizen zo belangrijk.

foto’s zijn van Frank, Floranke, Hans en Harry

 

 

op weg naar Santiago de Compostela reisblog te voet naar Santiago de Compostella

Het einde van de wereld

De hele camino worden we gestuurd door gele pijlen. Overal op de route staan gele pijlen geschilderd die je de weg wijzen. Vandaag lopen we het laatste stuk naar Finsterre. Dit betekent het einde van de wereld. Ook daar naartoe overal gele pijlen. Gisteravond hebben we in het hotel, ja we slapen in een hotel een overheerlijke paella gegeten. Paella is een specialiteit uit de omgeving van Valencia, zou hij hier ook lekker zijn. Nou verrukkelijk, de kokkin is opgegroeid in Valencia en heeft dit recept van haar moeder met speciaal voor de pelgrim er een Jacobsschelp in verwerkt.

image

Met deze goede ondergrond beginnen we aan de laatste etappe. Het waait lekker en het zonnetje probeert door te breken. In Cee beginnen we direct aan een leuke klim maar wat een prachtig uitzicht heb je dan op de baai. De zon breekt op verschillende plaatsen door het wolkendek en door die gaten zie je de zonnestralen als pijlen uit de hemel. Machtige golven en een donkere achtergrond van rotsen. Wat heerlijk om hier te mogen lopen. Het laatste stuk lopen we over het strand dat vol ligt met zulk prachtig wier waarin schelpen vergroeid zitten. Kunst op het strand.

image image

De schoenen uit en met je blote voeten door het water en gemasseerd worden door het ruwe zand. Maar ook hier komt een eind aan. Nog drie km tot aan het echte einde van de wereld. Een plek met grote rotsen waar je pelgrims ziet zitten met ieder zijn eigen gedachten. Sommige verbranden er kledingstukken, schoenen of andere dingen.

Hier geef je sommige dingen een plek en sluit je een hoofdstuk af. Hier aan de Costa del Morte voel je je klein. Hier eindigt onze pelgrimage. We eten een punt van de tarte Santiago en stappen in het busje om terug te rijden naar Porto. We zijn allemaal een ervaring rijker en ik weet zeker dat dit niet het einde van de weg is.

reisblog te voet naar Santiago de Compostella waarloopjijwarmvoor

En dan zijn we er bijna

De “ toevallige “ alberque is een schot in de roos. We eten redelijk lekker en we krijgen ook nog een slaapmutsje van het huis. De volgende dag moet er 20 km gelopen worden dus vroeg op pad. We zien een prachtige lucht en het belooft weer en mooie dag te worden. De eerste 12 loopt Anneke mee en ik mag het tweede deel doen. Marga heeft vandaag weinig energie, er moet veel geklommen worden en door goed naar haar lichaam te luisteren, neemt ze het moedige besluit om ook na 12 km in het busje te stappen. We gaan slapen in Padron waar het weer erg druk is, maar gelukkig vinden Marga en Anneke een geschikte slaapplek voor ons achten. Na 20 km besluiten de anderen om nog 5 km door te lopen, ik haal ze dan op dat punt op en de volgende dag is het 5 km minder naar Santiago. Waarschijnlijk zijn die extra km voor Rob net teveel geweest, als hij op zijn bed gaat liggen wordt hij misselijk en moet overgeven.
De spiegels in Spanje zijn denk ik niet zoveel gewend want als Annie in haar evakostuum uit bad stapt en in de spiegel kijkt valt deze spontaan van de muur in gruzelementen. Een andere versie is dat zij tijdens het lopen zichzelf een spiegel heeft voorgehouden en geen spiegel meer nodig heeft. Je kunt zelf je eigen versie kiezen.
We zitten aan een alweer welverdiend biertje als Rob zich bij ons voegt. Nog steeds niet lekker, geen trek en nergens zin in. Marga komt aan strompelen, die is gevallen op de rand van het gladde bad, gelukkig niet aan de kant van haar donornier, maar wel pijnlijk blauw.
Rob gaat naar bed en de anderen laten zich culinair verwennen in de plaatselijk pulperia.
De volgende ochtend maken we de balans op. Marga kan met die heup echt niet 21 km lopen en Rob moet ook opgeven. Dat doet zeer als je bijna in SdC bent. Mijn verstuikte voet is weer helemaal pijnlijk zodat ook ik niet lopend SdC binnen zal komen.

imageimage

De vier “gezonde” partners gaan op weg om het laatste stuk te lopen. De laatste dag en een van de moeilijkste etappes. Als je in SdC aankomt denk je er te zijn maar dan moet je nog bijna drie km door een nieuwbouwwijk lopen.
En dan zijn ze er, omhelzingen, tranen en een gevoel van,Yes.

op het plein voor de kathedraal

op het plein voor de kathedraal

Rob en Marga hebben inmiddels hun credential binnen en de anderen kunnen die nu ook ophalen. Boven het registratiekantoor heeft het Jacobsgenootschap een huiskamer waar we door twee vrijwilligers met koffie en thee en een Hollands koekje worden ontvangen.

wachten in de rij voor je credential

wachten in de rij voor je credential

We slapen in een oud seminarie boven op een berg. Hier slapen zoveel pelgrims, het is een heel apart sfeertje. In SdC eet je als pelgrim natuurlijk bij Manolo, goedkoop, lekker maar wel snel. Dat is niet erg want op het plein van de grote kathedraal is een muziekgroep in klederdracht de sterren van de hemel aan het spelen. Je kunt niet stil blijven staan, je moet dansen, bewegen.
Zondag gaan de meesten naar de mis en ze hebben de mazzel dat het grote wierookvat door de kerk geslingerd wordt. Souvenirs inslaan en dan gaan we op weg naar Finisterre waar we zullen slapen en morgen nog een mooie route lopen van Cee naar Finisterre..

image  image

reisblog te voet naar Santiago de Compostella waarloopjijwarmvoor

Kippenvel momenten op de camiño

De dag begint vroeg in de alberque. Het is 6 uur, nog helemaal donker en de eerste gaan al op weg. Iets later hoor ik gestommel in het bed naast mij, het is Annie die er ook maar uit gaat. Voor zevenen is zij al op pad om de 24 km van vandaag te lopen. Rob en Sjan zijn ook al voor achten weg.

image

Het is droog en behoorlijk koud maar het beloofd een prachtige zonnige dag te worden. Anneke begint vandaag te lopen en het is de bedoeling dat we halfweg wisselen. Ik probeer met het busje in de buurt van de camino route te komen wat niet meevalt. Het zijn zulke kleine weggetjes die niet op de kaart staan die wij hebben. Maar het lukt. Na de middag tref ik iedereen bij een gesloten kroegje dat te koop staat. Mooie tuin met zwembad erachter, misschien een idee voor iemand? Ik vertrek? We lopen tussen en onder de pergola’s met druivenstokken door.

image

Mooie dieprode druiven, ze smaken heel bijzonder, een beetje muskaat smaak. Er staan bakken vol met al geplukte druiventrossen.

image

Met de volle zon erbij is het een schitterende route. Op zo’n drie km voor Caldas de Reis waar ons eindpunt voor deze dag is staan vier dames van onze groep enthousiast te zwaaien bij een alberque met een grote zonnige tuin. Hier willen ze wel blijven. Oké, alleen Anneke en Rob zijn al in Caldas maar die komen ook weer terug. We hebben twee kamers met ieder twee stapelbedden dus dat komt goed uit. Hele aardige waard en waardin die blij met ons achten zijn. En dan gebeurt het. We zitten aan een welverdiende servesa en vino blanco als er een Canadese vrouw bij ons aanschuift. Zij denkt dat wij allemaal individueel daar zitten, verschillende nationaliteiten hebben en denkt, gezellig. Haar mond valt open van verbazing als ze hoort dat we een groep zijn. Sorry, ik wist dat niet anders was ik er niet zomaar tussen gaan zitten, zegt ze. Nee hoor hoe meer zielen hoe meer vreugd. Sjan legt uit aan haar hoe onze groep in elkaar steekt. Partners van nierdialyse patiënten, een getransplanteerde en iemand in pré-dialyse. Stilte, ongeloof en tranen. Karen, zo heet ze is weduwe. Haar man is na tien jaar dialyse en niet transplanteerbaar overleden. Niemand houdt het nog droog. Ook zij is tien jaar mantelzorger geweest en voelde zich nooit begrepen. Wat wij hier doen is zo uniek. Partners die dingen delen, elkaar begrijpen zonder iets uit te hoeven leggen. Haar verhaal is hetzelfde als de partners die met ons meelopen. Ze voelt zich eindelijk begrepen. Hoe is dit toch mogelijk. Zij is met een vriendin begonnen aan de camino Frances maar daar was het file lopen dus ze zijn overgestapt naar de Portuqués. Wij zouden hier niet slapen. Verder waren er geen andere mensen in deze Alberque. Dit is nu het derde jaar dat ik dit soort dingen meemaak op de Camino. Kippenvel.

reisblog te voet naar Santiago de Compostella waarloopjijwarmvoor

Van Redondela naar Pontevedra op de Camino Portuquès

Het rolgordijn dat nauwelijks het geluid van de drukke doorgaande weg tegenhoudt gaat open en het ziet er niet onaardig uit. Het is droog. Onze kamers, ja we slapen in kamers en niet in een slaapzaal zijn 300 meter van de ontbijtplek. Er wordt flink gebunkerd, broodjes en gebakken eieren. Een goede ondergrond voor de 19 km van Redondela naar Pontevedra die we vandaag gaan lopen. Sjan gaat er alleen als een speer vandoor op de voet gevolgd door Annet. De andere vijf beginnen rustig aan de behoorlijke klim die we direct voor de kiezen krijgen. Maar het aardige is dat als je eenmaal boven bent het uitzicht meestal prachtig is ennnn je mag weer naar beneden. Je knieën vinden stijgen aantrekkelijk dan afdalen maar het hoort er allemaal bij. Ondertussen is Anneke aan het saaiste gedeelte begonnen. Zij rijdt het busje dat we bij ons hebben en zo’n dag duurt echt wel lang als je niet door die mooie natuur loopt. Gisteren heb ik dat gedaan en morgen doen we ieder een deel.

We dalen af en kijken op het meer van Vigo.

image

lopen langs kleine huisjes met in de tuin allemaal druivenstokken. Als er druiven aan zitten zijn het hele kleine in mooie trosjes. De eerste koffie stop is in Arcade waar we over een oude Romeinse brug lopen.

image

In Arcade gaat de weg echt stijgen. Je moet uitkijken niet achterover te vallen, maar we komen boven. Inmiddels is er een Portugees mee gaan lopen. Het blijkt dat hij in Gemert geboren is en op vijf jarige leeftijd weer naar Portugal gegaan. Leuk gesprek mee gehad. We komen nog een Nederlands meisje tegen die de andere kant oploopt. Heeft de Frances gedaan en nu van SdC naar Porto.

de weg gaat over in een stenen pad, prettig dat het nu droog is.

image

En dan zomaar midden in het bos zitten twee mannen. De een speelt prachtig gitaar en de ander verkoopt zelf gemaakte leren armbandjes.  Op zo’n vijf km voor ht eindpunt krijgen we een bericht van Annet, zij is er al. Het hele stuk achter elkaar doorgelopen, wat een kanjer, volgende maand wordt ze 69.

we nemen nog een stuk alternatieve route, een groene route langs een riviertje met super helder water. We hebben een democratische groep en vier wensen in een hotel te slapen en de andere vier slapen met 36 anderen in de plaatselijke alberque. Twintig stapelbedden in een kamer.

eten hier in Spanje is moeilijk als je vroeg wil. De meeste tentjes serveren pas vanaf half acht eten. Maar we vinden toch wat.

image

reisblog te voet naar Santiago de Compostella waarloopjijwarmvoor