Bijna Estland uit denk ik. Op weg naar Tartu maar te ver om in een keer te rijden dus we zoeken een plaats om een nacht te blijven. Het wordt Viljandi in het zuiden. Het staat niet op het lijstje om te bezoeken maar ja voor een nacht.

We parkeren op een kale parkeerplaats en gaan op zoek naar het oude centrum. We lopen door grauwe straten met van die oude Russische woonkazernes. Maar dan gaan we een bruggetje over en verandert het hele beeld. Oude straatjes met grove keien als wegdek en we zien de overblijfselen wat eens het grootste kasteel van Lijfland is geweest. Vroeger bestond Lijfland uit wat nu Estland en Letland is. Een groot gebied dus.

Het vroegere Lijfland

Het kasteel ligt hoog op een flinke heuvel en ik kijk prachtig over het water uit. In het stadje weer veel grote houten huizen.

Oud straatje.
Resten giga kasteel

Gratis zwemmen in dit 50 meterbad.

We halen Sprintertje weg van zijn kale parkeerplaats en rijden via een steile straat (17%) naar beneden en parkeren naast een voetbalveld vlak voor een zwembad dat in het meer gemaakt is. Het is een groot sportcomplex, atletiek stadion, tennisbanen, beachvolley, roeien zeilen, nou ja van alles. Er komen ook steeds mensen die even een paar baantjes trekken in het zwembad en er komt een auto naast ons staan. De man stapt uit en bekijkt uitgebreid het magneetbord met tekst die op Sprintertje zit. Holland? Vraagt hij. Ja. En zo komen we aan de praat. Er zijn plaatsen waar je echt geweest moet zijn. We zijn op weg naar Letland via de snelste weg. Niet doen adviseert hij ons, er is een gebied waar je moet zijn geweest. Hier wordt nog het oude Ests gesproken en zie je de meeste oude dorpjes. Komend weekend is in een van die dorpjes ook nog een grote vis- en uienmarkt. Kijk en dan is het zo lekker dat we geen strak plan hebben voor de route die we rijden. We laten het vaak aan de ontmoetingen en aanbevelingen over die we krijgen. We gaan morgen dus richting Lüübnitsa. Het ligt in het uiterste zuiden van Estland. Het is het gebied van Setumaa. Het is het meest interessant maar ook een triest gebied. Hier wonen de oorspronkelijke bewoners. Het is een mix van Esten en Russen. De Setus zoals ze heten spreken nog het oud-Ests. Bij het vastellen van de grens zijn de Setus verdeeld over Estland en Rusland. In het Russische deel wonen er zo’n 3000 en de Estlandse kant 2000. De oude hoofdstad Petseri ligt in Rusland met het fabelachtige klooster uit de 15 de eeuw. Nu tegenwoordig kunnen de bewoners van hier een jaarvisum kopen voor 135 euro kopen en dan de grens over om nog familie te bezoeken en naar kerken te gaan. Maar dat bedrag is wel een grote hap uit het schamele budget.

We zetten Sprintertje neer aan de oever van het Peipsimeer. Aan de overkant op twee kilometer is Rusland. Grote uitkijktorens en in de nacht allemaal schijnwerpers. Maar toch heerlijk geslapen. In het Peipsimeer zit enorm veel vis. Het is altijd een belangrijk gebied geweest voor het verwerken van de vis. Het meeste wordt gerookt. Een ander product zijn uien. Waar laat je die allemaal. Jaren geleden is men begonnen een soort jaarmarkt te houden met deze twee producten als specialiteit. Het is nu een evenement waar echt duizenden mensen op af komen. Busladingen vol. Wij waren er dus ook. Nu niet alleen nog vis en uien maar ook de hele dag live optredens van orkesten en dansgroepen. Zeker honderd kramen met als eerste natuurlijk de ui maar ook veel andere streekproducten, kleedjes, kleding en drank en eettentjes. Ik heb op video een kleine impressie gemaakt.

Na een uurtje of twee hebben we alles wel gezien en reizen we verder. We blijven dicht langs het Peipsimeer rijden. De verharde weg verandert in een onverhard wasbord weg. Je mag op deze wegen 90 rijden. Ik hou het bij 70. Het rijdt makkelijker als je er een beetje snel overheen plankt. We komen bij een bord. Nu gebeurd dat wel vaker maar op dit bord staat dat we de komende kilometer in Rusland zijn. Je mag er niet lopen en ook niet stilstaan met de auto. Gehoorzaam als wij zijn rijden we dus gewoon door maar wel even een stukje gefilmd. (Zit in de impressie)

Zo rijden we zo’n 20 km over die onverharde wegen. Alle kastjes kraken en piepen. Ik ben blij dat ik net nog wat getankt heb, het lichtje brandde al en we zijn in 50 km geen tankstation meer tegen gekomen. Je moet hier toch niet zonder brandstof zitten.

Op deze zandweg is er dan opeens de grensovergang van Estland naar Letland. Er staan alleen borden maar verder merk je er niets van. Zo zijn we dan uit Estland. Ik vind het een heerlijk land. Je hebt er van alles, cultuur, prachtige stranden, mooie steden en aardige mensen en wat ook prettig is er zijn er niet teveel. Heel veel ruimte en rust. Ideaal land om vrij te kamperen. Wat ook zo bijzonder is, je ziet geen papiertje op straat liggen. Iedereen doet alles keurig in de bakken waarvan er dan ook veel zijn. Bij de zee en meren overal reddingsspullen en meestal een bewaker die ook drie maal per dag de temperatuur meet van het water en de lucht. Kleedhokjes, toiletten en water. Chapeau.

We zijn nu dus in Letland en daar direct al een aardige ontmoeting maar daarover in een volgend blog.

Advertenties